opinie

België heeft al een Guardia di Finanza: de BBI.

De feitelijke bevoegdheden van de Bijzondere Belasting Inspectie (BBI) breiden bij de fiscale regularisatie almaar uit.

Door Jan Tuerlinckx

©Emy Elleboog

De BBI hanteert voortaan een uniform landelijk beleid in de behandeling van belastbare inkomsten die niet werden aangegeven. Of zeg maar fiscale regularisatie. Voor een goed begrip: regularisaties werden altijd al aanvaard door de administratie. Zelfs al vóór de invoering van de eerste wetgeving inzake fiscale regularisatie, de EBA-wet van 2004. Ook na de afloop op 31 december 2013 van onze laatste wet op fiscale regularisaties werden die aangiften aanvaard en behandeld door de belastingadministratie.

De vraag is of het belasten en beboeten van die niet-aangegeven inkomsten een regularisatie is. De belastingadministratie doet er alles om dat predicaat te vermijden. Ze spreekt van een ‘rechtzetting van belasting’. Maar, what’s in a name? Een regularisatie staat voor het vergeven van alle zonden die verbonden zijn aan het niet correct declareren. Over die niet-declaratie moet niet wollig worden gedaan. Dat is fiscale fraude, die zowel fiscaal als strafrechtelijk kan worden gestraft, fraude die feitelijk neerkomt op witwassen.

Het woordspelletje ‘regularisatie’ versus ‘rechtzetting’ komt neer op de vraag of een biecht bij de Bijzondere Belasting Inspectie ook op strafrechtelijk vlak bevrijdend is.

Het woordspelletje ‘regularisatie’ versus ‘rechtzetting’ komt neer op de vraag of een biecht bij de BBI ook op strafrechtelijk vlak bevrijdend is. Men zou vermoeden dat de belastingadministratie zich enkel over het fiscale kan uitspreken, het strafrechtelijk en het witwas-technische zijn materie voor de parketten en het strafgerecht. Welnu, die tweedeling is verre van duidelijk. Want de belastingadministratie kan wel degelijk het gras voor de voeten van het parket wegmaaien. Als de BBI een boete van enige omvang oplegt, moet die worden gelijkgesteld met een straf. En aangezien iemand maar eenmaal gestraft kan worden voor hetzelfde vergrijp, sluit dat een verdere vervolging door het parket uit.

Maar de feitelijke bevoegdheid van de BBI gaat vandaag nog verder. Een belastingadministratie kan maar belastingen heffen voor zover de fiscale verjaringstermijn dat toelaat. Welnu, in het geval van een rechtzetting - maar u leest beter ‘regularisatie bij de BBI’ - worden ook belastingen geheven voor de periode buiten de fiscale verjaringstermijn. Dat gebeurt zonder recht noch titel, omdat het wetboek inkomstenbelastingen dat op geen enkele wijze voorziet. De motivering is dat de belastingplichtige met deze heffing van verjaarde belasting zich van het witwasmisdrijf vrijkoopt en zich bijna volledig strafrechtelijk verschoont.

Onvoldoende basis

Daarmee oefent de BBI een bevoegdheid uit die haar niet toekomt. Het afkopen van een strafrechtelijk vergrijp komt toe aan het parket. De feitelijke bevoegdheid van de BBI stoelt op een informele verstandhouding tussen de BBI en het parket. Maar het behoeft geen betoog dat dat een onvoldoende basis om zo’n essentieel element als een strafrechtelijke minnelijke schikking op te enten. De wetgever dient dringend tussenbeide te komen.

Overigens had de regering dat al toegezegd. In het regeerakkoord staat dat het Charter van de Belastingplichtige wordt hersteld. Dat betekent ondermeer dat het fiscaal administratieve (dat van de belastingadministratie) gescheiden wordt en wegblijft van het strafrechtelijke (dat van de parketten). In deze zien we echter het tegendeel. De belastingadministratie beschikt over ruime bevoegdheden om in het strafrechtelijke tussenbeide te komen.

Het is misschien nog niet volledig geweten, maar zeker wel een feit: de Guardia di Finanza Belga moet niet worden opgericht, ze bestaat dus al.

 

Jan Tuerelinckx is fiscaal advocaat

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud