Advertentie

De ECB ziet (liever) geen deflatie.

De verwachtingen tegenover de centraal bankiers zijn misschien te hoog gespannen, maar ze hebben wel de wapens om deflatie te lijf te gaan.

Door Peter Vanden Houtte

Misschien wordt vandaag de dag te veel verwacht van de centrale banken. Alsof ze met behulp van de geldpers alle problemen zouden kunnen oplossen. Maar als er één probleem is, waar een centrale bank wel degelijk iets vermag, dan is het deflatie. Het was dan ook voor velen een verrassing dat de ECB deze week aankondigde haar beleid ongewijzigd te laten, hoewel de deflatiedreiging is toegenomen. Opnieuw een staaltje van bijziendheid in Frankfurt?

De inflatie bedraagt momenteel amper 0.7 procent in de eurozone, terwijl de doelstelling van de ECB op middellange termijn net onder 2 procent ligt. Maar een lage inflatie is daarom nog geen deflatie. Deflatie is een toestand van veralgemeende en voortdurende prijsdalingen. Zelfs een negatief inflatiecijfer hoeft niet op deflatie te wijzen. Een daling van de olieprijzen die de inflatie in de rode cijfers duwt, is zelfs een goede zaak. Gezinnen zullen immers minder moeten spenderen aan ingevoerde energie, waardoor meer koopkracht overblijft. Laat het nu net de energieprijzen zijn die op dit ogenblik een belangrijk neerwaarts effect uitoefenen op de inflatie. Tot zover geen vuiltje aan de lucht. Dat neemt niet weg dat ook de andere componenten van de consumptiekorf heel zwakke prijsstijgingen vertonen.

Pas als dalende prijzen de hele economie in de greep zouden krijgen, wordt het een probleem. Want dan is er veel kans dat het nominale nationale inkomen krimpt, wat zeer vervelend is op een ogenblik dat de meeste Europese economieën nog met een zware schuldenlast kampen. Deflatie maakt de schuldenlast in termen van het inkomen immers zwaarder. De evolutie van de bbp-deflator, die de prijzen van alle goederen en diensten reflecteert, is eerder laag, maar zeker nog niet negatief in de eurozone. In het derde kwartaal bedroeg de jaar-op-jaarstijging 1.3 procent, terwijl deze sinds de start van de muntunie gemiddeld 1,7 procent bedroeg. Niet echt verontrustend als je weet dat de jaarlijkse deflatorstijging in Japan over dezelfde periode op gemiddeld -1.2 procent uitkwam.

Divergentie

Het probleem is echter dat in sommige perifere landen de stijging van de bbp-deflator tot een te laag peil is teruggevallen. Amper 0,4 procent in Spanje. Griekenland kampt zelfs met een negatieve evolutie. Dat heeft te maken met het feit dat die landen grote inspanningen moesten doen om concurrentiekracht terug te winnen, waardoor de lonen ook onder neerwaartse druk kwamen te staan. De perifere landen kampen echter ook met de grootste schuldproblemen. Dan is deflatie natuurlijk puur vergif. Dus zelfs al blijft de eurozone als geheel uit de greep van het deflatiespook, dan moet er in sommige landen niet veel gebeuren om in een deflatoire spiraal verzeild te geraken. Het probleem van de ECB is dat ze de rente voor de hele eurozone bepaalt en die is niet noodzakelijk voor elk individueel land ideaal. Volgens onze berekening van de Taylor-regel, is vandaag de optimale beleidsrente in de eurozone 0 procent. Daar zitten we vlakbij. Voor Duitsland geeft dezelfde berekening echter een optimale rente van 3 procent, terwijl Spanje idealiter een beleidsrente van 4 procent nodig heeft.

Bidden

In zijn beroemde speech uit 2002 ‘Deflation, making sure it doesn’t happen here’ schrijft Ben Bernanke deflatie vooral toe aan een forse daling van de vraag, die producenten verplicht om de prijzen te verlagen. Op dat vlak hoopt de ECB dat het herstel zich zal doorzetten, ook in de perifere lidstaten, zodat die neerwaartse druk op de prijzen verdwijnt. Maar als de crisis in de groeilanden het herstel ook hier doet stokken, zal de ECB kleur moeten bekennen. Met een rente die nu al 0 procent benadert, is er op dat vlak niet veel ruimte meer. Bernanke reikte in 2002 al een aantal opties aan: het geld in omloop verhogen door activa op te kopen, desnoods ook overheidsobligaties. Hij had waarschijnlijk nooit gedacht dat hij zijn eigen advies ooit in de praktijk zou moeten brengen.

Maar nu staat de ECB, die traditioneel een grotere orthodoxie predikt, misschien ook voor die keuze. Draghi liet in Davos al een ballonnetje op: de ECB zou geëffectiseerde bankkredieten kunnen opkopen en deze week liet hij verstaan dat het goed zou zijn indien die markt zich verder zou ontwikkelen. Er moet immers iets te kopen vallen. Maar stilletjes hoopt de ECB dat het nooit zover zal moeten komen. De eurozone is immers niet één land, waardoor er onmiddellijk een moeilijke discussie zou volgen over de verdeelsleutel van de aankopen. Bovendien dreigt in Duitsland dan weer klacht bij het grondwettelijk hof te worden ingediend.

Een minuscule renteverlaging lijkt dan toch nog waarschijnlijker, al zal dat niet veel zoden aan de dijk zetten. Voorlopig wacht de ECB echter af, biddend dat het economisch herstel zal doorzetten. Het valt maar af te wachten of bidden zal volstaan.

Peter Vanden Houtte is Chief Economist bij ING Belgium

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud