De rulingcommissie onderuithalen helpt ons geen stap vooruit

©Sofie Van Hoof

Een aantal fiscalisten beweert dat de Rulingcommissie zich niet kan uitspreken over de antimisbruikbepaling. Daarmee ondergraven ze haar nut, dat erin bestaat zekerheid te bieden. Bovendien lijken hun argumenten bij het haar getrokken.

Door Ellen Cleeren, redactrice bij De Tijd

Er gaat geen week voorbij zonder dat een ondernemer in de media klaagt over de rechtsonzekerheid in België. De Rulingcommissie - voluit de Dienst Voorafgaande Beslissingen in fiscale zaken - is precies in het leven geroepen om althans een deel van die onzekerheid een halt toe te roepen. Alle belastingplichtigen - particulieren en ondernemingen - kunnen er terecht met de vraag of een geplande constructie fiscaal door de beugel kan. Als de Rulingcommissie groen licht geeft, dan heeft de belastingplichtige de zekerheid dat de belastingadministratie de constructie niet zal betwisten.

Enkele fiscalisten - met professor Marc Bourgeois (Universiteit van Luik) op kop - beweert nu dat de Rulingcommissie zich niet kan uitspreken over de antimisbruikbepaling die staatssecretaris voor Fraudebestrijding John Crombez (sp.a) twee jaar geleden in het leven heeft geroepen. Bourgeois verwijst naar een arrest van het Grondwettelijk Hof van oktober 2013. In dat arrest stelt het Grondwettelijk Hof dat de invoering van de antimisbruikbepaling de fiscus geen carte blanche geeft om in het wilde weg belastingen te heffen en dus dat ze strookt met de grondwet. Het Hof zegt in dat arrest niet dat de Rulingcommissie zich niet over de antimisbruikbepaling kan of mag uitspreken.

Interpretatie

Uitgerekend met het oog op de interpretatie van de antimisbruikbepaling is de Rulingcommissie een nuttig instrument. Of er sprake is van misbruik moet altijd geval per geval worden beoordeeld. En dan kan het voor de belastingplichtige absoluut nuttig zijn om vooraf te horen of de fiscus over de geplande constructie zal struikelen. Tussen haakjes: er is sprake van misbruik als de constructie alleen werd opgezet om belastingen te ontwijken én als ze in strijd is met de bedoelingen van de wetgever. In een eerste periode na het invoeren van de antimisbruikbepaling nam de Rulingcommissie alleen de eerste voorwaarde onder de loep, maar dat is ondertussen en na een tussenkomst van minister van Financiën Koen Geens (CD&V) rechtgetrokken.

Het is stuitend dat de critici van de Rulingcommissie zich in alle mogelijke juridische bochten wringen om hun punt te maken. Volgens Bourgeois is de antimisbruikbepaling ‘een procedureregel’ in de fiscale bewijsvoering. Terecht merkt hij op dat de Rulingcommissie zich niet mag uitspreken over procedureregels en bewijsmiddelen. Maar die procedureregels zijn er vooral op gericht de belastingplichtige te beschermen nadat hij een handeling heeft verricht die door de fiscus wordt aangevochten. In de voorafgaande fase van de Rulingcommissie - dus vooraleer er ook maar enige handeling is gesteld - zijn die proceduregels en bewijsmiddelen niet eens aan de orde. De critici ondergraven een essentiële functie van de Rulingcommissie: zekerheid creëren waar onzekerheid is. Dat is - hoeft het nog gezegd? - cruciaal om (buitenlandse) investeerders aan te trekken.

Het is bekend dat met name de PS achter de schermen vindt dat de bevoegdheid van de Rulingcommissie te ver reikt. Wie nu beweert dat er een probleem is met de beslissingen van de Rulingcommissie, laat zich inschakelen in een pervers politiek spel waar niemand mee gebaat is. Niet de ondernemingen, niet de kleine zelfstandige en evenmin de vele duizenden werkzoekenden die alleen maar kunnen hopen dat bedrijven hier nog willen investeren.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud