Alleen nieuw pensioensysteem met breed draagvlak kan het halen

©rv

Overgangstermijnen in een nieuw pensioenstelsel zijn financieel onhoudbaar en schuiven de rekening gewoon door naar later. Bovendien is er dan een ernstig legitimiteitsprobleem, want er is geen maatschappelijk draagvlak voor.

Door Lut Sommerijns, advocaat in pensioenen en antidiscriminatie

Een expertencommissie heeft voorstellen klaar liggen voor een nieuw pensioensysteem. Die zijn jammer genoeg niet aan bod gekomen in het verkiezingsdebat. Ze werden, om welke reden dan ook, niet tijdig bekendgemaakt. Als de resultaten nu snel openbaar worden, kunnen de partijen er rekening mee houden voor het regeerakkoord. Het zou goed zijn daarin de politieke wil vast te leggen om werk te maken van een nieuw geharmoniseerd pensioenstelsel zonder onderscheid tussen werknemers, zelfstandigen en ambtenaren. Een stelsel dat iedereen een adequaat pensioen garandeert en waarvan de financiering verzekerd kan worden op lange termijn. Het regeerakkoord moet nog niet in detail treden, maar ruimte laten voor een maatschappelijk debat.

Iedereen aanvaardt dat een breed maatschappelijk draagvlak pensioenhervormingen de beste slaagkansen geeft. Dat vergt transparantie en overleg. Dat menigeen ervan overtuigd is dat het met ons pensioensysteem zo niet verder kan, is een goede voedingsbodem voor een grondige hervorming. Welke aanpassingen nodig zijn en hoe een nieuw systeem er moet uitzien, daarvoor is meer informatie nodig. Mensen stellen vragen en willen antwoorden. Ze willen geen snelle hervormingen die ze moeten ondergaan zonder het ruimer kader te begrijpen. Ze willen ook geen processie van Echternach: vandaag een hervorming, morgen een bijsturing.

We moeten ook af van de al te gemakkelijke ‘nimby’-reactie - ‘not in my backyard’. Dat komt neer op het doorschuiven van de rekening naar de volgende generaties. Vermits politici door hun kiezers op korte termijn worden afgerekend, is het verleidelijk om nu maatregelen te nemen die slechts over 10 jaar uitwerking hebben omdat de gevolgen dan pas voelbaar zijn. Makkelijk, dat wel, maar voorzien in overgangstermijnen van 10 jaar en/of 50-55-57-plussers of bepaalde groepen van de bevolking (blijven) uitsluiten van hervormingen, creëert nieuwe ongeoorloofde verschillen. Dat is niet houdbaar en lost op termijn niets op. Bovendien versterkt men het onrechtvaardigheidsgevoel en trekt men het legitimiteitsprobleem door naar de pensioenhervormingen.

Als men aanvaardt dat de verschillen tussen onze drie pensioenstelsels (werknemers, zelfstandigen, ambtenaren) niet langer geoorloofd zijn, kan men niet verantwoorden om ze nog 30 tot 40 jaar naast elkaar te laten bestaan voor één of meer selecte groepen of voor oudere werknemers omdat zij zogezegd dicht bij de pensioenleeftijd staan. Waarom zou iemand van 55 jaar nog voor de rest van zijn leven ‘recht’ hebben op het oude systeem en iemand van 54 niet?

Saucissoneren

Dezelfde vraag rijst voor de gunstige afwijkingsregelingen, waar het pensioen berekend wordt op korte loopbanen of hogere wedden. Waarom zou dat nog wel kunnen voor selecte groepen voor de volgende 30 tot 40 jaar, terwijl sommige gepensioneerden niet rond komen? Vaak hoor je als verdediging dat men ‘verworven rechten’ en ‘redelijke verwachtingen’ moet respecteren. Maar bij wettelijke pensioenen zijn er strikt gesproken geen verworven rechten, en de redelijke verwachtingen kunnen perfect op een andere en rechtvaardigere manier ingevuld worden. Er is wat meer politieke moed voor nodig, maar in andere dossiers is het wel gelukt. De sociale partners hebben dat getoond.

In plaats van gemakkelijke overgangsmaatregelen die nieuwe discriminaties creëren, is het veel eerlijker en rechtvaardiger om pensioenhervormingen op iedereen toe te passen, ongeacht de leeftijd of het stelsel waaronder men nu valt. Het pensioen dient berekend in functie van ‘tijdvakken van arbeid’, die respectievelijk vóór en na de hervormingen liggen (‘saucissoneren’). De sociale partners gebruikten die techniek voor de geleidelijke opheffing van het verschil tussen arbeiders en bedienden in de aanvullende pensioenen. Het is rechtvaardig om de oude regeling in acht te nemen voor de berekening van dat deel van het pensioen dat gerelateerd is aan de al gepresteerde loopbaan en om voor de toekomstige loopbaan de nieuwe regeling toe te passen op iedereen, zonder onderscheid.

Die werkwijze is duidelijk, transparant, objectief en redelijk verantwoord, met respect voor het verleden en een gelijke behandeling voor de toekomst. Ze heeft dus een grote legitimiteit. Dat geldt niet voor hervormingen die privileges handhaven, nieuwe discriminaties creëren ten nadele van de jongere generaties en weer uitmonden in een complex en ondoorzichtig systeem met tientallen uitzonderingen.

Rechtvaardig

Met een opsplitsing in periodes, een periode vóór en een periode na de hervorming, voor de berekening van het pensioen van iedereen kan het simpel en rechtvaardig: voor de toekomst is iedereen gelijk voor de wet en voor het verleden wordt er niets afgepakt.

Veronderstel dat de volgende regering medio 2015 concrete pensioenhervormingen kan voorstellen. Met het grondig voorbereidend werk van de expertencommissie kan het debat snel worden opgestart na de regeringsvorming. Veronderstel dat het hervormd pensioensysteem na informatie- en sensibiliseringscampagnes en een democratisch debat in werking kan treden op 1 januari 2017 en dat ik op die datum 45 jaar oud ben en al 25 jaar werk als werknemer. Als de objectieve opsplitsingstechniek van de ‘tijdvakken van arbeid’ toegepast wordt, zou ik later voor 25/45sten een werknemerspensioen krijgen, berekend volgens het oude pensioenstelsel. Mijn toekomstige diensttijd zou vanaf 2017 aanleiding geven tot een pensioen berekend volgens het nieuwe stelsel.

Dezelfde principes zouden gelden voor ambtenaren, zelfstandigen en voor tientallen afwijkende regelingen vandaag. Simpel gezegd, voor iedereen. Voor de verleden diensttijd - vóór 2017 in het voorbeeld - zou elkeen later een pensioeninkomen genieten dat berekend wordt volgens het oude systeem. Het pensioen verbonden aan de diensttijd vanaf 2017 zou berekend worden volgens het nieuwe eenvormige pensioenstelsel dat van toepassing zou zijn op iedereen, op eenzelfde manier. Voor regelingen die vandaag een volledig pensioen toekennen voor korte loopbanen moet desgevallend voorzien worden in een aftopping, zodat de huidige gunstregelingen voor korte loopbanen niet onbeperkt kunnen worden gecumuleerd met het nieuwe systeem.

Ik beveel de politici ten stelligste aan die simpele en transparante techniek toe te passen en de ‘tijdvakken van arbeid’ op te splitsen. Dit ‘saucissoneren’ wordt vaak gebruikt om onderscheiden weg te werken en kan rekenen op een groot rechtvaardigheidsgevoel en legitimiteit. Ik hoop dat de politici zullen weerstaan aan de druk, met inbegrip van stakingen op initiatief van welbepaalde groepen die vandaag genieten van gunstregelingen. Daaraan toegeven, getuigt van gebrek aan moed en visie op lange termijn en hypothekeert de toekomst van onze pensioenen. Die toekomst begint niet binnen 30 à 40 jaar, maar nu.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud