Deze twijfels vertroebelen het zicht van de twintigers

©Kristof Van Accom

Een decennium van innovatie en welvaart is aangebroken. En toch voelen wij, 15 twintigers van de redactie van De Tijd, ons somber. Welke twijfels vertroebelen ons zicht?

Twintig twintig. Het gaat uitstekend met de wereld. Vooruitgangsoptimisten slaan ons om de oren met statistieken: nooit eerder leefden we zo lang, zo goed en zo gezond. Maar het vergaderzaaltje dat wij, leden van de zogenaamde generatie van de toekomst, op een decembermiddag inpalmen, vult zich al snel met somberte. ‘De feiten spreken voor zich: de kans op een recessie is groot.’ ‘Ik zie meer uitdagingen dan oplossingen.’ ‘Zijn wij niet de eerste generatie die het slechter zal hebben dan onze ouders?’

Hoe kijken wij als twintigers naar de jaren twintig? Dat is het opzet van onze bijeenkomst. Een uurtje visies vergelijken en tendensen vatten, dat levert beslist vuurwerk op, was het idee. De oudere generatie dacht: ‘Uit dat zaaltje komt straks een bende optimistische whizzkids, hoopvol en ambitieus, klaar om een nieuw tijdperk te betreden.’ Niet dus. ‘Het vooruitgangsoptimisme ligt minder voor de hand als gedacht. Wij zijn zogezegd de beloofde generatie, en hier klinkt het alsof niemand de toekomst ziet zitten.’

Het gevoel van onzekerheid blijft niet beperkt tot een kritisch clubje journalisten. ‘Mijn vrienden en ik praten op café over de vrees dat we geen huis meer kunnen betalen.’ Rendement en investeringen zijn een thema. ‘Wij vragen elkaar raad over cryptomunten’, zegt iemand. Maar die wordt snel gecounterd. ‘In mijn omgeving ligt niemand daar wakker van. We zijn vooral bezorgd om echte centen.’

De sombere vooruitzichten zijn ook niet typisch voor Belgische twintigers. Studies leren dat ze zich manifesteren bij jongeren wereldwijd. Maar 25 procent van hen ziet de economische situatie verbeteren in 2020. Dat percentage was nooit lager dan 40. ‘De economie groeit al tien jaar, dat kan niet blijven duren’, is de redenering.

Verrassend conservatief

Als we onze twijfels in zes vragen vatten, stellen we vast dat we verrassend conservatief zijn. We zijn nieuwkomers op de arbeidsmarkt, en toch maken we ons zorgen over ons pensioen. De combinatie van een groeiende vergrijzing en een benarde budgettaire situatie voedt de angst dat de pot over veertig jaar leeg zal zijn.

Het beeld van de onthechte millennial die van reis tot reis leeft, lijkt ver weg. ‘Jonge mensen zouden meer belang hechten aan beleving, maar ik wil toch ook graag een huis hebben’, zegt iemand. Waarop een ander, schamper: ‘Niet moeilijk in tijden van bodemrente op spaarboekjes. Je krijgt constant te horen dat vastgoed de enige weg is naar rendement.’

En de economie die draait op diensten in plaats van bezit - denk aan de opmars van muziekabonnementen, autodelen, woonplatformen en series streamen? Daar wil niemand van ons het echt over hebben.

Deze zes vragen houden de twintigers van De Tijd wakker aan het begin van dit nieuwe decennium. Ze onderzochten of hun zorgen terecht zijn. U vindt het antwoord hier

Zelfs technologie is geen evidentie voor de ‘digital natives’ die we zijn. Hoewel we met onze smartphone zijn vergroeid, hebben ook wij twijfels over artificiële intelligentie. ‘Algoritmes die bepalen welke sollicitant de job krijgt, ik begrijp dat mensen dat oneerlijk vinden.’ Het enthousiasme over innovatieve ontwikkelingen houdt op als dat betekent dat robots onze jobs overnemen.

Technologie is niet de enige bedreiging op de werkvloer. Net als de rest van het Westen voelen we de hete adem van de Chinezen in de nek. ‘De tijd waarin China niet op het wereldtoneel meespeelde, is al lang voorbij en economische expansie dekt de lading niet meer. Dominantie is meer op zijn plaats.’ Door recente investeringsgolven rijst de vraag: werken we straks allemaal voor Chinese bazen?

‘Dat belooft weinig goeds als je naar de Chinese arbeidscultuur kijkt. Een work-lifebalance kennen ze daar niet.’ En welzijn is hier nu al een kopzorg. Driekwart van de jongeren heeft stress- en burnoutklachten. 30 procent voelt zich vaak eenzaam, bij de babyboomers is dat 15 procent. Dat maakt de socialemediageneratie de eenzaamste ooit.

En natuurlijk is er het klimaat, de nobrainer onder de bezorgdheden. ‘Dat de planeet naar de knoppen zou zijn, is een dooddoener. Maar wij moeten hoe dan ook het probleem oplossen.’

Sentimenten en feiten

Waarom zijn we als ‘beloofde generatie’ cynisch als het over de toekomst gaat?

Die vragen doen wenkbrauwen fronsen. Na onze passage in het vergaderzaaltje gonst het op de redactie: ‘Onze twintigers zijn depressief.’ Dat ontlokt ook de bedenking dat elke generatie die volwassen wordt zich zorgen maakt. Collega’s die jong waren in de jaren zeventig voelden de impact van de oliecrisis. Diegenen die jong waren in de jaren tachtig trokken de straat op om te protesteren tegen raketten en kernwapens.

Zijn we als westerse jongeren dan eerder een klaaggeneratie, verwend door welvaart en verwaand door kennis? Of zijn onze angsten terecht? Is een eigen huis echt onhaalbaar geworden? Krijgen we geen pensioen meer? Komen robots werkelijk onze jobs afpakken? Gaan de Chinezen onze economie domineren? Gaan we straks gebukt onder angststoornissen en depressies? Is het klimaat niet meer te redden?

De antwoorden zijn genuanceerder dan de vragen. Statistieken liegen niet: het gaat steeds beter met de wereld. De huizenprijzen zijn gestegen, maar de lonen ook. En een historisch lage rente maakt lenen goedkoop. Het Belgische pensioensysteem is te verankerd om zomaar op de schop te gaan. Automatisering gaat gepaard met extra jobs en de Chinezen komen onze bedrijven niet herstructureren, ze zijn uit op expertise om in hun economie te implementeren. Als we straks allemaal naar de psycholoog moeten, zal dat eerder zijn om ons alcoholgebruik te bespreken dan onze mentale toestand. En de écht zware gevolgen van de klimaatcrisis zijn pas te merken bij de generaties na ons. Met het nodige beleid kan de opwarming van de aarde nog min of meer worden gecontroleerd.

De data kunnen het doemdenken dan wel ontkrachten, het subjectieve gevoel blijft echt: het is donker bij de nieuwe lichting. Feiten bieden geen verklaring voor sentiment. Maar toch even dit: hoewel het spectrum breed is - het gaat om iedereen geboren tussen 1981 en 1999 - zijn de meeste millennials opgegroeid met de woorden ‘financiële’ en ‘crisis’. Wie tussen 2008 en 2013 afstudeerde, kwam in volle bankencrisis op een moeizame arbeidsmarkt. ‘Wij, leden van de meest hoogopgeleide generatie ooit, hadden het idee dat we nooit aan een job zouden geraken. Achteraf gezien viel dat mee, maar dat kreeg je toen niet uitgelegd.’

Een coming of age met een recessie als decor laat sporen na. Maar volwassen worden betekent ook nuchter naar de feiten leren te kijken. En zo spoelen achtergebleven twijfels weer weg.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud