Advertentie

Gebakken lucht

Oud-premier Jean-Luc Dehaene (CD&V) heeft geen goed woord over voor de manier waarop de federale regering Bpost-CEO Johnny Thijs behandelde. Europees commissaris Karel de Gucht (Open VLD) bestempelt de zesde staatshervorming als gebakken lucht. Met medestanders als deze dreigt de verkiezingscampagne voor de federale coalitiepartijen een regelrechte martelgang te worden.

Het moet zijn dat ze zelfs in de koninklijke entourage geen hoge pet ophebben van de manier waarop de federale regering zich naar de verkiezingen sleept. In zijn kersttoespraken wil een koning wel eens het geleverde regeringswerk onder de lamp zetten. Niets daarvan in de eindejaarsboodschap van koning Filip.

De koning somde de vaderlandse successen op, van de Nobelprijs voor de fysicus François Englert tot de deelname van de Rode Duivels aan de wereldbeker voetbal. Eigenlijk liet de vorst alleen Stromae onvermeld. De federale regering werd slechts en passant vernoemd. En dan nog alleen omdat die, met de steun van de regionale regeringen, ‘bemoedigende’ initiatieven nam om de concurrentiekracht bij te spijkeren.

De voorzichtigheid van de koning om toch maar niets te zeggen dat hem al te opvallend zou binden met de federale regeringsploeg of van politieke vooringenomenheid zou getuigen, zegt veel over wat er op 25 mei 2014 op het spel staat.

Afghanen

Zelfs Oscar Flores, de coördinator van de solidariteitsactie voor de met uitwijzing bedreigde Afghanen, getuigde in Le Soir dat de asielzoekers worden gegijzeld door de angst van de meerderheidspartijen voor de naderende verkiezingen. Op de federale kabinetten krijgt Flores te horen dat het publiek erg gevoelig is voor de asielkwestie en dat men de N-VA uit de volgende regering wil houden. Bijgevolg steunt men, volgens de coördinator, de strenge uitwijzingspolitiek van de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maggie De Block, ook al heeft dat afschuwelijke consequenties voor de betrokken Afghanen.

De federale coalitiepartners trekken inderdaad met slepende pas naar de verkiezingen. De regering van Elio Di Rupo krijgt haar verwezenlijkingen niet verkocht als echte successen. Dat mag ook niet verbazen, omdat deze meerderheid vooral fouten en blunders uit het verleden moest rechttrekken of herstellen.

In een recent dubbelinterview met David Van Reybrouck in De Standaard Magazine sprak Europees commissaris Karel De Gucht bijzonder laatdunkend over de zesde staatshervorming die temidden van algehele onverschilligheid werd goedgekeurd. Want volgens De Gucht was die staatshervorming eigenlijk niet nodig en heeft ze niet meer dan ‘gebakken lucht’ opgeleverd. Zelfs bij de N-VA hadden ze het niet zo kras durven te formuleren.

Dat de jongste staatshervorming op tal van terreinen vaag is afgelijnd en ongetwijfeld tot nieuwe bevoegdheidsconflicten zal leiden, is een opmerking die zelfs in Waalse academische kringen wordt gemaakt. Maar kennelijk heeft de eurocommissaris last met zijn geheugen. Want de noodzaak van die zesde staatshervorming werd mee in de hand gewerkt door Open VLD, de partij waarvan hij van 1999 tot 2004 voorzitter was. Niet alleen heeft de eerste regering van zijn partijgenoot Guy Verhofstadt door de hervorming van de kieskringen van Brussel-Halle-Vilvoorde een acuut probleem gemaakt. Om het Franstalig onderwijs van vers geld te voorzien, wijzigde diezelfde paars-groene regering ook nog de Bijzondere Financieringswet van 1989 en sloeg ze de bodem uit de federale geldkoffers. De pijnlijke maar noodzakelijke correctie van het stuntwerk van Verhofstadt moest bovendien sporen met de doortastende saneringsoperatie die werd opgelegd door Europa en de vergrijzingskosten. Uiteindelijk heeft dat geleid tot de weinig verheffende, 541 dagen durende formatiecrisis.

Zelfs het conflict tussen de federale regering en Bpost-CEO Johnny Thijs, die de steun krijgt van Dehaene, vindt zijn oorsprong in die periode van wanbeheer van de staatsfinanciën. Managerschap was toen het nieuwe politieke paswoord. Een land besturen verschilde volgens de toenmalige machthebbers in niets van het leiden van een bedrijf, en dat moest geheel volgens de wetten van de corporate governance gebeuren. Als ze dat al niet waren, dan moesten de topambtenaren managers worden, wat evenwel politieke benoemingen niet uitsloot.

De hervorming van de federale ambtenarij door Luc Van den Bossche (sp.a), de zogenaamde Copernicushervorming, zou een toonbeeld worden van dat behoorlijk bestuur. Een eerste maatregel van dat behoorlijk bestuur was de verhoging met meer dan 100 procent van het jaarsalaris van de topambtenaren, van 71.300 euro naar 160.659 bruto. Jaren later, in 2011, trok het Rekenhof er de aandacht op dat de managers die de overheidsdiensten leiden noch tussentijds noch op het einde van hun mandaat worden geëvalueerd, in tegenstelling tot hun ondergeschikten.

Voor de managers van overheidsbedrijven als NMBS, Belgacom en de Post toonde paars-groen zich pas echt gul, niet alleen voor de CEO’s maar ook voor hun directeuren. Het vorstelijke contract van Thijs, waar PS-minister van Overheidsbedrijven Jean-Pascal Labille nu bezwaar tegen heeft, werd in 2002 met zwier toegekend door de regering van Guy Verhofstadt, met het fiat van Rik Daems, de liberale voorganger van Labille. De overeenkomst werd zonder morren onderschreven door Labilles partijgenote Laurette Onkelinx, die toen al PS-vicepremier was. Een jaar later mocht Didier Bellens met ‘een competitieve en aantrekkelijke vergoeding’, wat neerkwam op een jaarsalaris van 2,6 miljoen euro, de plots overleden John Goossens opvolgen bij Belgacom.

Vlak voor Kerstmis kondigde premier Elio Di Rupo dan weer een akkoord tussen de federale coalitiepartners aan over ‘de grootste bankhervorming sinds 20 jaar’. Tot een heuse splitsing van deposito- en investeringsbanken kwam het niet. Maar de trading voor eigen rekening door banken werd drastisch ingeperkt. Behalve de bescherming van zijn spaargeld tot 100.000 euro geniet de spaarder nu ook van een algemeen voorrecht als schuldeiser. Dat is meegenomen, maar de regering had zich de maanden van onderhandelen kunnen besparen door te wachten op de Europese hervorming. Die krijgt immers voorrang op de Belgische wet. Dat laatste zal onvermijdelijk leiden tot betwistingen door de Belgische banken, als die zich door de Belgische regelgeving benadeeld voelen.

Correctie

Wat premier Di Rupo er tijdens zijn persconferentie niet bij vertelde, was dat de nieuwe bankenwet eigenlijk een correctie is op de definitieve opheffing in 1994 van de scheiding tussen deposito- en investeringsbanken door de regering van Jean-Luc Dehaene. Di Rupo was vicepremier in die regering die de idee van een Belgische Big Bank - ja, zoiets groots als Dexia - genegen was.

Wekenlang verloor de federale regering zich in ideologische haarkloverij om een nieuwe bankenwet uit te werken die, volgens Karel Lannoo van het Center voor European Policy Studies in De Tijd, naast de kwestie is en die trading door de banken naar het buitenland zal verplaatsen. Intussen verkeek de coalitie, gepakt door pre-electorale verlamming, de kans om de spaarfiscaliteit te hervormen en op die manier het spaargeld te activeren, zoals ook het Internationaal Monetair Fonds aanraadde.

Door dat verzuim kunnen buitenlandse - vooral Franse en Nederlandse - banken met hogere rentes miljarden Belgisch spaargeld aanlokken en wegzuigen. Zij zullen dat geld ongetwijfeld gebruiken om hun balansen op te schonen en hun kapitaal te stijven tegenover de Europese toezichters. En sommigen zullen met dat Belgische spaargeld wellicht de steun terugbetalen die ze tijdens de bankencrisis van hun respectieve regeringen hebben gekregen.

Wat een geluk dat de Belgische democratie over een bijzonder groot zelfhelend vermogen beschikt.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud