Advertentie

Beste omroepen, wat meer inventiviteit aub

De omroepen voelen zich bedreigd door de decoder ('digicorder') van vooral de distributeurs Telenet en Belgacom. De kijker kan daarmee immers de reclameblokken doorspoelen. De vraag is of die verzuchtingen wel gerechtvaardigd zijn. Bovendien kunnen de omroepen misschien wat meer dynamisme aan de dag leggen in plaats van verantwoordelijkheid voor dalende reclame-inkomsten af te schuiven op kijkers en distributeurs.

Door Eric Van Heesvelde, gewezen voorzitter van de telecomwaakhond BIPT en Pieter Verdegem, docent Nieuwe Media aan de Universiteit Gent en aan het Interdisciplinair instituut voor BreedBand Technologie (IBBT).

De voorbije weken is er heel wat aandacht geweest in de pers over de aanval van de Vlaamse omroepen (en dan vooral VTM) op de decoder. Zij eisen van de distributeurs - hoofdzakelijk Telenet en Belgacom - het verwijderen van de faciliteit voor de kijkers om reclameblokken door te spoelen. Als mogelijk alternatief willen ze van deze distributeurs een hogere vergoeding. Voor hen is de decoder de oorzaak van verminderde reclame-inkomsten, waardoor hun zakelijk model in de verdrukking komt.

De Vlaamse politici zijn daar gretig op ingegaan, want net voor de verkiezingen willen zij op een goed blaadje staan bij de pers. Geschreven pers en audiovisuele media vormen hierin, niet zo verwonderlijk wegens de mediaconcentratie in Vlaanderen, een front. Het comfort van de kijker, de groei van de digitale tv en de belangen van de distributeurs zijn plots van minder tel.

Het valt op dat dit debat gevoerd wordt zonder becijferde gegevens. Het zal wel zo zijn dat de reclame-inkomsten van de media in een neerwaartse trend zitten. Maar wat is daarvan de oorzaak? Is het de economische situatie die bedrijven aanzet tot minder uitgaven voor publiciteit? Is het de verschuiving van reclame naar het internet? Of is het de beruchte decoder?

Laten we de problematiek eens bekijken van alle kanten, om na te gaan of de verzuchtingen van de omroepen gerechtvaardigd zijn.

1. Het comfort van de kijker. Dit is ongetwijfeld het belangrijkste element. Vermits er nu eenmaal een technologie bestaat die de kijker de keuze geeft al dan niet naar reclame te kijken, is het dan verantwoord hem die keuze te ontzeggen? Overigens, de kijker kan van de reclame net zo goed gebruik maken om even een toiletbezoek te doen of zijn glas te vullen uit de koelkast. Of hij kan zijn dvd-toestel gebruiken om uitgesteld te kijken en meteen de reclame door te spoelen.

2. De belangen van de distributeurs. Bij het beperken van de technologische faciliteiten, zou de kijker wel eens geneigd kunnen zijn over te schakelen op andere toegangskanalen, via internet. Dan zijn de verliezers zowel de omroepen als de gewraakte distributeurs. De verdere groei van de digitale tv, die dan heel wat minder meerwaarde biedt, wordt dan afgeremd. En zolang analoge tv bestaat, komt er minder bandbreedte bij de huisgezinnen voor internet. En op langere termijn wordt de introductie van nieuwe diensten bemoeilijkt.

Wil men dat Vlaanderen voorop loopt inzake nieuwe media? Dan moet men vooral geen beperkingen van die aard opleggen. Distributeurs als Belgacom en Telenet worden door de Europese regels en de nationale toezichthouders strikt gereguleerd, zijn verwikkeld in een hevige concurrentiestrijd, ook met (voorlopig bescheiden) nieuwkomers op de markt en staan onder druk van internationale spelers via internet. Bovendien doen zij zware investeringen om het netwerk aan te passen aan de groeiende vraag naar bandbreedte voor omroep en internet. Daarom is het geen goede zaak, noch om hen beperkingen op te leggen, noch om hen te verplichten extra te betalen aan de Vlaamse media . Wat de distributeurs aan de omroepen betalen in Vlaanderen, is al bijzonder hoog in vergelijking met het buitenland. Er is overigens een risico dat extra uitgaven bij de kijkers zullen verhaald worden.

3. De inkomsten van de omroepen. Men kan er niet om heen dat de omroepen (in mindere mate de publieke omroep) moeten leven van de reclame-inkomsten. Een daling daarvan heeft dus onmiddellijk gevolgen voor de kwaliteit en diversiteit van het aanbod. Maar is het de juiste oplossing om het kijkerscomfort te hinderen, de distributeurs onder druk te zetten en de technologische ontwikkelingen af te remmen?

Waar blijft de inventiviteit van de omroepen? De mensen van Woestijnvis schakelen een van hun sterren in om de reclameblokken attractief te maken. Dat getuigt van visie. En wie YouTube volgt weet dat vondsten in publicitaire spots veel kijkers aantrekt. En verder, zijn er geen complementaire inkomsten mogelijk, zoals productplacement en betalende diensten via internet, ondermeer mobiel? Zonder meer de verantwoordelijkheid afschuiven op de kijkers of op de distributeurs getuigt van weinig dynamisme.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud