opinie

Amerikaans schaliegas overleeft de aanval van OPEC

Technologische vooruitgang, een hoge olieprijs en goedkoop geld hebben de Amerikaanse drang naar energieonafhankelijkheid vleugels gegeven. Zelfs de beleidswijziging van de OPEC zal het Amerikaanse schalie-olieverhaal geen grote schade toebrengen.

Jan Bouly, analist bij vermogensbeheerder Econopolis

©RV DOC

Aan de vooravond van de grootste financiële crisis uit de recente geschiedenis in 2007 leek de Amerikaanse olieproductie in de herfst van haar bestaan te verkeren. Een gunstig regelgevend kader én de combinatie van nieuwe productietechnieken herverdeelden de kaarten van het energiespel volledig. Wat niemand voor mogelijk hield, gebeurde: de afgelopen vijf jaar verdubbelde de Amerikaanse olieproductie nagenoeg, er deed zich een aardverschuiving in de binnenlandse gasmarkt voor, en de VS stoomden naar de top 3 van olieproducenten.

De aan olie verslaafde Amerikaanse economie werd minder afhankelijk van buitenlandse aanvoer. Dat besef drong ook in Saudi-Arabië door. De pogingen van de Saudi’s om hun partners in de Organisatie van Olie-Exporterende Landen (OPEC) te overtuigen de olieproductie te verhogen (om via een lagere olieprijs wind uit de Amerikaanse zeilen te nemen), kon op weinig enthousiast rekenen. De Arabische lente deed oude dictatoriale regimes op hun grondvesten daveren: de kleinste besparing in een door olie gevoed overheidsbudget kon een opstand uitlokken. Een risico dat veel OPEC-partners zich niet konden veroorloven.

De stijgende vraag naar olie zorgde er samen met productieproblemen in Irak en Libië voor dat de groei van de Amerikaanse productie de wereldmarkt niet verstoorde. Tot in de zomer van 2014 duidelijk werd dat de globale productie de vraag oversteeg.

Toen OPEC besliste de productie onaangeroerd te laten zond de organisatie een schokgolf door de oliemarkt. Het plan was duidelijk. Op aangeven van de Saudi’s accepteerde de OPEC een lagere olieprijs in een poging de Amerikanen uit de markt te prijzen en het verloren marktaandeel terug te winnen. Een half jaar later blijven de Amerikanen echter op recordniveaus produceren. Hoewel de productie naar alle waarschijnlijk later dit jaar zal terugvallen, heeft de veerkracht van de Amerikaanse olie-industrie vriend en vijand verrast.

Al zijn er ook redenen tot bezorgdheid. De Arabieren produceren olie tegen een kostprijs waar producenten aan de andere kant van de oceaan enkel van kunnen dromen. De technische uitdagingen (en dus kosten) voor het ontginnen van de Amerikaanse diepwater- en schalie-olievelden zijn dan ook vele malen groter. Bij een olieprijs van 100 dollar per vat was deze factuur nog goed verteerbaar, maar tegen prijzen die bijna half zo hoog liggen, dreigen velen zich te verslikken.

Toch blijft de verwachte vloed aan faillissementen voorlopig uit. Al is de situatie bij de avonturiers die in een vlaag van oliekoorts de markt betraden, zorgelijk. Het gebruik van ouderwets materiaal maakt hen minder efficiënt dan grotere spelers. Met behulp van een hogere schuldgraad en goedkope kredieten wisten deze producenten mooie rendementen voor te leggen. Hoewel een groot deel van de productie nog ingedekt is, zullen veel avonturiers het waarschijnlijk onder het gewicht van hun schuldenlast begeven wanneer deze bescherming tegen het einde van jaar afloopt.

Het grootste deel van de productie is echter in handen van grotere maatschappijen. Net als Standard Oil aan het einde van de 19de eeuw de Amerikaanse olieproductie rationaliseerde, zullen de grotere oliemaatschappijen de sector consolideren en productietechnieken verbeteren. Maatschappijen met een hoge schuldgraad en onaantrekkelijke velden gaan failliet, die met aantrekkelijke velden worden opgekocht.

Terwijl de avonturiers de dagen vullen met onderhandelingen met schuldeisers, kunnen de andere spelers focussen op het verbeteren van hun operationele efficiëntie. Die kostenbesparende innovatie kan vele vormen aannemen. Schalie-olievelden komen vele malen sneller in productie dan enkele jaren geleden, en meer gesofisticeerde geologische analysetechnieken laten toe een groter deel van de aanwezige olie op te pompen. Dankzij dat soort efficiëntiewinsten kan volgens het onderzoeksbureau Cambridge Energy Research Associates (CERA) het rendement in de sector tot 65 procent toenemen. Men schat dat tot 80 proceent van de nieuwe schalie-olievelden winstgevend zal zijn bij een olieprijs tussen 50 en 70 dollar per vat.

Die nieuwe economische realiteit heeft belangrijke geopolitieke gevolgen. De OPEC gaf vorig jaar haar rol als stabiliserende factor in de oliemarkt op om de snelgroeiende concurrenten uit de markt te prijzen. De organisatie verwachtte dat haar belang daardoor zou toenemen.

De sleutel voor de toekomstige richting van de olieprijs ligt meer dan ooit in handen van de Amerikanen.

Maar nu blijken de Amerikaanse schalie-olievelden in veel betere doen dan algemeen werd aangenomen. De sleutel voor de toekomstige richting van de olieprijs ligt meer dan ooit in handen van de Amerikanen. Een veelheid aan geopolitieke belangen dreef tot voor kort de productiequota van het oliekartel. De toekomstige olieprijs zal echter worden bepaald door de mate waarin oliemaatschappijen dankzij innovatie hun productiekosten onder controle weten te houden. Of hoe innovatie de Amerikaanse droom van energieonafhankelijkheid dichter binnen handbereik brengt dan ooit tevoren.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud