België en Nederland moeten samenwerken in elektriciteit

De fameuze black-out van het Indisch hoogspanningsnet toont nog eens aan hoezeer elektriciteit mee de bloedsomloop van onze maatschappij bepaalt. Het garanderen van onze bevoorradingszekerheid is van strategisch belang en verdient ook bij ons alle aandacht. Waarom bijvoorbeeld ons hoogspanningsnet niet beter verknopen met dat van onze noorderburen, die met een gigantische overcapaciteit kampen?

Door Bart Martens, Vlaams volksvertegenwoordiger (sp.a).

Door het uitfaseren van nucleaire centrales en het infaseren van groene stroom, wordt de beschikbaarheid van makkelijk op- en afregelbare aardgascentrales cruciaal. Het fors klimmend aandeel wispelturige hernieuwbare bronnen vereist immers een grote buffercapaciteit aan centrales die op windstille en donkere uren met hoog verbruik snel kunnen ingeschakeld worden.

Alleen, net die centrales raken vandaag niet uit de kosten. Vorige week nog werd bekend dat de nieuwste aardgascentrale van ons land in de mottenballen gaat. De flexibele aardgascentrales moeten bij laag verbruik en voldoende groene stroom de duimen leggen. Met de hoogste variabele kosten vallen ze het eerst uit de markt, en dat gebeurt steeds vaker. De gascentrales waar we meer en meer nood aan hebben, draaien dus minder en minder. Te weinig om hun vaste kosten te kunnen terugwinnen. Zonder een betere martkintegratie en marktregulering zullen de vergunningen die nochtans klaarliggen, in de diepvries blijven zitten.

Regelbaar vermogen

Verschillende landen met een groeiend aandeel hernieuwbare energie kampen met hetzelfde fenomeen. Alle experimenteren ze met andere oplossingen om voldoende regelbaar vermogen op de been te brengen. Ierland en Spanje doen dat met een capaciteitsvergoeding voor uitbaters van flexibele gascentrales, Frankrijk met een verplichting voor leveranciers om een bepaalde regelbare capaciteit gecontracteerd achter de hand te houden.

In ons land kiest staatssecretaris Wathelet ervoor om via een veiling de bouw van een nieuwe gascentrale van de grond te krijgen. Het beste bod kan rekenen op een gewaarborgd rendement, waardoor de overheid bijpast als de centrale onvoldoende winst uit de markt kan halen.

Een nobel idee, maar de oplossing mag daar zeker niet toe beperkt worden. Als ook bestaande aardgascentrales zoals die van T-Power in Tessenderlo sluiten, zal de overheid meerdere aardgascentrales via de rendementsgarantie moeten onderstutten. Dat kan de factuur voor de consument aardig doen oplopen. En wat blijft er van de geliberaliseerde markt nog over, als langs de ene kant alle hernieuwbare bronnen worden gesubsidieerd en langs de andere kant alle regelbare?

CO2-prijs

Wat hebben we dan extra nodig? In de eerste plaats moet de gekelderde prijs voor de te riant uitgedeelde CO2-uitstootrechten in het Europees emissiehandelssysteem terug worden opgekrikt. Bij laag verbruik worden vandaag de aardgascentrales eerst uit de markt geduwd en blijven de steenkoolcentrales nog draaien, ook de minst efficiënte en meest vervuilende. Een herstel van de CO2-prijs op voldoende hoog niveau - waar de Europese Commissie nu schoorvoetend werk van maakt - draait de zaken om en maakt de schonere, flexibele aardgascentrales rendabeler dan de logge, vervuilende steenkoolcentrales. Zo is er minder ondersteuning nodig voor het in stand houden van voldoende regelvermogen aan gascentrales en daalt de CO2-uitstoot van het hele park.

Pieken aftoppen

Vervolgens moeten we veel meer inzetten op het aftoppen van de pieken in het verbruik. Hoe minder piekverbruik, hoe minder dood kapitaal aan piekvermogen achter de hand moet worden gehouden.

Investeringen in ‘negawatts’ (uitgespaard vermogen) zijn bovendien goedkoper voor de samenleving dan investeringen in megawatts. Daarom moeten er meer en betere onderbreekbare contracten komen met grootverbruikers die zich ertoe verbinden tegen vergoeding verbruik uit te leggen.

Er moet ook een markt komen voor aggregatoren die een portefeuille van afsluitbare klanten aanhouden. Slimme meters bij grotere verbruikers en prosumenten (consumenten die zelf ook produceren met zonnepanelen of een warmtekrachtinstallatie) kunnen ook een steentje bijdragen. Het laat bijvoorbeeld toe om consumenten lagere tarieven aan te bieden als ze bereid zijn om hun verbruik naar de daluren te verschuiven.

Minder verbruiken

En uiteraard zorgen ook zuiniger verlichting, pompen en huishoudapparaten ervoor dat we minder verbruiken. Het stroomverbruik effectief verlagen is overigens geen science-fiction meer. Vorig jaar passeerde er door de laagspanningsnetten in Vlaanderen 7 procent minder stroom. Ongeveer de helft daarvan komt op conto van de zonnepanelen, die de tellers doen terugdraaien. Maar de rest is pure besparing.

We zijn bovendien geen uitzondering. In Nederland worden de verbruiksprognoses stelselmatig verlaagd. Zo werd in 2006 geschat dat het stroomverbruik in 2013 uit zo komen op 136 terawattuur. De laatste update (die dateert van begin vorige week) gaat ervan uit dat het verbruik 15 procent lager zal liggen.

De vraagprognoses worden jaar op jaar neerwaarts bijgesteld, omdat de feiten de voorspellingen achterhalen. De elektrificatie van het vervoer (elektrische wagens) en de verwarming (warmtepompen) kan het verbruik nog wel doen toenemen, maar slimme netten en markten kunnen met deze bijkomende vraag de dalen opvullen of de ‘overproductie’ van groene stroom afnemen, zonder dat daarvoor nieuwe centrales moeten worden ingelegd.

Gigantische overcapaciteit

Het gevolg van de Nederlandse vraagdaling en van de investeringsbeslissingen die onze noorderburen nog net voor de crisis van 2008 hebben genomen, is een gigantische overcapaciteit. De centrale van T-Power in Tessenderlo heeft in Nederland vele zusjes. De nieuwste centrales in het Sloegebied (EdF en Delta) en in Rotterdam (Eneco en Dong) staan er werkloos bij. Het Tennet-rapport raamt de overcapaciteit in Nederland in het basisscenario op 11,8 gigawatt in 2019. Dat is maar liefst twee keer de capaciteit van al onze kerncentrales.

Een betere verknoping van ons hoogspanningsnet met dat van onze noorderburen, kan voor beide landen een win-win vormen. De Nederlandse overcapaciteit wordt meer en beter inzetbaar om ook onze verbruikspieken op te vangen, terwijl de Belgische belastingbetaler of consument minder wordt aangesproken voor de ondersteuning van nieuwe gascentrales. Zo kunnen we ook in de strengste winters Indische toestanden op ons net voorkomen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud