opinie

De FIFA heeft geen monopolie op slecht bestuur

Leuven International and European Studies

Uit onderzoek blijkt dat tal van internationale sportfederaties slecht bestuurd worden, de FIFA is geen uitzondering.

Arnout Geeraert, Leuven International and European Studies

©RV DOC

Begin deze week liet sjeik Ahmad Al-Fahad Al-Sabah, een van de hoofdrolspelers in het hervormingproces in de Wereldvoetbalbond (FIFA), optekenen dat de organisatie niet van plan is de ambtstermijnen voor haar bestuurders te beperken in de tijd. Dergelijke uitspraken zijn koren op de molen van degenen die overtuigd zijn dat geen enkele sportfederatie slechter wordt bestuurd dan de FIFA. De voetbalsport kan enkel en alleen gered worden door een algehele tabula rasa in die organisatie, zo wordt gedacht, geschreven, en zelfs geroepen. Wat dat dan juist zou moeten inhouden, en wie daarvoor moet instaan, wordt doorgaans minder overtuigend bepleit.

Ook wordt opvallend gezwegen over de andere internationale sportfederaties, waardoor de FIFA de uitzondering op een regel van goed bestuur lijkt te zijn. Toch zijn corruptie en bestuursfalen allerminst het voorrecht van de FIFA, integendeel. Enkele voorbeelden illustreren dat. Tamas Aján, 15 jaar lang voorzitter van de internationale federatie voor gewichtheffen, heeft geen verklaring voor het verdwijnen van 5 miljoen euro steungeld van het Internationaal Olympisch Comité. Ruben Acosta verwierf 33 miljoen dollar aan persoonlijke commissie tijdens zijn 24 jaar lange voorzitterschap van de internationale volleybalbond. Hassan Moutapha gaf zichzelf een royale salarisverhoging van 500 procent als voorzitter van de handbalfederatie. De lijst der Blatterianen is lang. Maar dat er duidelijk iets schort aan het bestuur van internationale sportfederaties blijkt eens te meer uit een systematische doorlichting van de 35 olympische federaties.

Op zoek naar goed bestuur

Politici hebben sport lang beschouwd als een vrijetijdsactiviteit, niet als een internationale business met een enorme sociaal-economische impact.

Deze doorlichting toont aan dat de interne structuren van vrijwel al deze federaties nog steeds een weerspiegeling zijn van de amateuristische tijdsgeest waarin ze werden opgericht. Een gebrek aan solide interne structuren vormt de ideale voedingsbodem voor corruptie, machtsconcentratie en ineffectief bestuur. De sportsector loopt hier lichtjaren achter op andere sectoren. Internationale sportorganisaties hebben lange tijd genoten van een vergaande autonomie. Politici hebben sport lang beschouwd als een vrijetijdsactiviteit, niet als een internationale business met een enorme sociaal-economische impact. Amateurisme was in die zin zelfs een deugd. Sport was en is een zaak van vrijwilligers die zich het recht voorbehouden om zich te verenigen in organisaties zonder dat de overheid zich er te veel mee bemoeit, klinkt het ook vandaag nog vaak bij veel federaties.

Die stelling houdt uiteraard weinig steek. We verwachten dat onze zwemclub of voetbalvereniging goed gerund wordt. Mogen we daarom ook niet verwachten dat internationale sportorganisaties goed bestuurd worden, temeer omdat deze organisaties een aantal belangrijke functies vervullen? Ze vaardigen afdwingbare regels uit en zorgen zo voor het brengen van orde en structuur in een steeds complexer wordende sportwereld. Doping, malafide makelaars, witwaspraktijken, match-fixing, gebrek aan duurzaamheid, enzovoort. Geen enkele autoriteit kan deze mistoestanden bestrijden zonder de hulp van internationale sportfederaties. Maar zonder goed bestuur zijn deze organisaties niet in staat om adequaat op te treden.

Algehele malaise

Federaties die openstaan voor goed bestuur missen vaak duidelijke richtlijnen om algemene en vaak vage principes van goed bestuur praktisch te vertalen. Om die reden werd de Sports Governance Observer (SGO) ontwikkeld in opdracht van de Deense NGO Play the Game. Dat benchmarkinginstrument maakt een correcte

inschatting van de stand van zaken mogelijk en opent bovendien de weg voor het formuleren van concreet en gericht beleidsadvies.

De 35 olympische internationale sportfederaties werden systematisch doorgelicht aan de hand van de SGO. Aan elke federatie werd een score toegekend - de SGO- index - op basis van de kwaliteit van het bestuur. Daarbij werd rekening gehouden met democratische processen, transparante besluitvorming, interne controlesystemen en sociale verantwoordelijkheid. Hoe hoger deze score, hoe kwaliteitsvoller de interne structuren. De resultaten zijn vrij ontnuchterend. Ze wijzen op ernstige tekortkomingen in alle federaties. De federaties zijn doorgaans weinig transparant, zeker met betrekking tot procedures voor het toekennen van belangrijke evenementen. Maar ze missen ook interne controlesystemen zoals goed functionerende ethische en auditcommissies. Daarenboven kennen ze ambtstermijnen die onvoldoende gelimiteerd zijn. De toestand is zelfs zorgwekkend te noemen. De gemiddelde SGO-index bedraagt amper 45/100. 26 federaties scoren lager dan 50/100. Eveneens opvallend: de internationale federatie voor paardensport (FEI) behaalde de beste score (75/100) en wordt op de voet gevolgd door, jawel, de FIFA (68/100).

De relatief hoge score voor de FIFA neemt niet weg dat men terecht verontwaardigd is over de malaise in de organisatie. De FIFA heeft de voorbije drie jaar belangrijke hervormingen doorgevoerd zoals een (op papier) goed functionerende ethische commissie. Maar de SGO wijst ook op ernstige tekortkomingen, zoals het gebrek aan gelimiteerde ambtstermijnen en een weinig transparante en objectieve procedure voor de toekenning van de organisatie van het WK voetbal. De organisatie doet het echter beter dan de overgrote meerderheid van de internationale sportfederaties.

Laten we ons dus vooral niet blindstaren op de vaak mediagenieke problemen bij de FIFA: alle internationale sportfederaties moeten dringend de kwaliteit van hun intern bestuur drastisch verbeteren. En voor de FIFA betekent dat zonder meer het invoeren van gelimiteerde ambtstermijnen.

Door Arnout Geeraert, post-doctoraal onderzoeker aan Leuven International and European Studies (@kuleuvenlines). Hij ontwikkelde in opdracht van Play the Game de Sports Governance Observer, een benchmarkinginstrument voor goed bestuur in internationale sportfederaties.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud