De waarheid komt altijd ongelegen

In de politiek geldt vanouds een gulden regel: ‘Wie zonder goede reden de waarheid spreekt, verdient geen medelijden.’ Gewezen NMBS-baas Marc Descheemaecker kan erover meepraten. Nogal wat politici, vooral zij die aan het beleid hebben deelgenomen, beschikken over een doeltreffende deleteknop om de waarheid - die altijd ongelegen komt - te laten verdwijnen.

Naar het voorbeeld van de Parijse Bibliothèque Nationale hadden eertijds alle grote bibliotheken een afdeling die als ‘de hel - l’enfer’ werd bestempeld. Dat was de opslagplaats voor wat elegant curiosa werden genoemd, clandestiene erotische en pornografische werken.

De politiek heeft eveneens een eigen bibliotheekafdeling met verboden of liever verdrongen boeken. Die worden weggesloten in de kasten ‘antipolitiek’ en ‘populisme’. Zo hoeven de aangesproken politici er niet op te antwoorden. Doodzwijgen is overigens een afdoend wapen. Als de media er toch aandacht aan besteden, kan men dit soort boeken altijd wegzetten met het veelgebruikte argument dat het handelt om ‘een uit rancune geschreven amalgaam van halve waarheden en leugens’. En als het echt uit de hand dreigt te lopen, volstaat soms de dreiging met een proces om de auteur terug te sturen naar zijn mandje.

‘Dwarsligger’, het boek van ex-spoorbaas Marc Descheemaecker dat deze week verscheen, is zo’n exemplaar dat erg ongelegen komt voor de partijpolitiek. En vooral voor enkele politici die zich graag bewegen in de politieke flou, door de Franse journalist Pierre Péan ooit treffend omschreven als ‘la République des mallettes’.

Passende discretie

De Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen was altijd een politiek mijnenveld. Ook toen ze nog een onderdeel was van het departement Verkeerswezen. Spoorwegarbeiders en -bedienden werkten ‘aan de staat’. Af en toe werd iets vernomen over een spoorwegaffaire, veelal rond weinig koosjer afgehandelde aanbestedingen. Het Hoog Comité van Toezicht, intussen ook al opgedoekt, boog zich daar dan over. Het resultaat van zulke onderzoeken werd doorgaans met passende discretie behandeld.

Als minister van Verkeerswezen gooide Herman De Croo het in 1986 over een andere boeg. Tot dan was de dagelijkse leiding van de spoorwegen in handen van een directeur-generaal, een topambtenaar, alleen bekend bij ingewijden. De Croo wilde een manager aan de top van de NMBS. En dat werd Honoré Paelinck, oud-student van de zeevaartschool en een oplosser van logistieke problemen.

Jarenlang had Paelinck in het Zaïre van dictator Mobutu Sese Seko de transportmaatschappij Onatra bestuurd. Paelinck, die ook werkte voor de Wereldbank toen die nog werd geleid door de Amerikaanse gewezen minister van Defensie Robert McNamara, was er zelfs in geslaagd de dokwerkers van Matadi naar het werkritme en kwaliteitsniveau van hun Antwerpse collega’s te tillen. Wie jarenlang in het imperium van Mobutu had gefunctioneerd en overeind was gebleven, moest ook de NMBS aankunnen.

Vier maanden duurde het verblijf van Paelinck bij de NMBS, tot de politiek zich ging bemoeien met de benoemingen bij zijn NMBS. Hij werd opgevolgd door Etienne Schouppe. Die was in de spoorwegmaatschappij opgeklommen en bijgevolg vertrouwd met de zeden en gewoonten van het huis.

14.141

In zijn nog ongepubliceerde memoires vertelt Paelinck dat hij bij zijn aantreden meteen de financiële verantwoordelijke bij zich riep. Hij vroeg de man hoe het gesteld was met de financiën van de NMBS. Waarop die hem - duidelijk geschrokken - vroeg waarom hij die informatie nodig had.

De nieuwe spoorbaas legde uit dat hij als hoofd van de spoorwegen wilde weten hoeveel geld op de bankrekeningen stond. De financiële verantwoordelijke reageerde verbijsterd: dit was hem nooit eerder gevraagd. Enkele dagen later kreeg Paelinck een briefje toegestopt met daarop het cijfer 14.141. Het bleek niet te gaan om het bedrag op de rekeningen. De 14.141 stond voor 14 miljard, 141 miljoen frank, de schuld van de NMBS die toen 55.000 werknemers telde. Op die schulden werd in die dagen zo’n 15 procent rente betaald.

Vandaag stopt de Belgische overheid de NMBS jaarlijks 3 miljard euro toe. Toch gaat het autonome overheidsbedrijf, dat geen 35.000 werknemers meer telt, gebukt onder een schuld van ruim 3 miljard euro. Dat is het tienvoud van de schuld ten tijde van Paelinck. Een snelle berekening leert dat elke treinreiziger de Belgische schatkist nagenoeg 13.500 euro kost. En die moet dan zijn ticket of abonnement nog betalen.

Men zou verwachten dat de federale overheid het autonome overheidsbedrijf, waar het jaarlijks miljarden belastinggeld in pompt en dat cruciaal is voor de landelijke economie, als een kasplantje behandelt. Niet dus. Karel Vinck, de voorganger van Descheemaecker aan het hoofd van de NMBS, hield het na twee jaar voor bekeken als gevolg van incidenten met de ministers Johan Vande Lanotte en Didier Reynders. Vincks voorganger Christian Heinzman diende al na een week zijn ontslag in. Frank Van Massenhove, de opvolger van Descheemaecker, begon er zelfs niet aan.

‘Ernstige feiten’

In tijden van liberalisering is de NMBS leiden een ongemeen delicate evenwichtsoefening. Daarbij moeten de belangen van de hoofdaandeelhouder, die de armlastige staat is, van de reizigers en van het spoorpersoneel voortdurend worden verzoend.

De zaak wordt niet vergemakkelijkt door de politieke families die gaandeweg de spoorwegmaatschappij - net als Bpost en Belgacom overigens - gingen beschouwen als hun privéjachtterrein, waar eigen politiek personeel, ongeacht zijn bekwaamheid, op leidende functies kan worden geïnstalleerd. Een van die benoemingen is die van Jean-Claude Fontinoy, ook wel eens de sherpa van Didier Reynders genoemd. Hij werd eind vorig jaar voor zes jaar benoemd als voorzitter van de nieuwe NMBS. Opmerkelijk, want Fontinoy werd destijds door de NMBS ontslagen wegens ‘ernstige feiten’.

Zo keerde Michel Bovy, gewezen vakbondsafgevaardigde bij de NMBS, na zijn pensioen en na een ommetje langs het kabinet van voogdijminister Inge Vervotte terug naar de spoorwegmaatschappij, maar dit keer als directeur van de dienst strategie en coördinatie, met vorstelijke emolumenten.

De NMBS blijkt wanneer nodig ook een geldautomaat voor verkiezingsstunts, zoals het uitdelen van Go Passes aan 16jarigen. Of, zoals in 2005, voor het vullen van een begrotingsgat van 300 miljoen euro, een bedrag dat de NMBS moest lenen. Vandaag beweert minister Johan Vande Lanotte dat zonder die ingreep, waarbij de staat de pensioenlast zou hebben overgenomen, het budget van de NMBS werd opgepeuzeld. Dat is vreemd, want sinds 1991 werd de overheid door een Europese directieve verplicht de pensioenen van het spoorwegpersoneel te betalen. De NMBS had niet eens een pensioenfonds.

Intussen werd de NMBS verder geschaad, niet alleen door de wanverkoop van de pakjesdienst ABX aan het Britse investeringsfonds 3i - de grootste treinroof ooit, maar ook door de cluster van vennootschappen rond het overheidsbedrijf. Want die krijgen vooral de baten van de NMBS-investeringen, en zijn bovendien uitgelezen plekken waar politiek en bedrijfsleven elkaar vinden, ongecontroleerd door het parlement. Al jaren tracht Herman De Croo in dat kluwen klaarheid te krijgen. Maar dat lukt hem niet.

In zijn reactie op het boek van Descheemaecker voerde vicepremier Johan Vande Lanotte een aantal argumenten aan voor zijn veto tegen diens herbenoeming. Descheemaecker zou de schulden niet onder controle hebben gekregen en zou geen visie hebben gehad op het binnenlands reizigersvervoer. De minister deed er bijna tien jaar over om tot dat besef te komen. Doorgaans is hij sneller van begrip.

Het echte verhaal van de NMBS, verteld door Descheemaecker, is dat van de stuitende slordigheid waarmee de federale staat met zijn activa omspringt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud