De overdracht van bevoegdheden moet snel gebeuren

©Sofie Van Hoof

De experts in het schaduwkabinet van De Tijd fileren de Belgische politiek, blikken vooruit naar 2014 en geven hun advies over wat moet veranderen na de verkiezingen van 25 mei. Ditmaal Bea Cantillon, schaduwminister van Sociale Zaken en Pensioenen

De volgende regering moet werk maken van een betere verdeling van de welvaart, binnen en tussen de generaties. De tijd is gekomen voor een grote pensioenhervorming: onze oudedagsvoorzieningen moeten rechtvaardiger en zekerder worden. Binnen de groep van de actieven moet de aandacht prioritair gaan naar de gezinnen met kinderen waar niemand aan het werk is. De armoede bij die gezinnen neemt gestaag toe en heeft een verontrustend hoog niveau bereikt. Toen het nog goed ging, hebben ze nauwelijks profijt gehaald uit de toen forse tewerkstellingsgroei. Vandaag worden ze het hardst getroffen door de crisis.

In ongeveer 10 procent van de gezinnen heeft niemand werk. We investeerden in onderwijs, in de strijd tegen werkloosheidsvallen, in een actief arbeidsmarktbeleid, in het continu verlagen van de arbeidskosten en in het verstrengen van de rechten op werkloosheidsuitkeringen. Maar het percentage gezinnen waar niemand aan het werk is, daalde nauwelijks. Voor zij die aan de rand van de arbeidsmarkt staan, is de sociale zekerheid bovendien minder doelmatig geworden: de toegang werd strenger en het niveau van de uitkeringen is gedaald.

Onze welvaartsstaat is minder herverdelend geworden omdat de omgeving weerbarstiger is geworden. Dat hangt in belangrijke mate samen met het feit dat de welvaart verschuift naar andere delen in de wereld. Wereldwijd groeien welvaart en vrijheid. We moeten dat zien als een fantastische vooruitgang van de mensheid. Maar bij ons zet het de laagproductieve arbeid onder druk en daarmee de hele onderkant van de samenleving. In combinatie met de vergrijzing moet onze welvaartsstaat daarom steeds harder werken: de afhankelijkheid van de sociale zekerheid neemt toe en de uitgaven zullen stijgen.

We groeien bovendien trager, waardoor herverdelen moeilijker wordt. En we moeten met z’n allen meer werken voor een relatief kleine groei. Van de weeromstuit dreigen de hardwerkenden zich te keren tegen diegenen die niet kunnen volgen. De reactie dreigt dan te zijn: ‘Het is de schuld van de achterblijvers: zij doen hun best niet.’

En dat terwijl er een systeemfalen achter zit. Dat is een gevaarlijke evolutie, zeker als kinderen in het geding zijn. Het leidt tot een gespleten samenleving en het hindert de volle ontwikkeling van de talenten die nodig zijn in een sterk vergrijzende omgeving. Daarom moet dat hét prioritaire aandachtspunt worden van de volgende regering.

Het probleem is dat veel bevoegdheden die cruciaal zijn om daar wat aan te doen - zoals kinderbijslagen, arbeidsmarktbeleid en ouderenzorg - werden overgedragen naar de gemeenschappen en de gewesten. Met de zesde staatshervorming is dat nu wel op papier beklonken, maar in de praktijk zal het nog even duren vooraleer de deelstaten effectief hun eigen beleid kunnen voeren.

De moeilijkheidsgraad van de splitsing wordt schromelijk onderschat. Eerst zullen de gemeenschappen en gewesten in gemeenschappelijk overleg moeten uitmaken wie precies verantwoordelijk zal zijn voor wat. Wie zal de lasten dragen voor kinderen met tegelijk een verblijfplaats in Vlaanderen en een in Brussel? Wie zal welke exportlasten op zich nemen? En hoe zullen de deelstaten omgaan met interne migratie?

Vervolgens zullen de complexe machines die zorgen voor de uitkeringen en de lastenverlagingen moeten worden ontmanteld en veilig overgedragen worden naar de deelstaten. Dat belooft geen gemakkelijke klus te worden. Computerprogramma’s zullen herschreven moeten worden en zeer veel dossiers zullen manueel herbekeken moeten worden.

Zolang dat alles niet is geregeld zullen de gemeenschappen en de gewesten bitter weinig kunnen doen met hun nieuwe bevoegdheden. Er dreigt dus immobilisme voor vele jaren. Dat kunnen we ons niet veroorloven. Ofschoon de federale regering niet meer bevoegd is, zal ze wel het overleg tussen de deelstaten moeten organiseren en coördineren. En de federale instellingen zullen de overdracht moeten realiseren. Het zou goed zijn mocht de volgende regering een veranderingsmanager aanstellen om die klus zo snel mogelijk te helpen klaren. Geen roemrijke job. Maar wel heel hard nodig.

Bea Cantillon is directeur van het Centrum voor Sociaal Beleid aan de Universiteit Antwerpen.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud