Advertentie
Advertentie

Gezinnen met kinderen zijn even systemisch als banken

©rv

In het voorgestelde pensioenpuntensysteem hangt het pensioenbedrag af van het aantal gewerkte jaren en het verdiende loon. Ook rekening houden met het aantal kinderen zou logisch en billijk zijn.

Door Mark Deweerdt, gewezen kabinetsmedewerker van Vlaams viceminister-president Geert Bourgeois en van premier Yves Leterme en oud-journalist van De Tijd.

Over 50, 100 of 500 dagen treedt een nieuwe federale regering aan. De hervorming van onze pensioenstelsels zal hoog op haar agenda staan, met het rapport van de Commissie Pensioenhervorming 2020-2040 als leidraad.

Advertentie

In het brandpunt van de voorstellen van de twaalf pensioenexperts staat een puntensysteem zoals dat al in andere landen van toepassing is. Tijdens het actieve leven verzamelt men punten die bij de oppensioenstelling omgezet worden in euro’s. Het aantal punten, en dus het pensioenbedrag, hangt af van het aantal gewerkte jaren (inclusief bepaalde periodes van niet-activiteit) en van het verdiende loon. Dat die twee factoren de pensioensom bepalen is logisch en billijk. Onlogisch en onbillijk is dat de experts een derde factor - het aantal kinderen dat een gepensioneerde heeft/had - veronachtzamen.

Men zou het haast vergeten, maar de verplichte pensioenverzekering voor werknemers is nog geen eeuw oud. Ze is ingevoerd in 1924 (arbeiders) en 1925 (bedienden) in de vorm van een kapitalisatiestelsel: de bijdragen van de werkgevers en de werknemers werden, aangevuld met een rijkstoelage, geparkeerd op een individuele rekening bij (meestal) de ASLK. Voordien was iedereen zelf verantwoordelijk voor zijn/haar oude dag. Voor wie het zich niet kon veroorloven te ‘rentenieren’ - de overgrote meerderheid - waren kinderen de ‘ouderdomsverzekering’. Ze droegen zorg voor hun bejaarde ouders en voorzagen in hun levensonderhoud.

Gesocialiseerd

De verplichte pensioenverzekering heeft, vooral na de stap van een kapitalisatie- naar een repartitiestelsel (gedeeltelijk in 1945, helemaal in 1953-1957), de ouderdomsvoorziening gesocialiseerd: verlegd van het individu naar de gemeenschap. Sindsdien betaalt de actieve bevolking met haar sociale bijdragen (en tegenwoordig ook met belastingen) de pensioenuitkeringen van de niet meer actieve bevolking. Met de socialisering is de demografische factor uit de ouderdomsverzekering verdwenen: kinderen hebben is niet langer van belang om op oudere leeftijd in het levensonderhoud te kunnen voorzien.

Het wegvallen van de band tussen kinderwens en zorg voor de oude dag heeft er mee toe geleid dat minder kinderen worden geboren. De pil heeft die ontwikkeling vanaf de jaren 1970 nog versterkt. Het aantal alleenstaanden nam toe (van 607.000 in 1970 tot 1,6 miljoen nu), er zijn meer gezinnen zonder kinderen (786.000 in 1970, bijna 1 miljoen nu), en gezinnen met kinderen hebben er nu minder.

Dat kinderen de rijkdom en de toekomst van een samenleving zijn, is meer dan een boutade. Het zijn de kinderen die vandaag geboren worden en opgroeien die straks met hun bijdragen en belastingen de pensioenen zullen betalen: die van de generatie van hun ouders én die van de huidige kinderloze generatie. Gezinnen met kinderen zijn in die zin minstens even systemisch als banken. Die gezinnen dragen zelfs twee keer bij: met hun sociale bijdragen en belastingen aan de financiering van de huidige pensioenen, en door de opvoeding van hun kinderen aan de financiering van de toekomstige pensioenen.

Drie keer prijs

In vergelijking met singles en kinderloze gezinnen betalen ouders voor de opvoeding van hun kinderen drie keer. Zij dragen de lasten van de moeilijke combinatie van beroepsleven en opvoedingstaken, hebben extra uitgaven (voeding, kledij, ontspanning… voor de kinderen) en omdat ze meer consumeren, betalen ze meer indirecte belastingen (btw, accijnzen…). Volgens de Gezinsbond is voor een gezin met een gemiddeld inkomen (ongeveer 3.500 euro) de minimumkostprijs van een kind (tot zijn 25ste verjaardag) ongeveer 225.000 euro. De minimumkostprijs is het extra inkomen dat een gezin zou moeten krijgen om dezelfde levensstandaard te behouden als een kinderloos paar met hetzelfde basisinkomen; kosten voor kinderopvang en onderwijs en uitzonderlijke (medische) kosten zijn niet inbegrepen.

Kinderbijslag, studiefinanciering en belastingvermindering ten spijt, zijn gezinnen met kinderen financieel minder goed af dan singles en kinderloze gezinnen. Het geld dat ze investeren in de opvoeding van één of meer kinderen kunnen zij niet sparen en dus niet opzijzetten voor de oude dag - wat singles en kinderloze gezinnen wél kunnen doen.

Intergenerationeel evenwicht

Waar de pensioenexperts het in hun rapport hebben over het intergenerationeel evenwicht als een van de drie grondwaarden van een pensioenstelsel schrijven ze: ‘De lasten van de huidige pensioenen mogen niet op een onaanvaardbare wijze doorgeschoven worden naar de toekomstige generaties.’ Geldt omgekeerd echter ook niet dat de lasten van de toekomstige pensioenen niet op een onaanvaardbare wijze, want exclusief, op de schouders van de huidige generatie gezinnen met kinderen mogen worden gelegd?

Aangezien gezinnen met kinderen de betaalbaarheid van de pensioenen verzekeren en de betrokken ouders daardoor minder opzij kunnen zetten voor de eigen oude dag, zou het logisch en billijk zijn dat door te rekenen in hun pensioen. Het puntensysteem biedt een mogelijkheid, door per kind een aantal pensioenpunten toe te kennen. Mensen die ervoor kiezen kinderen te hebben, kunnen dan vroeger met pensioen of een hoger pensioen krijgen.

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie
Gesponsorde inhoud
Tijd Connect
Tijd Connect biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.
Partnercontent
Partner Content biedt organisaties toegang tot het netwerk van De Tijd. De partners zijn verantwoordelijk voor de inhoud.