Er is erger dan gebakken woestijnlucht

De media hebben zich in de luren laten leggen door de nepberichten van Woestijnvis. Toch is journalistiek als glijmiddel voor pr-boodschappen met een journalistiek laagje vernis een veel grotere plaag dan ongecontroleerde berichten die door de mazen van de redactionele controle glippen. En de nieuwsconsument? Die blijft in het ongewisse.

Verbijstering en opschudding alom in medialand, toen Gazet van Antwerpen deze week ontdekte dat het productiehuis Woestijnvis via het fictieve marktonderzoeksbureau Data Driven de media maandenlang bedrogen heeft met nepberichten over allerhande verzonnen onderzoeken. Het productiehuis ging daarmee undercover in de eigen mediabiotoop en kon daarbij, voorspelbaar, op weinig sympathie rekenen. De verbolgen reacties werden echter vooral verklaard doordat die kolderieke berichtenstroom talloze redacties in hun hemd zette. Daarmee werd de journalistieke geloofwaardigheid opnieuw een lelijke uppercut toegebracht.

Het meest lamentabele excuus kwam van een hoofdredacteur van een krant die in ‘Terzake’ de uitschuiver als volgt vergoelijkte: ‘In ons geval is het opgepikt meer in een rubriek van kijk-eens-welke-dwaze-onderzoeken-er-nu-allemaal-wel-gebeuren’. Qua verantwoording een zwaktebod, maar bovenal een onwaarheid voor wie op 15 juni in Het Nieuwsblad stootte op een artikel van een halve pagina met de doodernstige kop ‘Kiezer stemde dubbel zo snel als in 2009’ met daaronder doodernstig, deskundig commentaar van een inderhaast gecontacteerde politicoloog.

Met de onthulling werd het probleem enerzijds in belangrijke mate geïsoleerd en verengd tot een probleem van toegenomen redactionele werk- en tijdsdruk die gedegen bronnenkritiek en het checken van feiten bemoeilijkt. Anderzijds werd de zwartepiet ook doorgeschoven naar de persagentschappen, waar redacties blindelings op menen te kunnen vertrouwen: ook een misrekening van formaat, zo blijkt.

Nochtans bewees Ruben Steegen - de journalist die het nepnieuws ontmaskerde - wat Dominique Deckmyn, manager van De Standaard Online, vorig jaar nog onderstreepte: ‘Bronnen controleren was nog nooit zo makkelijk. Een journalist heeft geen excuus om het niet te doen.’

Uiteraard wierp de kwestie ook een deontologische vraag op en kreeg het argument dat Woestijnvis met zijn aanslepende aprilvis duidelijk ethische grenzen overschreed, snel bijval. Al blijft het voorlopig gissen naar het motief van de georchestreerde stunt van het productiehuis om te kunnen oordelen of het doel uiteindelijk het ingezette middel heiligt.

HYPOCRIET

Toch werd in deze discussie handig om de dieperliggende, structurele problematiek heen gefietst. In een bredere context was het misprijzen voor de nepberichten zelfs bijzonder hypocriet. Nep- en pseudonieuws haalt immers ook zonder Woestijnvis moeiteloos de nieuwspagina’s. De publicatie van publicrelationsjournalistiek, valse berichten en pseudonieuws gebeurt vaak bij volle redactionele bewustzijn.

Zij die het luidst hun misprijzen en verontwaardiging uitriepen, blijken in de praktijk vaak de grootste promotoren, de meest enthousiaste producenten en bewuste verspreiders van valse informatie, commerciële boodschappen en ambigue politieke berichten, omwikkeld met een kunstmatige redactionele nieuwsverpakking.

Over het massaal verorberde verhaal van het meisje Kimberley dat in 2009 in slaap viel en wakker werd met een gezicht vol getatoeëerde sterren, bekende Deckmyn in De Standaard: ‘Dat verhaal was werkelijk té leuk om ‘kapot te checken’ (…) Maar het kon de media (ons dus) blijkbaar niet schelen of het waar was.’

In ‘Gebakken lucht’ hekelt The Guardian-journalist Nick Davies scherp hoe pr-professionals, lobbyisten en woordvoerders hun boodschappen steeds agressiever via de sluipweg van de nieuwsredacties aan de man brengen en in vrijwel alle categorieën van het nieuws hebben postgevat. Zo worden de redactievloeren meer en meer faciliterende platformen voor commerciële, culturele en politieke belangenvermenging en -verspreiding in plaats van nieuwsgaring.

Overigens is de trend zeker niet nieuw: ruim tien jaar geleden al stelde de auteur David Michie vast dat 40 tot 50 procent van het algemene nieuws in Groot-Brittannië aangeleverd of rechtstreeks beïnvloed werd door pr-agentschappen, die op die manier handig meesurfen op de geloofwaardigheid en het gezag van de journalistiek.

Met enige zin voor overdrijving zou je zelfs kunnen stellen dat de advertenties en de reclameblokken van heel wat media betrouwbaardere, beter gecontroleerde en strenger gereguleerde informatie bevatten dan de aangrenzende redactionele kolommen.

In vergelijking met de grote, gehypete mediaverhalen zoals die over de millenniumbug, die in december 1999 een pandemie aan voorbarige onheilspellende berichtgeving veroorzaakte, de massavernietigingswapens in Irak of de paniekberichtgeving over de Mexicaanse griep - grotendeels opgehitst door farmaceutische bedrijven die infiltreerden in de Wereldgezondheidsorganisatie, is de gebakken lucht die Woestijnvis verspreidde maar klein bier.

KNUFFELROBOT

Een van de meest hilarische voorbeelden van nepnieuws in Vlaanderen is de manier waarop de pers al sedert 2002 op geregelde tijdstippen de lancering van een supertechnologische therapeutische knuffelrobot aankondigt. ‘Uniek in de wereld’, heette het vorig jaar nog in Het Laatste Nieuws, nadat nagenoeg alle kranten hetzelfde aankondigingsbericht al in 2004, 2005, 2006, 2007 en 2008 hadden gebracht. In acht jaar tijd leverde geen enkel medium ook maar één inspanning om de bron te toetsen en het ‘goede doel’ - een geliefkoosd instrument van pr-bureaus - te doorprikken als voorwendsel om goedgelovige investeerders te lokken.

Uitgever Sanoma helpt adverteerders gewillig commerciële berichten tegen betaling te camoufleren en redactioneel te vertalen en richtte daarvoor de speciale cel ‘community-activation’ op. Door het opbreken van de scheidingswanden tussen de redacties en de marketingafdelingen van vele mediabedrijven, schuiven en schrijven pr-professionals vandaag probleemloos mee aan redactietafels.

In de uitgebreide nieuwsetalage liggen uiteindelijk zowel de authentieke journalistieke producten als redactionele namaak, niet te onderscheiden van elkaar en gelijkwaardig uitgestald als onafhankelijke ‘nieuwsberichtgeving’.

GEMAKZUCHT

Nog stuitender wordt het wanneer je vaststelt dat de gemakzucht waarmee sommige redacties pr-boodschappen probleemloos opnemen, evenredig is met de inspanningen die worden geleverd om harde feiten en netelige dossiers af te voeren en aan onwelgevallige boodschappen de omerta te verklaren.

Journalistiek als vehikel voor pr-boodschappen met een journalistieke vernislaag vormt bijgevolg een veel grotere plaag dan ongecontroleerde berichten die ongewild door de mazen van de redactionele controle glippen. In beide gevallen blijft de nieuwsconsument in het ongewisse over de verdachte pr-verzinsellucht die aan sommige journalistieke werkstukken hangt.

Hoed u voor journalistieke namaak, lijkt dus meer dan ooit het devies, want oprukkende pr-journalistiek en nepberichtgeving is ondertussen wereldwijd een dagelijks verschijnsel dat ook de vrucht van gedegen media en doorwrochte redactionele arbeid grondig verziekt.

Frank THEVISSEN is voormalig hoofddocent strategische communicatie en politieke marketing (VUB), communicatie-expert en mediacriticus.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud