Advertentie
Advertentie

Elk monetair beleid is nu ‘onconventioneel'

©rv

Dat er een onconventioneel en een conventioneel monetair beleid is, is een mythe. We zitten al lang op nieuw monetair terrein. Elk monetair beleid is hoogst onconventioneel geworden door de economische en financiële crisis.

Door Stijn Verhelst, onderzoeker bij Egmont, het Koninklijk Instituut voor Internationale Betrekkingen.

De eurozone kampt al geruime tijd met te lage inflatie. In oktober vorig jaar zakte de inflatie onder 1 procent en ze is sindsdien beneden dat niveau gebleven. Zo’n laag niveau van prijsstijgingen is gevaarlijk, want het ondermijnt de groei en maakt onze schuldenberg problematischer. Dat alles doet vrezen voor een verloren decennium, zoals Japan al meemaakte.

Advertentie

Na ruim getalm lijkt de Europese Centrale Bank bereid maatregelen te nemen om de te lage inflatie aan te pakken. Donderdag wordt een stap in die richting verwacht. De ECB lijkt een pikorde te hebben vooropgesteld. Eerst wordt het zogenaamde ‘conventioneel‘ monetair beleid uitgeput om zich pas later, enkel indien echt nodig, op ‘onconventioneel‘ monetair terrein te begeven. Die tegenstelling tussen conventioneel en onconventioneel beleid is echter sterk achterhaald door de crisis.

Onder conventioneel monetair beleid wordt het wijzigen van de ECB-intresttarieven verstaan. Voor de crisis was dat het courante beleidsinstrument. Die interesttarieven staan op een historisch laagtepunt. De rente waartegen banken bij de ECB lenen, bedraagt slechts 0,25 procent. De rente op de depositofaciliteit, de vergoeding die de ECB geeft aan banken die geld bij haar plaatsen, is 0 procent. Banken worden dus niet langer vergoed voor het geld dat ze bij de ECB onderbrengen.

Arbitrair

Het verlagen van de huidige rentetarieven beschouwen als conventioneel beleid is hoogst arbitrair. Dat geldt in het bijzonder voor de rente op de depositofaciliteit van de ECB. De depositorente zou negatief worden, wat inhoudt dat banken zouden moeten betalen als ze geld bij de ECB plaatsen. Een negatieve depositorente is zo goed als ongezien in het monetair beleid. Alleen enkele kleinere centrale banken (in Denemarken en Zweden) hebben er zich aan gewaagd. Indien de ECB donderdag als eerste grote centrale bank overgaat tot een negatieve depositorente, is dat een historische beslissing, met tot op zekere hoogte onzekere gevolgen. In ieder geval zou het verre van conventioneel zijn.

Tegenover het conventioneel monetair beleid staat beleid dat als onconventioneel wordt bestempeld. Een centrale bank zet dan instrumenten in die niet in haar traditionele gereedschapskist zitten. De bekendste vorm staat bekend als ‘quantitative easing’. De centrale bank koopt dan obligaties of andere effecten op de financiële markt. Het resultaat van dat opkopen is een uitbreiding van de geldhoeveelheid, en dat kan leiden tot economische groei en/of inflatie.

Kwantitatieve versoepeling was voor de crisis onconventioneel, maar is het nu al lang niet meer. De Federal Reserve, de Bank of England en de Bank of Japan - alle grote centrale banken in de geïndustrialiseerde wereld - hebben tijdens de crisis de kwantitatieve versoepeling omarmd. Allemaal, behalve de ECB. De Europese bank der banken heeft zich tot op heden behoedzaam opgesteld inzake onconventioneel monetair beleid. Toch heeft ze zich wel degelijk krachtdadig op dat terrein begeven toen het echt nodig bleek. Het OMT-programma voor landen tijdens de schuldencrisis en de leningen op lange termijn aan de banksector zijn de duidelijkste voorbeelden. Onconventioneel staat dan ook zeker niet gelijk aan onbekend.

Once in a lifetime

Ondanks het theoretische onderscheid tussen conventioneel en onconventioneel monetair beleid, is de realiteit dat we ons al lang op nieuw monetair terrein bevinden. De ‘once in a lifetime’ economische en financiële crisis maakt elk monetair beleid immers hoogst onconventioneel. Het verlagen van de rente op de depositofaciliteit van de ECB voorstellen als een veiligere, want conventionele keuze, is onterecht. In veel opzichten is kwantitatieve versoepeling net de behoedzamere, veelgebruikte keuze gebleken. De tegenstelling tussen conventioneel en onconventioneel is dan ook een mythe.

Mocht de ECB donderdag beslissen een negatieve depositorente te hanteren en tegelijk te wachten met kwantitatieve versoepeling, is het onjuist om dat te zien als het opgebruiken van haar conventioneel beleid. Die beslissing kan de juiste zijn, maar de centrale bank zou dan wel op een degelijke manier moeten verantwoorden waarom ze die keuze maakt. De mythe van conventioneel monetair beleid hoort daar niet in thuis.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.