België groeit boven zijn stand

©Saskia Vanderstichele

Alleen een kamikazeregering, met ministers die niet op herverkiezing zitten te wachten, kan de besparing aan die de volgende federale coalitie wacht. De snoeibeurt in de loonmassa van de overheid, de gezondheidszorg en de pensioenen loopt in de miljarden.

Minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille (PS) is nu al formeel: ‘Een federale regering met de PS en de N-VA is niet haalbaar.’ Onbeantwoord blijft de vraag of de PS - en bijgevolg ook sp.a - terugkeert in de volgende regering, als de kiezers de jongste peilingen bevestigen.

In PS-kringen wordt er dezer dagen geen geheim meer van gemaakt dat premier Elio Di Rupo uitkijkt naar ‘een internationale buitenkans’. Zoiets als een Europees commissariaat, om maar wat te zeggen. De jongste peilingen wijzen erop dat zijn partij op 25 mei op een electorale ravage afstevent op. Vakbondscentrales van de socialistische FGTB roepen een na een op om te stemmen voor de extreemlinkse PTB, de Waalse evenknie van de PVDA van Peter Mertens. In Antwerpen wordt overigens gerekend met een gelijkaardige oproep van enkele ABVV-kopstukken en hun centrales.

Om de vlucht van de PS-achterban naar de PTB te stoppen en in de hoop weggelopen kiezers terug te halen, beginnen PS-kopstukken beslissingen van deze regering te verloochenen. Zo heeft vicepremier Laurette Onkelinx al laten verstaan dat de hervormingen van de werkloosheidsuitkeringen, en dan vooral de beperking in de tijd van de inschakelingsuitkering, door de volgende regering opnieuw moeten worden bekeken.

In Brussel blijft de werkloosheidsgraad met 19,1 procent pijnlijk hoog. Maar ook Wallonië kreunt nog steeds onder een hoge werkloosheid. Een kaartje in het jaarverslag van de Nationale Bank van België toont dat Antwerpen, met 5,9 procent de Vlaamse provincie met de hoogste werkloosheidsgraad, nog altijd beter scoort dan Waals-Brabant, met 7,1 procent de best presterende provincie in Wallonië.

In Wallonië alleen al worden ruim 35.000 jongeren door die inperking van de inschakelingsuitkering getroffen. De overgrote meerderheid van die pas afgestudeerde werkzoekenden, zeker in de grote bekkens van Luik en Charleroi, moeten dan aankloppen bij het OCMW. Een aantal Waalse en Brusselse gemeenten luidt nu al de stormklok. De PS-burgemeester van Seraing, Alain Mathot, stuurde onlangs een brief naar de federale regering om de afschaffing te vragen van die beperking van de inschakelingsuitkeringen.

Onbetaalbare stabilisatoren

In de aanloop naar de verkiezingen maakt men zich in regeringskringen graag sterk dat de regering de crisis goed heeft opgevangen, dat de werkloosheid binnen de perken bleef, en dat zelfs Europa nu rekent met een hoopgevende economische groei voor België.

Daarbij wordt even vergeten dat de levensstandaard van de Belgen in 2013 nog altijd 2,3 procent lager uitvalt dan in 2007, zoals berekend door Fons Verplaetse, de eregouverneur van de Nationale Bank van België. Maar ‘de stabilisatoren hebben gewerkt’, wordt dan weer uitentreuren herhaald. Die stabilisatoren zijn weliswaar ontzettend duur, om niet te zeggen onbetaalbaar geworden. België groeit nog, maar boven zijn stand. Want de groei wordt door de overheid gekocht, met geleend geld. Het Belgische gebouw is een potemkindorp.

Recente voorstellen van de werkgevers om de overheid te ontvetten en de concurrentiekracht aan te porren, werden door een aantal economen irrealistisch en zelfs wereldvreemd genoemd. Een besparingsoefening van nagenoeg 21 miljard, voorgesteld door Voka, kan niet zonder de verzorgingsstaat af te bouwen, volgens VUB-professor Michel Maus. ‘Ik denk niet dat veel mensen daarop zitten te wachten’, voegde hij er nog aan toe.

De bevolking zit inderdaad niet te wachten op de afbouw van het sociaal systeem. Daarom ook wordt er in de Wetstraat in alle talen over gezwegen. Wat niet betekent dat de afbouw van de verzorgingsstaat niet aan de orde is. Integendeel, die is onvermijdelijk geworden. Maar voorlopig houden alle betrokken partijen hun berekeningen en prognoses in de mappen, tot na 25 mei.

Een vergelijking maakte het duidelijk: de primaire structurele uitgaven van de overheidsadministratie stegen tussen 2000 en 2013 met liefst 40 procent, terwijl de ontvangsten met amper 28 procent toenamen en de economische groei na de crisis afkalfde tot 0,4 procent. Dat is grotendeels een gevolg van het budgettaire wanbeleid door paars-groen en paars, dat meteen werd gevolgd door jaren van non-beleid als gevolg van de communautaire blokkering.

De huidige coalitie heeft amper twee jaar geregeerd en heeft vooral nieuwe inkomsten aangeboord. Aan de loodzware overheidsmachine werd alleen wat gemorreld. Tussen 2010 en 2013 verbeterde het Belgische primair saldo met 1,3 procent van het bruto binnenlands product (bbp), ondanks stijgende ontvangsten. Terwijl de drie buurlanden hun primair saldo met 3,3 procent van het bbp bijspijkerden.

Angstwekkend

In de Wetstraat wordt ook graag gezwaaid met een grafiekje van het Planbureau waarop te zien is dat België, als het op werkgelegenheid aankomt, beter presteert dan de drie buurlanden en merkelijk beter dan de eurozone. Maar die relatief uitstekende jobcreatie is voor de helft toe te schrijven aan de dienstencheques, en voor de andere helft aan de overheid, de non-profit en het onderwijs.

Tussen 2000 en 2012 steeg de werkgelegenheid per inwoner in de openbare diensten met 24 procent, in de privésector daalde die met 9 procent. De overheid neemt intussen een ontzaglijke 33 procent van de totale Belgische loonmassa voor haar rekening. Terwijl in dezelfde periode de helft van de 7,5 procent van het bbp aan meeruitgaven een gevolg was van de zogenaamde sociale prestaties, de uitkeringen aan zieken, gehandicapten en pensioenen.

Een sanering in de sociale zekerheid wordt de zwaarste dobber voor de volgende regering. De verspilling van 15 procent van de middelen in de gezondheidszorg wordt door niemand meer ontkend, tenzij door vicepremier Laurette Onkelinx.

In 2013 telde België meer dan 1, 9 miljoen gepensioneerden, naast 4,7 miljoen Belgen op arbeidsleeftijd, van wie de helft een inkomen heeft dat op een of andere manier door de staat wordt gefinancierd. De ingreep die in de pensioenen en vooral de overheidspensioenen moet worden doorgevoerd, is volgens insiders zonder meer ‘angstwekkend’.

Een tijd geleden liet vicepremier Pieter De Crem (CD&V) duidelijk verstaan dat er de eerstvolgende jaren geen financiële ruimte is voor nieuwe lastenverlagingen. De waarheid is veel pijnlijker. De komende regering staat voor een sanering die de vooropgestelde 12 tot 15 miljard ver zal overstijgen. Tegelijk moet de regering de zesde staatshervorming met al haar onduidelijkheden uitvoeren.

In die omstandigheden is de vaststelling van minister Labille - dat een federale regering met de PS en de N-VA niet haalbaar is - niet eens aan de orde. Als de N-VA op 25 mei in de buurt van de peilingresultaten komt, hoeft ze enkel toe te kijken, eventueel vanuit de Vlaamse en de Brusselse regering, terwijl de huidige coalitie verder strompelt en zich kapot regeert.

Eigenlijk kan alleen een kamikazeregering, met ministers die geen herverkiezing meer nastreven, de saneringsoperatie doorvoeren die de volgende federale regering wacht. De vergelijking met de tweede helft van de jaren zeventig wordt dezer dagen wel vaker gemaakt in de Wetstraat. Maar toen kon de frank worden gedevalueerd. Vandaag is alleen een interne devaluatie mogelijk. En bij de PS, nu opgejaagd door de PTB, zijn ze niet bereid om daaraan te beginnen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud