opinie

De Wever en de N-VA bedrijven gewoon politiek op een oer-Belgische wijze.

Bart De Wever een dictator die het in alles voor het zeggen heeft? Hij richt zich nochtans gewoon op het regeerakkoord, in elke legislatuur de bijbel en het richtsnoer voor de regering. En dat de politiek van de N-VA haaks zou staan op de traditie van het compromis, is onzin.

Door Bart Maddens

©JOURET

Er wordt dezer dagen nogal wat onzin verkondigd over de N-VA en de regeringMichel. Zo schreef Bart Eeckhout vorig weekend in De Morgen dat de N-VA ‘besmet is met een soort van meerderheidsdenken: het idee dat een democratisch gelegitimeerde meerderheid zonder veel omkijken haar koers mag uitstippelen. Dat is een Angelsaksische politieke filosofie die evenwel haaks staat op onze traditie van compromisvorming.’ En dinsdag vergeleek Yves Desmet De Wever met een dictator, omdat die in antwoord op een vraag over de bedrijfswagens verklaarde dat de meerderheid zich aan het regeerakkoord zal houden.

In werkelijkheid is er niets Angelsaksisch of dictatoriaals aan het optreden van de N-VA. De partij bedrijft gewoon politiek op een oer-Belgische wijze. Een aantal partijen vormt een meerderheid op basis van een compromis dat zijn neerslag krijgt in een gedetailleerd regeerakkoord. Dat akkoord vormt vervolgens de bijbel die gedurende de hele legislatuur het richtsnoer is voor de regering. Het zou pas opzienbarend zijn mocht De Wever het omgekeerde zeggen en het belang van het regeerakkoord relativeren.

Het is ook nogal grotesk om te beweren dat de politiek van de N-VA haaks op de traditie van compromisvorming staat. Nog vóór de onderhandelingen goed en wel waren begonnen, heeft de partij haar communautaire corebusiness in het diepvriesvak gestopt. Men is dat ondertussen als de normaalste zaak van de wereld gaan beschouwen. Maar bij de Vlaams nationalistische achterban blijft het een bittere pil om te slikken, temeer omdat het twijfelachtig is of er na 2019 wel een grote staatshervorming mogelijk zal zijn.

Bovendien vrezen de radicale flaminganten dat de N-VA zich in de macht zal nestelen en geleidelijk zal vervellen tot een Belgische systeempartij. Dat Siegfried Bracke op koningsdag de monarchie ophemelde als een garantie voor de stabiliteit van het land, heeft die vrees alleen maar aangewakkerd. Iemand als Jan Jambon blijkt dan weer veel resistenter voor Belgianisering. Getuige zijn uitlatingen bij KVHV-Antwerpen. Hoe dan ook, alleen al door akkoord te gaan met een communautaire standstill van minstens vijf jaar heeft de N-VA zichzelf tot kampioen van het Belgische compromis gekroond.

Daar komt bij dat de partij ook op haar sociaal-economische programma belangrijke toegevingen heeft gedaan. Het resultaat is een beleid dat - volgens Elio Di Rupo (PS) - voor 70 procent gelijkloopt met dat van de tripartite. En nu zou de N-VA nog eens moeten terugkrabbelen op die resterende 30 procent, zogenaamd uit respect voor de Belgische traditie van consensus en overleg.

Het is in België de normale praktijk dat de regering een brute meerderheids - logica hanteert en haar beleid doordrukt zonder rekening te houden met de oppositie.

Die traditie is echter grotendeels imaginair. Het is in België de normale praktijk dat de regering een brute meerderheidslogica hanteert en haar beleid doordrukt zonder rekening te houden met de oppositie. Dat geldt evengoed voor kwesties die te maken hebben met de fundamentele breuklijnen van de Belgische politiek.

De euthanasiewetgeving is niet het resultaat van een compromis tussen katholieken en vrijzinnigen. Ze werd goedgekeurd tegen de katholieke minderheid in. En voor de omstreden zesde staatshervorming was er in Vlaanderen maar een flinterdunne meerderheid. Het hevige protest van de Vlaamsgezinde oppositie, die 47 procent van de kiezers vertegenwoordigde, werd zonder meer opzijgeschoven. Ook het cordon sanitaire illustreert mooi hoezeer de Belgische politiek wordt bepaald door de wet van de meerderheid. Zolang het Vlaams Belang geen absolute meerderheid haalt, moeten we er geen rekening mee houden, luidde het steevast. Van enige vorm van overleg met die belangrijke minderheid is nooit sprake geweest.

Het argument dat een meerderheid in het parlement niet zomaar haar ding mag doen en naar een brede maatschappelijke consensus moet zoeken, geldt blijkbaar enkel voor het economische beleid. Maar stel je eens voor dat er vandaag een centrumlinkse regering aan de macht was die een toename van de overheidsuitgaven financierde met een forse vermogensbelasting. Zouden diezelfde herauten van het overleg dan even luid moord en brand schreeuwen? Zouden ze eisen dat daarover een consensus moet bestaan tussen werkgevers en werknemers? Zouden ze het even ongehoord vinden dat die centrumlinkse regering zomaar regeert zonder omkijken?

De vraag stellen is ze beantwoorden. Het heilige principe van de consensusdemocratie wordt duidelijk zeer selectief toegepast, en lijkt vooral een linkse ideologische agenda te verbergen. Of het zou moeten zijn dat een linkse oppositie meer impact kan en mag hebben op het beleid omdat ze beschikt over stoottroepen in de vorm van vakbonden. Maar een parlementaire meerderheid die toegeeft aan de chantage van politieke stakingen en straatgeweld, dat lijkt ook niet direct het summum van democratie.

Bart Maddens is politocoloog aan de KULeuven

Lees verder

Gesponsorde inhoud