Advertentie
Advertentie

Groeilanden zullen meer moeten steunen op structurele hervormingen

©Dries Luyten

Liggen de groeimarkten uitgeteld op de spoedafdeling en krijgen we de volgende maanden nog maar eens een tropische storm over ons heen? Zo’n vaart hoeft het niet te lopen en de kans op een wereldwijde economische besmetting moeten we relativeren.

Door Luc Aben, hoofdeconoom bij Van Lanschot. Twitter @Luc_Aben

Net nu we dachten dat de groeimarkten zich niet zouden verslikken in het feit dat de Amerikaanse centrale bank minder geld in de economie pompt, gebeurt dat toch nog. De beurzen en munten van de groeimarkten staan onder stevige verkoopdruk. De emerging markets liggen op de emergency.

De negatieve gebeurtenissen in de groeilanden roepen nare herinneringen op. Zo stuurden de Russische en Aziatische crisissen eind jaren negentig schokgolven door de markten.

Is dat alles de voorbode van een nieuwe wereldwijde economische crisis? En krijgen beleggers de komende maanden nog maar eens een storm over ons heen? Misschien, maar anderzijds hoeft het zo’n vaart niet te lopen.

Veel groeilanden staan er beter voor dan toen, hebben meer veerkracht door flexibele wisselkoersen, minder schulden in buitenlandse valuta en meer reserves. Op korte termijn vermijdt dat geen hevige schokken. Maar uiteindelijk verhoogt het wel de veiligheidsbuffers en levert het een groter aanpassingsvermogen.

Nieuwe evenwichten

Niet dat die aanpassing dan pijnloos zal zijn. Veelal moet de economie van de betreffende landen een nieuw evenwicht vinden. Minder steunen op overvloedig toestromend buitenlands geld en meer op binnenlandse structurele hervormingen. Die krikken de competitiviteit op, wat op zijn beurt de export stimuleert.

De goedkopere munten bieden hier steun. Ze zorgen voor goedkopere export, zodat een deel van de weg als het ware automatisch wordt afgelegd. Een hogere rente helpt ondertussen de oververhitte binnenlandse vraag af te koelen. Uiteindelijk verdwijnen de bestaande onevenwichten. Een moeilijk proces, vaak pijnlijk, maar eens op dreef kan het tamelijk snel gaan.

Bij dat alles kan de economische herleving van het Westen bovendien een ondersteunende rol spelen. De Verenigde Staten en Europa zijn immers vaak belangrijke afzetmarkten. Nu de Amerikaanse economie op de goede weg blijft en ook Europa langzaam het pad naar boven blijft bewandelen, helpt dat de groeilanden. Kijk maar naar de recentste cijfers uit Zuid-Korea. Het is niet allemaal kommer en kwel.

Een bijkomende reden voor de zenuwachtigheid rond de groeilanden is natuurlijk China. Zwakke Chinese cijfers over het ondernemersvertrouwen hebben twee weken geleden het vuur mee aan de lont gestoken. Of ze pookten in elk geval het smeulend vuurtje op.

Nu de Chinese economie al een tijdje een versnelling lager schakelt, ondervinden veel groeilanden daar hinder van. Denk maar aan de grondstoffenleveranciers uit Latijns-Amerika of Azië. Toch moeten we dat kaderen. China is immers bezig met een transitie van zijn economie. Van industrieel exportgedreven model naar meer consumptie intern gedreven economie. Geen vanzelfsprekende oefening, en zodoende is wat groeivertraging logisch. Ze is zelfs wenselijk. Ietwat lagere groei kan de zorgen over overgewaardeerd vastgoed of overmatige kredietverlening kalmeren.

Ontwakende reus

Het grootste deel van de groeivertraging lijkt bovendien achter de rug. Want mocht de conjunctuur te sterk afkoelen, dan zal de Chinese overheid haar hervormingen tijdelijk vertragen en het oude economische recept weer eventjes bovenhalen.

Daarnaast moeten we met die inschatting van China de kans op een wereldwijde economische besmetting relativeren. China is de ontwakende reus. Die heeft dus invloed. Die bepaalt mee het momentum wereldwijd. Andere groeilanden hebben die kracht niet. Dat bleek ook bij vorige crisissen. Ondanks de hevige schokken op de financiële markten bleef het effect op onze reële economie al bij al beperkt.

Hoe moeten beleggers tegen dat alles aankijken? Markten hebben vaak de neiging te overdrijven. Zowel positief als negatief. In goede tijden gaan beleggers met de ogen dicht in de regen staan, er vanuit gaande dat ze niet nat worden. Maar als het even tegenzit, gedragen ze zich alsof de zon nooit meer zal schijnen.

Of het sentiment op de groeimarkten snel zal keren, is dan ook moeilijk te voorspellen. Maar kijkend naar de waarderingen, kan je veel van hun beurzen en obligaties bezwaarlijk duur noemen.

Vooral in Azië lijkt het gemiddelde aandeel aantrekkelijk gewaardeerd. Tegenover de westerse beurzen is die regio de jongste tien jaar zelfs nooit zo goedkoop geweest. Nogmaals, op kortere termijn garandeert dat geen herstel. Het verleden toont dat markten maar gerustgesteld zijn als de weg naar een nieuw evenwicht in de economie al grotendeels is afgelegd. Maar voor de langere termijn en de strategische structuur van een portefeuille blijft het een regio met een groot groeipotentieel.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud