Fondsenbeleggers worden fiscaal genaaid.

©RV DOC

Beleggers hebben onder Di Rupo Igeen cadeaus gekregen. Dat werd deze week nogmaals in de verf gezet door een inhaalbeweging van BNP Paribas Fortis. De bank heeft bijna één jaar nodig gehad om de in juli 2013 gewijzigde fiscaliteit in een IT-programmate vertalen. Dat ligt niet aan de bank, maar aan de hopeloze complexiteit.

Gelet op de barre budgettaire tijden kan je daar weinig van zeggen. Iedereen moet zijn duit in het zakje doen, dus ook de fondsenbeleggers. Maar zij zijn wel ongemeen hard aangepakt. Ze tuimelden van de fiscale hemel in de fiscale hel. De manier waarop dat gebeurde, heeft veel weg van een fiscale hinderlaag. Een schofterige fiscale streek.

Men lokt nietsvermoedende beleggers met een fiscale vrijstelling. De toegang tot de vrijstelling wordt bewust duur gemaakt. Daartoe trekt Di Rupo I in twee bewegingen de beurstaks op tot 1 procent. Tegelijk worden alternatieven fiscaal duurder gemaakt. Zo zijn de VVPR-strips afgeschaft, is de voorheffing verhoogd, gingen de beurstaksen bij herhaling de hoogte in en is een rijkentaks ingevoerd. Aldus wordt het verschil tussen het vrij gestelde product en het belaste product verder vergroot.

Het gevolg laat zich raden. Belgen zijn in dichte drommen richting de onbelaste fondsen gevlucht . Meer dan 100 miljard euro vloeit naar allerhande fondsen. De banken zien dat heel graag gebeuren en promoten dit volop. ‘U betaalt misschien wel hoge kosten, maar het rendement is onbelast’, luidt het verkoopargument.

Met open ogen zijn de beleggers in de fiscale fuik gezwommen. Eenmaal de miljarden zijn geteld, slaat men onverwacht toe. Het rendement is voortaan belast tegen 25 procent.

Dat stramien maken we in België wel vaker mee. Als velen gebruikmaken van een voordeelregime, wordt eraan gesleuteld zodat het verdwijnt. Dat is ook het lot geweest van de dienstencheques, de zonnepanelen of de bedrijfswagens. Maar wat het dit keer voor de fondsenbelegger veel cynischer maakt, is dat niet alleen toekomstig rendement wordt belast. Ook het in het verleden (vanaf 1 juli 2008) opgebouwde rendement wordt alsnog belast. In vele gevallen wordt een forfaitair jaarrendement van 3 procent belast. Een retroactieve werking van vijf jaar komt dus neer op een belastbare basis van 15 procent.

De impact is enorm. Dat hadden spe cialisten meteen door. Maar door de complexiteit sijpelde dat amper door. De regering lijkt er alles aan te hebben gedaan om de maatregel ‘onder de radar’ te houden. De maatregel werd in volle vakantieperiode - Staatblad van 1 augustus 2013 - begraven in een wet ‘diverse bepalingen’.

Voorts werd een betekenisloze opbrengst van 55 miljoen euro in de begroting ingeschreven. Uit wat rudimentaire berekeningen blijkt evenwel dat de werkelijke opbrengst voor het verleden vlot boven het miljard euro zal liggen.

In die omstandigheden kraait er geen haan naar. Maar nu de banken de belasting ook effectief innen, gaan de poppen pas aan het dansen. Maar de stembusgang was vorig weekend.

De beleggers zijn zwaar genaaid. Naast de hoge kosten en de beurstaks betalen zij nu een hoge belasting op toekomstige rendementen. Daarbovenop komt een hoge belasting, veelal op een forfaitair jaarrendement van 3 procent over de periode juli 2008 tot juli 2013.

Voorzichtige beleggers trekken hier best lessen uit. Er zijn nog twee fiscale sanctuaria waar kleine beleggers naartoe worden gelokt met fiscale snoepjes: het spaarboekje en de beleggingsverzekering (Tak 21 en Tak 23). Tenzij de volgende regering er een andere fiscale ethiek op nahoudt, weet u op wiens hoofd de volgende fiscale hamer zal terechtkomen. Wie in de kudde loopt, loopt uiteindelijk in de stront.

Anton Van Zantbeek is advocaat bij het kantoor Rivus en professor aan de HUBrussel (Twitter: @Anton_Rivus)

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud