Alleen vaardigheden verminderen ongelijkheid.

Ongelijkheid beroert het publieke debat steeds meer. De 1 procent versus de 99 procent. Meer dan werk genoeg voor de Bulgaarse bouwvakker en de textielarbeider uit Bangladesh tegenover toenemend jobverlies en inkomensonzekerheid voor laaggeschoolden in de VS of Europa.

Door Peter De Keyzer

Zowel de Amerikaanse president Barack Obama als IMF-topvrouw Christine Lagarde had recent aandacht voor ongelijkheid. Het Wereld Economisch Forum vermeldt ‘grote inkomensongelijkheid’ in zijn top 10 van risico’s voor het komende decennium. De Rand Corporation ziet het zelfs als een bedreiging voor de westerse sociale en politieke stabiliteit.

Veel te vaak en veel te makkelijk wordt ongelijkheid voorgesteld als een globaal fenomeen, veroorzaakt door een schijnbaar monstercomplot van de vrije markt, steenrijke grootverdieners en het neoliberalisme. Stereotypen van kapitalisten met hoge hoed en sigaar die uit zijn op het verknechten van de kleine man gaan er altijd in als gesneden koek. Die analyse ligt wel heel ver van de waarheid. De ongelijkheid neemt misschien toe in specifieke landen, maar ze daalt tussen landen. Beide fenomenen worden veroorzaakt door de globalisering, bij uitstek een fenomeen dat de mensheid als geheel rijker maakt.

Globalisering leidt aantoonbaar tot wereldwijde welvaart, zowel voor rijke als voor arme landen. Burgers uit rijke landen verbeteren hun levensstandaard dankzij toegang tot goedkopere producten. Burgers uit arme landen verbeteren hun levensstandaard dankzij hun toegang tot de rijke afzetmarkten in het Westen.

Toch zijn de voordelen van de globalisering niet altijd gelijkmatig verdeeld en kunnen ze toenemende ongelijkheid creëren. Na de val van de Berlijnse Muur vielen handelsbelemmeringen weg, waardoor honderden miljoenen mensen plots tot de wereldwijde arbeidsmarkt toetraden. Een westerling met dezelfde vaardigheden als die van een gemiddelde Chinees moest plots opboksen tegen iemand die de westerse klus wilde klaren voor een fractie van de prijs. Zeg maar de Joe Sixpack uit het Amerikaanse Midwesten die zijn job en zijn fabriek ziet verhuizen naar China. Wie hoog genoeg op de wereldwijde vaardighedenladder stond, haalde dan weer voordeel uit de globalisering: een hooggeschoolde consultant, IT’er, designer, marketeer, modeontwerper, schrijver of bankier zag zijn kansen sterk toenemen. Er is dan ook geen sprake van een ‘race to the bottom’ maar van een ‘race to the top’.

De winnaars zijn vooral mensen met schaalbare vaardigheden. Een schrijver, manager, softwareontwikkelaar, ontwerper, muzikant of manager kan vlot meer verdienen zonder dat hij daar noodzakelijkerwijs meer werk voor moet verrichten. Zodra een schrijver een boek heeft geschreven, worden zijn verdiensten alleen nog bepaald door hoeveel boeken hij verkoopt, niet door hoeveel boeken hij dagelijks schrijft. Louis Vuitton, Apple, Microsoft of Coca-Cola - en hun aandeelhouders en CEO’s - verdienen veel meer dan dertig jaar geleden, eenvoudigweg dankzij een sterk groeiende middenklasse in voormalige ontwikkelingslanden.

Zichtbaar en kwetsbaar

De westerse winnaars van de globalisering hebben schaalbare vaardigheden of een schaalbaar businessmodel. De westerse verliezers waren vooral lager geschoolde burgers met niet-schaalbare vaardigheden. De verliezers zijn dan misschien een minderheid, ze zijn wel bijzonder zichtbaar én kwetsbaar. Dat is meteen de eerste paradox van de globalisering: in het Westen maakt ze tegelijk rijker en ongelijker.

De tweede paradox is dat ze misschien zorgt voor toenemende ongelijkheid binnen landen maar voor minder ongelijkheid tussen landen. De inkomsten van de 10 procent rijkste Amerikanen zijn de afgelopen twee decennia veel sneller gestegen dan die van de middenklasse of de allerarmsten. ‘De rijken maken zichzelf rijker’ is de vaakst gehoorde reactie. Maar het inkomen van een gemiddelde Bangladeshi of Chinees is de afgelopen twee decennia ook veel sneller gestegen dan dat van een gemiddelde Amerikaan. De race to the top geldt bij uitstek voor de allerarmsten in voormalige ontwikkelingslanden. De snelheid waarmee zij de afgelopen decennia vooruitgingen, is ongezien.

Het Belgische inkomen per hoofd van de bevolking verdubbelde tussen 1972 en 2010. China bereikte hetzelfde resultaat tussen 2002 en 2010. Of met andere woorden: de kloof tussen inkomens uit ontluikende landen en die van ons neemt af. Ook op het vlak van gezondheid verkleint de ongelijkheid. In het Bangladesh van eind jaren negentig haalden per 1.000 geboortes liefst 150 kinderen hun vijfde levensjaar niet. In België waren er dat op dat moment amper 11, of een verschil van 139 sterftes. Vandaag is dat verschil teruggevallen tot 38. De globalisering heeft dan ook gezorgd voor een spectaculaire herverdeling van kansen en rijkdom op planetaire schaal. Inkomens, rijkdom, levensverwachting, kindersterfte, onderwijs, alfabetisering gaan in arme landen allemaal veel sneller de goede richting uit dan in het Westen. De kostprijs is echter een mogelijke toename van de ongelijkheid in het Westen.

Vaardighedenladder

De grote uitdaging is hoe we omgaan met de dubbele paradox van de globalisering. Voormalige ontwikkelingslanden dichten in recordtempo de welvaartskloof met het Westen, maar hun gestegen welvaart is ten koste gegaan van grotere ongelijkheid in het Westen. De wereldwijde winnaars van de globalisering zijn tegelijk de allerarmsten en de allerrijksten. Het zijn de westerlingen in het midden van de wereldwijde vaardighedenladder die het vandaag bijzonder moeilijk hebben. Zij dreigen de dupe te worden: te traag om mee te kunnen met de top en bijna overrompeld door een gigantische massa Aziaten, Afrikanen en Latijns-Amerikanen die razendsnel de vaardighedenladder beklimmen.

Daar knelt het politieke schoentje. Als toenemende westerse ongelijkheid of kansarmoede het gevolg zijn, zal het steeds moeilijker worden om globalisering en vrijhandel verkocht te krijgen als een aanwinst voor de welvaart. Het traditionele westerse antwoord - financiële herverdeling van winnaars naar verliezers - stuit vroeg of laat op grenzen. Zeker als de winnaars dankzij globalisering steeds mobieler worden en zich aan die herverdeling kunnen onttrekken. Ook meer overheidsschulden maken om problemen van ongelijkheid toe te dekken, is niet langer een optie. Dat is namelijk ook een vorm van financiële herverdeling - zij het gefinancierd door de volgende generatie belastingbetalers.

De oplossing ligt in de vaardighedenladder zelf. De enige manier om globalisering voor iedereen in het Westen te laten werken, is massaal investeren in opleiding, vorming, scholing en innovatie. Dat is de enige manier om collectief rijker te worden zonder noodzakelijkerwijs ongelijker te worden. Samenlevingen worden niet rijker omdat ze zomaar gratis geld bijdrukken of schulden maken. En burgers worden niet rijker omdat ze een grotere uitkering krijgen of de overheid een hoger loon decreteert. We worden alleen rijker als we meer vaardigheden ontwikkelen, innoveren, concurreren, bijleren en ondernemen. Dat is de enige manier om de zwakkeren in de samenleving vooruit te helpen en de ongelijkheid te reduceren. De spectaculaire inhaalslag van de ontwikkelingslanden de afgelopen twee decennia is het beste bewijs.

Peter De Keyzer is chief economist van BNP Paribas Fortis

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud