Advertentie

De economie in 2014 zit tussen hoop en vrees.

Zal de groei in de wereldeconomie terugkeren en zal China zijn groei kunnen volhouden? Zullen vaccins de wereld beter maken? Georges Soros, Bill Gates, Jean-Marc Ayrault, Niall Ferguson en Christine Lagarde geven hun visie in de vijfdelige reeks ‘De wereld in 2014’. Vandaag de laatste aflevering.

Door Christine Lagarde

De wereldeconomie is dit jaar blijven hangen tussen hoop en vrees. Terwijl het herstel in een aantal geavanceerde economieën steeds meer vaart lijkt te krijgen, is de wereldeconomie nog niet op stoom. En dat lijkt in 2014 zo te blijven. De laatste voorspellingen van het Internationaal Monetair Fonds (IMF) stellen de mondiale bbp-groei in 2014 op 3,6 procent. Dat is redelijk, maar beneden de potentiële groei rond 4 procent. De wereld kan dus nog aanzienlijk meer banen scheppen zonder de inflatiedruk te verhogen.

Er staat de leden van het IMF - of ze nu geavanceerde economieën, opkomende markten of ontwikkelingslanden zijn - dus nog veel te doen. Een sterk en blijvend herstel dat alle landen en alle mensen vooruit helpt, vereist van beleidsmakers om op alle fronten door te zetten: fiscaal, structureel en financieel. Tegelijk moet de internationale gemeenschap haar inspanningen vergroten om de samenwerking in de G20, het IMF en andere instellingen te versterken. Alleen door dat soort samenwerking kunnen we het voortdurende effect van de mondiale crisis te boven komen.

We hebben de jongste vijf jaar zeker het ergste scenario weten te vermijden dankzij de inspanningen van beleidsmakers wereldwijd, in het bijzonder door de vastberadenheid van centrale banken om de mondiale rentetarieven laag te houden en het financiële systeem te ondersteunen, samen met fiscale stimulansen in bepaalde landen. Maar de tijd is gekomen om door te duwen, onder andere door de ruimte te gebruiken die gecreëerd is door onconventioneel monetair beleid om structurele hervormingen te implementeren die de groei kunnen aanjagen en banen creëren.

Wat in geavanceerde economieën gebeurt, is cruciaal voor de vooruitzichten wereldwijd. En ondanks hun recente betere prestaties blijft het risico op stagnatie en deflatie groot. Centrale banken moeten pas terugkeren naar conventioneler monetair beleid als een sterke groei goed verankerd is.

De VS zijn lang de motor van de wereldeconomie geweest en de consumentenvraag is er weer groter geworden. Maar de echte uitdagingen komen nog. Het is bijvoorbeeld van levensbelang dat beleidsmakers een vervolg geven aan de onlangs afgesloten budgetovereenkomst en de politieke worsteling over de financiële toekomst van het land beëindigen. Een grotere zekerheid over de richting van het beleid zou de groei kunnen herstellen naar een niveau dat de gehele wereldeconomie uit het slop zou trekken.

Europa staat ook op een belangrijk kruispunt. De eurozone laat eindelijk tekenen van herstel zien, maar de groei is ongelijk en onevenwichtig. Terwijl veel landen het goed doen, blijft de vraag over het algemeen zwak en de werkloosheid in de periferie hardnekkig hoog, vooral onder jongeren.

Een punt van onzekerheid voor Europa is de gezondheid van de banken. De stresstesten die eraan komen en de controle van de kwaliteit van activa kunnen het vertrouwen helpen te herstellen en de financiële integratie bevorderen, maar alleen als ze goed worden uitgevoerd. Europa moet ook de vraag groter doen worden, zijn financiële en fiscale architectuur versterken en structurele hervormingen doorvoeren om duurzame groei en het creëren van banen te verzekeren.

De jongste vijf jaar zijn de opkomende markten de voorhoede van het economisch herstel geweest. Samen met ontwikkelingslanden zijn ze verantwoordelijk geweest voor driekwart van de mondiale bbp-groei. Maar het momentum van deze economieën is in 2013 vertraagd, toen onzekerheid over de timing van de normalisering van het monetair beleid van de VS samenviel met twijfels over de duurzaamheid van hun groeitraject.

Terwijl de ergste angsten zijn weg-geëbd, krijgen de opkomende economieën te maken met nieuwe beleidsuitdagingen. In antwoord op een kleinere vraag moeten beleidsmakers op hun hoede zijn voor financiële excessen, vooral in de vorm van activabubbels of stijgende schulden.Ze moeten zich ook concentreren op het versterken van de financiële regulatie, om kredietcycli en geldstromen effectiever te beheersen en om nieuwe fiscale bewegingsruimte te creëren.

Terwijl de uitdagingen van land tot regio verschillen, moeten de komende jaren veel gemeenschappelijke problemen worden aangepakt. Te veel landen worstelen met een erfenis van hoge staats- en privéschulden, onevenwichten in de begroting en op lopende rekeningen, en groeimodellen die niet genoeg banen genereren. De internationale gemeenschap moet ook de hervormingen van de regelgeving voltooien die nodig zijn om een veiliger financieel systeem te creëren.

Dit zijn geen abstracte uitdagingen. Alleen door ze aan te pakken kunnen we ons verzekeren van welvaart in een tijd dat miljarden mensen een groeiende ambitie hebben om banen te vinden, om uit de armoede te komen en om op een dag tot de mondiale middenklasse te behoren. In 2014 moeten we stappen doen die die droom kunnen realiseren. Het IMF is toegewijd om samen met zijn 188 lidstaten de beleidsmaatregelen te definiëren en te implementeren die de motor van de groei kunnen doen draaien, en om iedereen naar een hernieuwde welvaart te tillen.

© Project Syndicate

Christine LagardeDirecteur van het Internationaal Monetair Fonds

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud