ECB moet ruimer mandaat krijgen dan alleen prijsstabiliteit

©DRIES LUYTEN

De Europese Centrale Bank handhaaft haar basisrente op 0,25%. En doet dus voorlopig rustig verder alsof er geen vuiltje aan de lucht is. Is het nog van deze tijd dat de ECB zich alleen bekommert over inflatie?

Door Frank Vranken, hoofdstrateeg bij Puilaetco Dewaay Private Bankers

De Bank of England (BoE) werd onlangs grondig hervormd onder haar huidige gouverneur Mark Carney. De organisatie wordt tegen het licht gehouden en er komt een onafhankelijk orgaan dat de prestaties van de Britse centrale bank zal beoordelen. Het einddoel, aldus Carney, is het welzijn van het Engelse volk door het bevorderen van een monetaire en financiële stabiliteit. Geldt dat ook voor de ECB?

In 2012 zei ECB-gouverneur Mario Draghi dat hij alles in het werk zou stellen voor het behoud van de euro en de eurozone. Zijn historische toespraak leidde uiteindelijk tot een wending in de Europese financiële crisis. Men zou dus kunnen stellen dat ook de ECB inzit met het welzijn van de burgers. Maar dat blijkt zeker niet uit het mandaat van de ECB, die eigenlijk alleen naar prijsstabiliteit streeft, zijnde een inflatieniveau van bijna 2%.

Tewerkstelling

Dat staat in schril contrast met het mandaat van de Federal Reserve of de BoE. Bij die centrale banken maken de economische groei of een vorm daarvan, zoals de tewerkstelling, ook deel uit van hun mandaat. Is dat terecht? Mag men zich geen vragen beginnen te stellen over het strikte mandaat dat alleen rekening houdt met inflatie?

De reden is dat ik vrees dat de ECB een asymmetrisch beleid voert rond inflatie. Als het prijsniveau boven de 2% uitstijgt lijkt de centrale bank namelijk veel sneller bereid tot ingrijpen dan indien de inflatie te laag is. Terug in juli 2008 besloot de vorige gouverneur Trichet tot een laatste en overbodige rentestijging. Nochtans viel de Europese inflatie in snel tempo terug.

Dat was toen, maar ook vandaag mag men zich de vraag stellen of de ECB zich bezondigt aan een historische fout. De aard van die vraag ligt in het huidige prijspeil. Het laatste inflatiecijfer was 0,5% en dus 1,5% onder het doel van 2%.

Desinflatie is dus een feit in de eurozone. Maar er is ook al deflatie. In de landen van de periferie is de inflatie quasi nul of eronder en is de tendens dalende. Deflatie is bovendien potentieel gevaarlijk want het belast de terugbetaling en de afbouw van de schuldenberg.

En dus werd het tijd dat de ECB iets deed. Misschien was een kleine rentedaling aangewezen? Maar heeft het nut om van 0,25% nog bijvoorbeeld 10 basispunten af te scheren? Natuurlijk niet. Nu gaat het over kwantitatieve versoepeling. In de VS, het VK en Japan wordt geld in de economie gepompt, maar in de eurozone lijkt dat een brug te ver. Alhoewel Jens Weidmann, voorzitter van de Bundesbank, kwantitatieve versoepeling onlangs niet uitsloot, werd dit blijkbaar zelfs niet besproken op de laatste ECB-meeting.

Kredietverstrekking

Het louter opkopen van overheidsobligaties binnen de eurozone zal echter opbrengen. Het probleem van de dalende kredietvraag en -verlening zit bij de banken. Het hoger percentage van problematische leningen, maar ook de reguliere druk om volgens de nieuwe bancaire normen in snel tempo kapitaal op te bouwen, leidt tot uitdroging van de kredietmarkten. En dus is de enige vorm van kwantitatieve versoepeling die zin heeft in Europa er één waarbij de ECB leningen opkoopt bij de banken. Er moet plaats worden gemaakt op de balansen van de banken, waardoor ze opnieuw ruimte hebben voor kredietverstrekking.

Ondertussen heeft het relatief restrictieve monetaire beleid van de ECB er wel voor gezorgd dat de euro flink duurder is geworden tegenover alle andere wereldmunten. Dat kost ons groei en bovendien daalt de inflatie opnieuw. Inmiddels heeft in de VS en het VK heeft de kwantitatieve versoepeling wel een positieve economische impact gehad, zonder de inflatie te laten ontsporen. Sterker nog, de Fed kan ondertussen de versoepeling al wat milderen.

Europa heeft dus een centrale bank die binnen de westerse economieën veruit de meest conservatieve is en die bovendien asymmetrisch lijkt op te treden wanneer de inflatie boven, dan wel onder het beoogde doel van 2% staat. In die zin kan men zich terecht afvragen of er niet beter een dubbel mandaat komt voor de ECB.

Het klopt dat door de band genomen de ECB een sterk parcours heeft neergezet en dat ze bovendien een juist gemiddelde moet zoeken voor sterk uiteenlopende economieën binnen de eurozone. Maar door het enkelvoudig mandaat kiest men blijkbaar bewust voor lagere groei in de eurozone en riskeert men zelfs regelrechte deflatie op termijn.

En terwijl dus onlangs de prestaties en de werking van de BoE tegen het licht werden gehouden, doet de ECB voorlopig rustig verder alsof er geen vuiltje aan de lucht is.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud