Europese crisis is vooral bankencrisis

Wil Europa de crisis adequaat aanpakken, dan moet het beginnen bij zijn banksector. Die is zo zwak gekapitaliseerd en onderling verweven dat hij zich geen verliezen kan veroorloven, en dat problemen in één land snel het hele systeem bedreigen.

Europa blijft het epicentrum van Fase Twee van de mondiale financiële crisis, die inmiddels gemuteerd is in een crisis van de overheidsschulden in de eurozone. Hoe is dat kunnen gebeuren nu - op papier althans - alle problemen waren opgelost tijdens de buitengewone top van de Europese Unie in mei? Daar werd een European Financial Stability Facility (EFSF) in het leven geroepen en een bedrag van 750 miljard euro aan noodfinanciering geregeld.

Die ‘meibeloften’ zijn inmiddels concreter gemaakt. In Luxemburg is een Special Purpose Vehicle (SPV) opgericht, dat al kan rekenen op honderden miljarden euro’s aan garanties van de lidstaten. Als alle toegezegde middelen - die van het Internationaal Monetair Fonds inbegrepen - volledig zouden worden benut, zou de Europese Unie alle in moeilijkheden verkerende landen (Portugal, Spanje en Ierland) een paar jaar kunnen herfinancieren.

Toch zijn de markten niet onder de indruk van al die officiële financiële vuurkracht. De rente op Spaanse staatsobligaties blijft omhoog kruipen en is nu hoger dan voor de aankondiging van de EFSF. Er zijn ook onheilspellende tekenen van spanning op de interbankenmarkt, nu steeds meer banken - een weerspiegeling van het zwakke vertrouwen dat de stabiliteit van het systeem is hersteld - hun geld liever bij de Europese Centrale Bank (ECB) parkeren dan het aan andere banken uit te lenen.

De verklaring is simpel: de problemen die aan de basis liggen van de crisis (de precaire toestand van de Griekse overheidsfinanciën en de Spaanse vastgoedsector) zijn niet opgelost, hoewel ze in een pan-Europese context makkelijk binnen de perken gehouden moeten kunnen worden. Griekenland vertegenwoordigt maar 2 procent van de economie van de eurozone. Zelfs als het land in wanbetaling zou gaan en de recuperatiewaarde van zijn leningen maar 50 procent zou zijn, zouden de verliezen ongeveer 150 miljard euro bedragen, of slechts 1,5 procent van het bruto binnenlands product (bbp) van de eurozone.

De problemen in Spanje zijn wellicht wat groter, niettegenstaande officiële schattingen van de verliezen in het Spaanse bankensysteem het slechts op 100 miljard euro houden. Maar Spanjes echte probleem zou wel eens elders kunnen liggen: de blootstelling van Franse, Duitse en andere banken aan de Spaanse vastgoedsector. Heel wat leningen aan Spaanse projectontwikkelaars moeten worden afgeschreven. Maar zelfs in het ergste geval kunnen de gecombineerde verliezen van Spaanse en andere banken in de vastgoedsector niet hoger uitkomen dan 300 miljard euro, of zo’n 3 procent van het bbp van de EU.

PERIFERIE

De echte vraag is dus waarom problemen van beheersbare omvang in de Europese periferie het hele bankensysteem van de eurozone verlammen. Je verwacht ook niet dat het financiële bestel in de Verenigde Staten door de knieën gaat omdat er een woningenzeepbel is in Californië en de staat Michigan (ongeveer even groot als Griekenland) insolvabel is geworden.

Een belangrijke reden waarom de Europese financiële markten nerveus blijven, is dat er officieel geen vuiltje aan de lucht is. Officieel heeft Griekenland geen solvabiliteitsprobleem en is de herstructurering van zijn overheidsschuld geen optie. Ook in Spanje is de officiële lijn dat de binnenlandse bankensector goed gekapitaliseerd is.

De eerste stelregel voor turbulentie op de financiële markten zou moeten zijn dat men de waarheid en de omvang van de problemen erkent. De Griekse ervaring heeft geleerd dat doen alsof er geen problemen zijn, kan leiden tot een zichzelf versterkende spiraal van steeds hogere risicopremies en steeds minder vertrouwen. In dat opzicht zal de publicatie van de stresstests van 91 Europese banken een duidelijke stap vooruit zijn.

1 TEGEN 20

Maar er is een tweede en verontrustender reden waarom de financiële markten van slag blijven: grote brokken van het Europese bankensysteem blijven zwaar ondergekapitaliseerd. Volgens gegevens van de ECB hebben de banken van de eurozone tegenover iedere euro aan kapitaal en reserves op hun balans ongeveer 20 euro schulden staan (interbancaire schulden inbegrepen). Met andere woorden, tegenover elk kapitaalverlies van 1 euro bij een of andere bank staan 20 euro dubieuze schulden.

Zelfs het slechtste scenario voor Griekenland en Spanje zou ten hoogste 450 miljard euro verliezen opleveren. De tot dusver onder de EFSF gemobiliseerde fondsen (750 miljard) zouden ruimschoots moeten volstaan om daarmee af te rekenen, uiteraard mits deze potentiële verliezen duidelijk geïdentificeerd zijn en de noodzakelijke fondsen geoormerkt zijn om die verliezen aan te pakken. Maar die aanpak wordt nu niet gevolgd.

In plaats daarvan zal het Europese geld alleen worden gebruikt om regeringen uit de nood te helpen, die het op hun beurt nodig hebben om hun banken te redden. Maar door de verhouding van 20 tegen 1 van schulden en kapitaal in de banksector impliceert die manier van doen dat de financieringsvereisten astronomisch worden: vergeleken met een prijskaartje van 450 miljard euro als mogelijke verliezen niet gerapporteerd worden en verspreid blijven, zou liefst 9.000 miljard euro aan schuldgaranties nodig zijn om de stabiliteit van het hele bankensysteem van de eurozone te garanderen.

Kortom, voor rigoureuze stresstests van banken in de eurozone (gevolgd door verplichte kapitalisering) zou veel minder publiek geld nodig zijn dan het blijven uitbreiden van garanties naar iedereen.

MISLEID

Europa kan niet ontsnappen aan de crisis in zijn financiële markten, tenzij het zijn banken oplapt. Jammer genoeg hebben de Europese beleidsmakers zich twee keer laten misleiden door politiek gerieflijke visies op de crisis. Eerst in 2007-2008, door er van uit te gaan dat de financiële besmetting uit de VS kwam. En nu door alles te wijten aan roekeloos budgettair beleid in het zuiden van de eurozone.

Het echte probleem is dat het bankenstelsel van de EU zo zwak is gekapitaliseerd dat het zich gewoon geen verliezen kan veroorloven, terwijl het tegelijk zo onderling verweven is dat problemen in één land snel het hele systeem in gevaar kunnen brengen. Tot de balansproblemen van de banken doortastend worden aangepakt, zullen de financiële markten nerveus blijven.

Daniel GROS is directeur van het Centre for European Policy Studies (CEPS).

© Project Syndicate

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud