opinie

Facebook en uw rijke vrienden

Technologiesocioloog en professor aan de Erasmushogeschool Brussel

Facebook heeft een patent op een technologie waarbij je vrienden je kredietwaardigheid bepalen. Een zorgwekkende ontwikkeling.

Ben Caudron, socioloog en auteur

©rv

Heel even leek het erop dat het gezegde ‘met wie men verkeert, wordt men geëerd’ aan belang zou inboeten. Beloofde het internet niet dat we komaf konden maken met de beperkingen waartoe de vorige wereld ons veroordeelde? Grenzen zouden niet langer door tijd en (sociale) afstand getrokken worden. Geestverwantschap zou McLuhans Global Village pas echt tot leven brengen. En toen werd dat internet zowat overgenomen door de octopus die Facebook heet. Dankzij een nieuwigheid van Zuckerbergs denkers is het vandaag meer dan ooit aangewezen zorgvuldig te zijn bij de keuze van vrienden.

Vorige week brachten enkele Amerikaanse media een verhaal over het zoveelste patent dat Facebook wist binnen te halen. Dat is niet echt nieuws: technologiespelers zijn dol op patenten en Facebook laat zich niet onbetuigd in de verwerving ervan. Waarom dan de aandacht? Die heeft te maken met de gevolgen van de toepassingen die uit de ‘uitvinding’ kunnen voortvloeien. Gevolgen die we misschien liever niet hebben.

Het patent beschrijft een methode voor ‘autorisatie en authenticatie, gebaseerd op het sociaal netwerk van individuen’. De methode biedt toegang tot de zorgvuldige analyse van de manieren waarop mensen met andere mensen verbonden zijn. Die connecties worden graphs genoemd en kunnen voorgesteld worden als 3D-spinnenwebben. In die spinnenwebben zit een massa informatie, die wacht op ontginning. Met andere woorden: een geweldige opportuniteit om geld te verdienen. Het patent onthult hoe nieuwe geldstromen kunnen aangeboord worden, door nieuwe marktsegmenten te bedienen.

In de patentaanvraag geeft Facebook een aantal manieren aan waarop de methode kan gebruikt worden. Een ervan gaat over kredietverstrekkers, die hun arsenaal aan technieken voor risicobeheersing kunnen uitbreiden. De technologie kan immers gebruikt worden om de kredietwaardigheid te beoordelen op basis van de connecties die de aanvrager heeft op Facebook. Zijn die connecties van verdacht allooi, dan weigert de methode de aanvraag. Efficiënt, rationeel, zelfs een beetje klinisch.

Het staat Facebook uiteraard vrij te zoeken naar manieren om uit de gratis arbeid van miljoenen gebruikers nog meer winst te persen. Zuckerberg mag dan wel lijden aan de neiging zijn bedrijf voor te stellen als het messiaans platform dat de wereld zal redden, hij heeft nooit ontkend dat hij van geld verdienen houdt. Dat zou ons niet mogen verbazen.

En toch is er wat aan de hand. Dat wordt duidelijk als we het patent uit het technologisch discours bevrijden en onderwerpen aan een grondige analyse. De middelen daartoe vinden we bij Professor Helen Nissenbaum, die de notie van context in het privacydebat introduceerde. Privacy is geen absoluut gegeven, maar is contextafhankelijk. Context geeft mensen een verwachting over wie wat met hun gegevens mag aanvangen. Die verwachting maakt dat mensen bereid zijn in specifieke contexten specifieke gegevens te delen. Van een kredietverstrekker vinden we het normaal dat die om ons loonbriefje vraagt, van de beenhouwer om de hoek niet.

Facebook wrikt alle inhoud die gebruikers delen los van de context waarin die inhoud is gemaakt en gedeeld.

Facebook wrikt alle inhoud die gebruikers delen los van de context waarin die inhoud is gemaakt en gedeeld. Handelingen die op een bepaald moment op een bepaalde plaats voor bepaalde mensen bedoeld zijn, relaties die op een bepaald moment om een specifieke reden worden aangegaan, worden gedecontextualiseerd en verdwijnen in een register dat naar willekeur kan herschikt wordt. Zo worden vooral fictieve personen en fictieve relaties gecreëerd.

We proberen al langer om menselijke gedragingen en voorkeuren te voorspellen. Sociologen voorspellen toekomstig gedrag op basis van waargenomen gedragingen. Marketeers zijn dol op preferentiële technieken die aan de hand van eerdere keuzes onze voorkeuren inschatten.

Wat Facebook nu aanbiedt gaat een stap verder. Hier hebben we te maken met ‘preemptive’ voorspellingen, die de toekomstige handelsmogelijkheden van mensen beperken op basis van waarschijnlijkheid en nabijheid. Ze leiden tot uitsluiting van mensen die niet volgt uit waargenomen feiten, maar volgt uit beslissingsregels in (niet-gedocumenteerde) algoritmen waarin alleen statistische waarschijnlijkheid en nabijheid in het spinnenweb bestaan.

Dit lijkt een zoveelste indicatie van het wereldbeeld van Zuckerberg (en anderen). Die wereld biedt geen plaats voor willekeur en chaos, tegenspraak en dissidentie, onvoorspelbaarheid.

In zo’n homogene wereld, waarin met wie je verkeert bepaalt hoe de kredietverstrekker je eert, kan je maar beter alleen maar nette, voorspelbare (en goedverdienende) vrienden hebben.

Door Ben Caudron, socioloog en auteur van ‘Niet Leuk? Mijmeringen over nieuwe media, mensen en macht.’

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud