opinie

Duitsland oogst wat het zaaide in Europa

hoogleraar internationale politieke economie aan de Johns Hopkins Universiteit in Washington, DC.

Duitsland krijgt vandaag de rekening gepresenteerd van een gebrek aan solidariteit tijdens de eurocrisis.

Tegen de verwachtingen in kwam dinsdag vrij snel witte rook uit de schouwen van het Berlaymontgebouw in Brussel. Habemus een Europees gasplan! Ursula von der Leyen, de Duitse voorzitter van de Europese Commissie, was er als de kippen bij om het bericht de wereld in te sturen dat Europa een gemeenschappelijk engagement aanging om de vraag naar gas met 15 procent te verminderen. 'De EU heeft de fundamenten gelegd voor de onontbeerlijke solidariteit tussen de lidstaten in het licht van de energiechantage van Poetin', stelde ze.

Als voormalig Duits minister van Defensie weet von der Leyen maar al te goed dat het een publieke nederlaag was voor Berlijn. Door alle toegestane uitzonderingen en afwijkingen in het plan draagt Duitsland zelf veruit de grootste last. Eenheid is er niet echt, want Hongarije stemde tegen. Het engagement is maar voor één jaar, terwijl de Commissie twee jaar had voorgesteld. En het is bijna zeker dat men in de herfst terug naar de onderhandelingstafel moet. De meeste experts zijn het erover eens dat nog verder zal moeten worden geknipt in de vraag naar gas om de koude wintermaanden te overbruggen.

  • De auteur
    Matthias Matthijs is hoogleraar internationale politieke economie aan de Johns Hopkins-universiteit in Washington D.C.
  • De stelling
    Tijdens de eurocrisis kon Duitsland de moraalridder uithangen, omdat het deels op goedkope Russische brandstof draaide.
  • De conclusie
    Als de Duitsers een nieuw model willen opbouwen, moeten ze meer solidariteit zoeken in Europa.

Wat zeker zorgwekkend moet zijn geweest voor bondskanselier Olaf Scholz, is dat Duitsland op weinig solidariteit kon rekenen uit Zuid-Europa. De Spaanse minister voor Ecologische Transitie, Teresa Ribera, merkte een week geleden al op dat het originele voorstel van de Commissie - een verplichte beperking van het gasverbruik met 15 procent door elke lidstaat - niet noodzakelijk het effectiefste, efficiëntste of eerlijkste was. In een duidelijke sneer naar Duitsland, benadrukte ze dat Spanje, in tegenstelling tot andere landen, niet boven zijn stand heeft geleefd op het gebied van energie.

Ribera keerde de tien jaar oude Duitse kritiek op Spanje nu tegen Berlijn. Toen de zuidelijke EU-lidstaten in 2010-2012 met financiële crisissen werden geconfronteerd, verkoos de Duitse politieke elite de benarde situatie in de lidstaten aan de Middellandse Zee aan eigen publiek uit te leggen als een moraliteitsverhaal van noordelijke heiligen en zuidelijke zondaars. Duitsland en gelijkgestemde landen zoals Nederland, Finland, en Oostenrijk beweerden dat de eurocrisis was veroorzaakt door het budgettair roekeloze gedrag van Zuid-Europa, dat daar toen ook de prijs voor betaalde.

De Duitse logica benadrukte destijds dat Griekenland en andere mediterrane EU-leden de Europese budgettaire regels hadden overtreden en ‘boven hun stand hadden geleefd', waardoor ze hoge schulden maakten door onhoudbare overheidsuitgaven. De rijkere noordelijke landen weigerden toen gezamenlijke schuld uit te geven via euro-obligaties, die de lasten van de crisis eerlijker hadden kunnen verdelen. Een reddingsplan van het noorden kwam er toen alleen in ruil voor keiharde bezuinigingsmaatregelen in het zuiden. De toenmalige Duitse minister van Financiën, Wolfgang Schäuble, werd het compromisloze gezicht van het bittere medicijn dat door schulden geteisterde landen moesten slikken.

Rollen omgekeerd

Tijdens de eurocrisis wilden Duitsland en andere noordelijke landen ‘risicoverhogend gedrag’ vermijden van partijen die niet direct het risico lopen voor hun daden. Met andere woorden, ze geloofden dat het te gemakkelijk geven van vers geld aan Zuid-Europese landen hen alleen zou aanmoedigen zich weer budgettair onverantwoordelijk te gedragen in de toekomst. Nu hebben Zuid-Europese landen zoals Spanje en Portugal diezelfde logica tegen Duitsland en enkele van zijn ‘zuinige’ noordelijke bondgenoten gekeerd.

Het eigenzinnige 'moraalriddergedrag' van Duitsland tijdens de schuldencrisis werd deels mogelijk gemaakt door ’s lands verslaving aan Russische fossiele brandstoffen.

Madrid en Lissabon wijzen erop op dat het beleid van de vroegere Duitse bondskanseliers Gerhard Schröder en Angela Merkel - aansluiten bij Poetin in ruil voor goedkope energie - Duitsland gevaarlijk afhankelijk maakte van een autoritair regime. Erger nog, het eigenzinnige ‘moraalriddergedrag' van Duitsland tijdens de schuldencrisis werd deels mogelijk gemaakt door ’s lands verslaving aan Russische fossiele brandstoffen. Het Duitse economische groeimodel steunt op export, en dat kan alleen blijven werken als het land energie en grondstoffen goedkoop kan invoeren om zo beter te kunnen concurreren.

Tien jaar geleden predikte Duitsland ook dat bezuinigingen in Zuid-Europa hard en snel moesten komen om echte politieke verandering te brengen. Nu zeggen invloedrijke Duitse politici dat ze enkel een geleidelijke overgang naar alternatieve energiebronnen willen, weg van Poetins Rusland, om de politieke en sociale pijn in hun land wat te verzachten. Zuid-Europese landen zien daarin - niet onbegrijpelijk - een bewijs van een hypocriete dubbele standaard.

Constanze Stelzenmüller van het gerenommeerde Brookings Instituut in Washington vatte het een paar maanden geleden mooi samen. 'Duitsland heeft zijn veiligheid uitbesteed aan de Verenigde Staten, zijn exportgeleide groei aan China en zijn energiebehoeften aan Rusland’, zei ze. Afhankelijk zijn van andere (autoritaire) landen leek in een vroeger economisch tijdperk misschien redelijk, maar is nu een grote bron van risico voor Duitsland. Als de Duitsers hun groeimodel op een duurzamere basis willen hertimmeren, zullen ze moeten uitzoeken wat ze kunnen doen om meer solidariteit te krijgen van de mede-EU-lidstaten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud