Advertentie
Advertentie

Financiële sector bestendigt ongelijkheid

De ongelijkheid leidt ertoe dat de topverdieners het kapitaal naar zich toe zuigen. De oplossing is solidariteit.

Door Koen Schoors

Het wereldinkomen is ongelijk verdeeld tussen landen, maar gelukkig dalen de inkomensverschillen tussen landen al decennia. Het inkomen groeit in de meeste opkomende lan den sneller dan in het rijke Westen. Het inkomen is ook ongelijk verdeeld tussen burgers van hetzelfde land, maar hier is de inkomensongelijkheid al decennia aan het stijgen. De jongste veertig jaar is het grootste gedeelte van de stijging van het inkomen van een gegeven land ten goede gekomen aan de topverdieners van dat land.

Het effect is erg sterk aanwezig in de Verenigde Staten, maar speelt zeker ook een rol in Europese landen. Dat komt deels omdat ook het kapitaal erg scheef is verdeeld en omdat inkomsten uit kapitaal minder zwaar worden belast dan inkomsten uit arbeid. Daardoor is een nieuwe toplaag ontstaan die het leeuwendeel van het inkomen en kapitaal naar zich toe zuigt, en een ruime onderlaag die gedurende de jongste dertig jaar erg weinig verbetering heeft gezien in haar materiële welvaart.

Deze feiten staan onomstotelijk vast. Ook duidelijk is dat die evolutie een bedreiging vormt voor ons maatschappijmodel. De laatste keer dat we met zo’n grote ongelijkheid werden geconfronteerd, in het begin van de 20ste eeuw, was de reactie WOI, de socialistische beweging, de communistische revolutie, de Grote Depressie en uiteindelijk WOII. Er is natuurlijk geen eenduidig oorzakelijk verband, maar geruststellend kan je het ook niet noemen. Hoe willen we mensen overtuigen in het model van toenemende productiviteit en groei mee te stappen als ze ook niet een deel van de vruchten krijgen? Om tot een oplossing te kunnen komen moeten we eerst de oorzaken begrijpen.

Een eerste oorzaak van de toenemende ongelijkheid binnen landen en de afnemende ongelijkheid tussen landen is de globalisering van de wereldeconomie. Die heeft geleid tot meer welvaart maar ook tot wereldwijde winnaars en verliezers. We kunnen de gelijkheid binnen landen verhogen door de globalisering af te remmen en terug te gaan naar een meer geïsoleerde wereld, maar de kost is dan meer ongelijkheid tussen landen en minder wereldwijde welvaart. Dat levert meteen een ethisch dilemma van de eerste orde op: hoeveel arme Chinezen wil je opofferen voor een arme Belg? Het alternatief is dat we de toenemende welvaart van de winnaars gebruiken om de verliezers te compenseren, of met andere woorden meer solidariteit.

Een tweede oorzaak is het toenemende belang van banken en financiële markten in de wereldeconomie. Banken en financiële markten hebben een erg belangrijke rol in een goed functionerende economie, maar blijven een transactiekost. Toch is het aandeel van de financiële sector in het wereldwijde inkomen dertig jaar aan een stuk gestegen. Dat betekent dat er iets grondig mis was met de beloning van de financiële sector.

Het werd nog versterkt door de reddingen waartoe de overheden zich verplicht zagen na het losbarsten van de bankencrisis in 2008. Die kwamen vooral ten goede aan grote aandeelhouders, grote obligatiehouders en grote spaarders, aan mensen met kapitaal dus. Het leeuwen-deel van het risico komt op rekening van huidige en toekomstige arbeid. Dat zullen we misschien opnieuw ondervinden als de ECB-stresstest eind 2014 uitwijst dat Dexia nogmaals kapitaal nodig heeft. De financiële sector herleiden tot gezonde proporties is daarom een goede zaak voor de bestrijding van de ongelijkheid.

Een derde oorzaak is het ontstaan van een wereldwijde juridische adviesindustrie. Die is erop gericht grote kapitalen zo weinig mogelijk te laten bijdragen aan het publieke goed. Als je echt veel kapitaal hebt, dan hoef je nauwelijks belasting te betalen op de inkomsten van dat kapitaal en al helemaal geen erfenisrechten. Specifiek voor grote kapitalen bestaat er immers een hele jungle aan arrangementen, die u tegen een adequate vergoeding vrijstelling verlenen. Dat was vroeger de couponnetjestrein naar Luxemburg, en dat is nu nog steeds de burgerlijke maatschap, het fonds of de stichting.

Hier moeten we zo snel mogelijk mee ophouden. Het is veel beter de erfenisrechten te verlagen maar die dan ook door iedereen te laten betalen zodat de effectieve inkomsten stijgen, iets wat ons eerder lukte naar aanleiding van de registratierechten.

Tot slot wordt in Vlaanderen de belangrijkste vorm van kapitaal, een eigen huis, zwaar gesubsidieerd door de woonbonus. Het zou goed zijn de omvang van de woonbonus te reduceren en het gespaarde geld te gebruiken om de loonlasten te verlagen. Dat zou ook de vastgoedprijzen met de voeten op de grond houden. In Duitsland is deze vorm van kapitaalsubsidie herleid tot nul. Een voorbeeld om te volgen.

Koen  Schoors is professor economie aan de Universiteit van Gent

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud