Het federale regeerakkoord is cruciaal voor de lokale financiën.

Het gemeentehuis van Schellebelle in 2005. ©Photo News

Voor de gemeentefinanciering ligt nog een reeks brandend actuele dossiers op tafel.

Door Mark Suykens

De lokale besturen hebben in het eerste jaar van de huidige legislatuur een financieel meerjarenplan opgemaakt tot 2019. Gemeenten en OCMW’s moeten altijd een sluitend budget opmaken: niet meer uitgeven dan er binnenkomt.

Daarvoor werden bij de opmaak van het meerjarenplan veel inspanningen geleverd. De belangrijkste ingrepen bevinden zich op het niveau van meer efficiëntie van de eigen diensten. Daarvoor werden enerzijds de werkingskosten verlaagd en het personeelsbestand afgeslankt. Anderzijds werden de tarieven voor de dienstverlening verhoogd. Burgers, verenigingen, ondernemingen zullen meer moeten betalen voor de vele honderden diensten die lokale besturen leveren. De retributies voor de lokale dienstverlening waren veelal meer dan tien jaar niet meer geïndexeerd. Een inhaaloperatie is dus verantwoord.

Slechts hier en daar en dan nog erg beperkt werden ook lokale belastingen verhoogd. In vele lokale besturen werden wel de investeringen uitgesteld of soms zelfs geschrapt. Dat is een minder goede evolutie: zowel voor de bouwnijverheid als voor de lokale gemeenschap. Er zijn nog grote behoeften voor waterzuivering, wegenonderhoud, zorgvoorziening. Jarenlang desinvesteren leidt alleen maar tot grotere kosten op langere termijn.

Betaalbaarheid pensioenen

De financiële situatie van lokale besturen blijft echter precair en erg afhankelijk van de beslissingen bij de federale regeringsvorming. Vooreerst de financiering van de pensioenen van de vastbenoemde ambtenaren. De lokale besturen (samen met de provincies) zijn het enige overheidsniveau dat zijn pensioenkosten voor 100 procent zelf financiert via een omslagstelsel. De pensioenen van zowel gewesten als federale overheid (en ook de werknemerspensioenen uit de private sector) worden deels gefinancierd via algemene belastinginkomsten.

De gemeenten en OCMW’s hebben die luxe niet, zodat de Vlaamse lokale besturen de komende tien jaar telkens meer dan 100 miljoen euro extra moeten uittrekken om de pensioenen van hun statutaire ambtenaren te betalen. Dat bedrag is groter dan de jaarlijkse stijging van het Gemeentefonds (80 miljoen euro)! Aan de inkomstenzijde van de pensioenfinanciering moet er dan ook een inbreng gebeuren vanuit de algemene federale belastingopbrengsten, zoals voor alle andere pensioenstelsels. Aan de uitgavenzijde moet de federale overheid de groei van de overheidspensioenen inperken door de berekeningswijze aan te passen. Daarvoor heeft de commissie Vandenbroucke suggesties gedaan, zoals het schrappen van de diplomabonificatie. Ook andere maatregelen moeten overwogen worden bijvoorbeeld berekening op de hele loopbaan, milderen van de perequatie, invoeren van een gemengd pensioen.

Veiligheidsdiensten

Ten tweede blijft de federale financiering van de veiligheidsdiensten een prioriteit. De brandweerhervorming leidt tot de oprichting van grotere hulpverleningszones op 1 januari 2015. Zal schaalvergroting leiden tot meer efficiëntie en kostenbesparing? Mogen we kritisch zijn over die onbewezen stelling? De regering-Di Rupo heeft 100 miljoen extra uitgetrokken voor de jaren 2015 tot 2018 om de brandweerhervorming mogelijk te maken. Het behoud van die bedragen is het absolute minimum. De gemeenten financieren de brandweerdienstverlening nog altijd voor 86 procent. We staan nog mijlenver van het engagement voor een 50/50-verdeling tussen federaal en lokaal. De politiezones wachten nog steeds op de uitbetaling door de federale overheid van de tweede schijf van het verkeersveiligheidsfonds. Het gaat om 80 miljoen euro achterstal: geld dat de federale overheid al heeft geïnd (verkeersboetes), maar niet doorstort. Zal de herfinanciering van de NV Astrid gebeuren? Of zal men noodgedwongen de abonnementstarieven verhogen voor politie en brandweerdiensten en de kosten gewoon weer verschuiven naar het lokale niveau?

Armoedebeleid

Iedereen vindt armoedebeleid een prioriteit. Op lokaal niveau zijn de OCMW’s dé vooruitgeschoven partner die dagelijks werk maken van armoedebestrijding. Het behoud van de verhoogde terugbetaling van de leeflonen (en liefst optrekken tot 90 procent), de financiering van de lokale opvanginitiatieven, de tussenkomst voor participatie en sociale activering van OCMW-cliënten, de reële compensatie van de OCMW’s voor de financiële gevolgen van de gewijzigde werkloosheidsreglementering, de energiefondsen voor de meest hulpbehoevenden zijn federale middelen die absoluut en minimaal nodig blijven om de duale samenleving op lokaal niveau tegen te gaan. Wil de federale overheid van armoedebestrijding een echte prioriteit maken, dan moeten we nog een stap verder gaan en ervoor zorgen dat de OCMW’s voldoende personeel en ruimte hebben om iedereen die er behoefte aan heeft kwaliteitsvolle hulpverlening te bieden.

Vertrouwen tussen overheden

Ten slotte blijven er enkele technische dossiers die voor de lokale financiën erg bepalend zijn. Wanneer komt er eindelijk een voorschottensysteem voor de doorstorting van de personenbelasting door de federale schatkist? Dat is belangrijk voor een efficiënt lokaal thesauriebeleid. Waarom betalen de gemeenten nog steeds 1 procent kosten voor de doorstorting door de federale overheid van de geïnde personenbelasting en moeten de gewesten die kosten niet betalen? Het is onterecht dat lokale besturen roerende voorheffing moeten betalen op retributie voor markten, kermissen, standplaatsen enzovoort. Het federale regeerakkoord is cruciaal voor de lokale financiën. Zijn de federale onderhandelaars zich daarvan bewust?

Mark Suykens is algemeen directeur Vereniging van Vlaamse Steden en Gemeenten (VVSG)

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud