Financiële producten die morele grenzen overschrijden worden terecht verboden

‘Doodspolissen’ of als levensverzekering herverpakte risicovolle beleggingen verkopen komt neer op speculatie in moreel geladen goederen. Dergelijke praktijken dienen verboden.

Door Bart Engelen, docent Centrum voor Economie en Ethiek van het Hoger Instituut voor Wijsbegeerte (KU Leuven)

Minister van Economie Johan Vande Lanotte (sp.a) kondigt aan dat er voor het eerst in de geschiedenis een verbod komt op specifieke financiële producten. Volgens tegenstanders een voorbeeld van betuttelende en irrelevante overheidsinterventie; volgens voorstanders broodnodige wetgeving om een volgende crisis te vermijden. Vande Lanotte wil nog voor eind maart een reglement van de financiële waakhond FSMA in een koninklijk besluit bekrachtigen. In navolging van onder meer Nederland en het Verenigd Koninkrijk zou België concreet twee specifieke speculatieve verzekeringsproducten willen verbieden.

Een eerste categorie zijn verzekeringsproducten die eigenlijk neerkomen op risicovolle investeringen in producten als kunst of wijn, waarvan de prijs uiterst volatiel is. Omdat zulke zaken nu al niet kunnen volgens de huidige regels voor beleggingen, worden ze verpakt en verhandeld als verzekeringsproducten. Het probleem situeert zich hier niet zozeer in wat er verhandeld wordt, maar in het commercieel aanbieden van uiterst risicovolle producten aan een publiek dat deze risico’s zeer moeilijk kan inschatten. Sinds de crisis weten we natuurlijk dat speculatie nefaste gevolgen kan hebben en dat de niet altijd even deskundige consument soms tegen zichzelf beschermd moet worden.

Naast het verbieden van heel specifieke producten, wil de overheid trouwens consumenten ook beter informeren door middel van labels waarop bevattelijk de kosten en risico’s van financiële producten vermeld staan. Dit betuttelend of irrelevant noemen, negeert het basale feit dat consumenten zoal u en ik niet altijd even rationeel zijn als we zouden denken en willen. Psychologisch onderzoek toont aan dat we complexe en abstracte informatie vaak fout interpreteren.

Een tweede categorie die gaat verboden worden zijn zogenaamde ‘life settlements’, waarbij zowel de rechten als de plichten van levensverzekeringen opgekocht worden en dus de facto gespeculeerd wordt op het overlijden van mensen. Ook hier verwijzen het FSMA en Vande Lanotte naar het complexe en speculatieve karakter van zulke producten en de fraude die dit in de hand kan werken.

Interessant is dat er bovendien ethische bezwaren zijn bij het vermarkten van zaken waarvan we allemaal ervaren dat ze eigenlijk niet op de markt thuis horen. Wanneer iemands (risico op de) dood louter beschouwd wordt als een interessante investering of belegging, botst een puur financiële logica van winstbejag met onze intuïtieve waardering van leven en dood.

Immoreel

Los van kwesties rond risico, vinden we het afsluiten van weddenschappen waarbij men meer wint naarmate de persoon in kwestie vroeger sterft zowel macaber als immoreel. Ook op deze basis kan en mag dus paal en perk gesteld worden aan de zorgwekkende evolutie waarbij steeds meer zaken op de markt verhandeld worden die hier eigenlijk niet thuis horen.

Op dit moment gaat het in België om kleine markten, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Verenigde Staten, waar de secundaire markt in levensverzekeringen (de ‘viaticals’ en ‘death bonds’) tot een miljardenbusiness is uitgegroeid.

In zijn boek ‘Niet alles is te koop’, haalt Harvard-filosoof Michael Sandel dit aan als één van de vele voorbeelden van een marktwerking die buiten haar morele grenzen treedt. Dit vormt geen pleidooi tegen de (vaak efficiënte) werking van markten, maar is wel een erkenning van zowel de voorwaarden voor markten (consumenten moeten voldoende duidelijke informatie hebben) als hun grenzen.

De morele problemen van vermarkting zijn duidelijk wanneer we denken aan organen, diploma’s of de liefde, maar ze gelden evenzeer voor risicovolle speculatie in moreel geladen goederen. En dan is het aan de samenleving om de morele grenzen van de markt af te bakenen en aan de politiek om deze ook juridisch af te dwingen. Zoals Sandel in de laatste zinnen van zijn boek stelt, is de uiteindelijke vraag in dit debat een ethische: ‘Willen we een maatschappij waarin alles te koop is? Of zijn er morele en sociale goederen die de markten niet kunnen eren en geld niet kan kopen?’.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud