Exportpromotie houdt grote risico's in voor wereldeconomie

Journalist Alan Beattie

Exporteren is goed. Maar exportbevordering is gevaarlijk. De nood om de groei aan te wakkeren, mag geen excuus worden voor puur mercantilisme.

door Alan Beattie, redacteur internationale handel voor de zakenkrant Financial Times.

Er duiken weer handelsonevenwichten in de wereldeconomie op. De overheidsinterventie in de economie kent een revival. En de financiële dienstenindustrie is wereldwijd in ongenade gevallen.

Allemaal factoren die, jammer genoeg, zorgen voor een nieuwe opstoot van mercantilisme. Een fixatie op de export van goederen als motor van de economische groei, in hoofdzaak gewoonlijk beperkt tot groeilanden, maakt opgang in de VS en Europa. Als regeringen niet opletten, eindigt dit met industriële lobby’s die opnieuw de controle over het overheidsbeleid grijpen. Dat zou hoogst onverstandig zijn.

Landen als Duitsland en Japan hebben lang een exportmanie gekend. Naoto Kan, de nieuwe premier van Japan, spreekt met veel liefde over agressieve overheidssteun voor Japanse bedrijven die op zoek zijn naar afzetmarkten in het buitenland.

Maar de manie is ook acuut geworden in landen als de VS en het Verenigd Koninkrijk, die tijdens de boom van de jaren 2000 grote begrotingstekorten opgestapeld hebben en dat opnieuw dreigen te doen als de vraag herneemt en de wereldeconomie herstelt.

In de VS is men het experiment om amper een handelsbeleid te voeren kennelijk beu. De regering van president Barack Obama koos onlangs het schijnbaar willekeurige doel om de export op vijf jaar tijd te verdubbelen. Tot nu toe bleef dit vrij onschuldig, omdat het doel weinig meer om het lijf had dan bureaucratische wijzigingen en een beetje meer lenen van de Export-Import Bank. Maar sommige Democraten in het parlement dringen aan op meer expliciete steun voor de export.

Intussen lijkt de Britse premier, David Cameron, blijkbaar hunkerend naar de hoogdagen van de Britse Oost-Indische Compagnie, het Britse diplomatenkorps te willen omvormen tot een commerciële handelsmacht.

Inefficiënt

Niemand zou mogen twijfelen aan de noodzaak van nieuwe evenwichten in de wereldeconomie, wat acuter is geworden door China’s opnieuw groeiende handelsoverschot. Regeringen hebben de middelen daar iets aan te doen. Een aanpassing van de wisselkoersen is daar een van. De VS, met vrij wisselende steun van de Europese Unie en sommige opkomende markten, hebben gelijk oordeelkundige druk te blijven uitoefenen op Peking over de wisselkoers van de yuan.

Maar een uitgesproken exportpromotiebeleid dreigt de oude problemen weer op de voorgrond te brengen. Er is het gevaar op een inefficiënt, gesubsidieerd en soms ethisch verdacht indus- trieel exportgericht complex dat de nationale economie vervormt. Het aanmoedigen van het idee dat export jobs creëert terwijl import ze vernietigt, kan protectionisme tot een serieus probleem maken. Per definitie kunnen niet alle landen tegelijk zich een weg uit de recessie exporteren.

In het Verenigd Koninkrijk zijn de meest hardnekkige bedelaars voor overheidsfondsen de wapenexporteurs. Zij voerden onlangs hun campagne voor defensiecontracten en andere overheidssteun op. BAE Systems, het vlaggenschip van de Britse defensie-industrie, heeft in het Londense metrostation Westminster een grote publiciteitsaffiche hangen waarop de Britse vlag prijkt. De affiche is wellicht ontworpen om de parlementsleden te beïnvloeden die daar voorbijkomen en bezorgd zijn om Britse jobs.

Schandalen

Maar we weten waar bevordering van wapenexport toe leidt: tot de vuile transacties die in de jaren 80 wapentuig bezorgden aan Irak, tot het Pergaudam-schandaal in Maleisië in 1991, waar ontwikkeling en het milieu opgeofferd werden voor wapencontracten, tot de verkwistende deal van BAE Systems in 2001, die Tanzania opzadelde met een duur en nutteloos luchtvaartcontrolesysteem.

Boerenbedrog

De steun voor de wapenexport berust in het algemeen op economische ongeletterdheid en boerenbedrog. Men gaat uit van de weinig waarschijnlijke veronderstelling dat de geschoolde arbeiders die aangeworven worden ten gevolge van dergelijke contracten, geen enkele andere optie hebben dan de werkloosheid. Je kunt veel wapenexportjobs creëren als je maar bereid bent voldoende overheidsgeld te verspillen om die banen te subsidiëren.

De nettobijdrage van de industriële export aan de economische groei is in elk geval kleiner dan zij lijkt, aangezien die sector, zelfs in ontwikkelde economieën, ook veel importeert. President Obama mag dan al zijn verdubbeling van de export krijgen, hij bereidt zich beter ook voor op een sterke stijging van de invoer.

Een studie van drie economen van de Internationale Handelscommissie, een federaal agentschap, berekende dat 39 procent van de exportjobs zich in feite in dienstenbedrijven bevinden. De conclusie van de auteurs lijkt dat de overheidsbevordering van de export dus vooral helpt om jobs te creëren in de dienstensector. Het zou toepasselijker zijn te besluiten dat de bevordering van de efficiëntie in de binnenlandse dienstensector een van de beste manieren is om de uitvoer te stimuleren.

Het is in feite de export van de dienstensector zelf die het veelbelovendst lijkt, inclusief de vaak vergeten bijdragen aan de lopende rekening van de betalingsbalans, zoals honoraria voor het gebruik van intellectueel eigendom. De Amerikaanse kamer van koophandel publiceerde onlangs een vrij klagende nota die probeert de algemene misvatting te corrigeren dat China de grootste exporteur ter wereld is. China mag dan al elk jaar voor 1.200 miljard dollar (945 miljard euro) goederen naar het buitenland uitvoeren - waaronder veel in China geassembleerde producten waarvan de componenten elders gemaakt werden - tegenover 1.100 miljard dollar voor de Verenigde Staten. Maar de 500 miljard dollar export van diensten die de VS daar bovenop realiseren, zet het land met stip op de eerste plaats in de wereldexportrangschikking.

Wat dan wel?

Geen expliciete exportsteun dus, maar wat dan wel? Bilaterale handelsakkoorden? Washington probeert een handelsakkoord met Zuid-Korea tegen november rond te krijgen, wanneer president Obama naar Seoul reist voor de G20-top. Maar kan dat helpen om de Amerikaanse export sterk op te krikken? Zuid-Korea is maar goed voor 3 procent van de Amerikaanse uitvoer.

Er is geen duidelijk middel dat de exportprestatie betrouwbaar zal verbeteren of waardoor het niet meer nodig zal zijn te doen wat echt belangrijk is: diplomatieke druk blijven uitoefenen op wisselkoersen; bestaande handelsverdragen kracht bijzetten; in eigen land een verstandig macro-economisch beleid blijven voeren, onderwijs en infrastructuur verbeteren en zoeken naar een ondersteunend zakenklimaat.

Exporteren is goed. Exportbevordering is gevaarlijk. De nood om het groeimodel in de wereldeconomie te veranderen, mag geen excuus worden voor mercantilisme dat zich presenteert in een alleen naar schijn constructieve gedaante.

© Financial Times

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud