Advertentie
Advertentie

Het ‘Scandinavisch model' is het lokmiddel van De Wever.

Eerst was het Nederland, dan Duitsland en nu voert De Wever Scandinavië op als model. We kunnen leren van die landen, maar er is geen ‘Scandinavisch model’, tenzij als lokmiddel van de N-VA.

Door Paul Magnette, voorzitter van de PS

In een verkiezingsdebat wordt regelmatig verwezen naar ‘modellen’ om zijn visie uiteen te zetten. Tijdens het debat tussen N-VA-voorzitter Bart De Wever en mijzelf, georganiseerd door De Tijd en L’Echo (donderdag 3 april), toonde De Wever zich voor het eerst aanhanger van het Scandinavisch model. Dat is wel het toppunt. De Wever die zich beroept op de Scandinavische landen, terwijl hij zich zowel kant tegen een te hoog overheidsbeslag als tegen een te genereuze sociale zekerheid in België! Zijn verhaal is niet veel meer dan een lokmiddel , dat een gedetailleerde analyse niet doorstaat.

Bovenal kan je slechts vaststellen dat De Wever steeds weer van referentiekader verandert voor zijn maatschappijmodel. Zo bewierookte hij enkele maanden geleden volop het Nederlandse model. Nu dat model op Europees niveau begint achterop te hinken, rept hij daar met geen woord meer over. Daarna koesterde hij het Duits model. Maar aangezien heel wat waarnemers op de ongelijkheid in dat model hebben gewezen, geen woord meer daarover. Duitsland fungeert zeker als voorbeeld wegens zijn onderwijsproject dat steunt op een leer-werktraject (onderwijs en bedrijfsstages), maar voor de rest steunt het zogenaamde ‘Duits mirakel’ voor de arbeidsmarkt vooral op een zwakke demografie (terwijl wij een sterke demografie hebben), met overduidelijke limieten (precaire mini-jobs zonder uitzicht op een fatsoenlijk pensioen, daling van de koopkracht voor de meeste arbeiders, een zeer sterke toename van de ongelijkheid).

En vandaag schuift De Wever dus het Scandinavisch model naar voor. Eerst en vooral is er geen ‘Scandinavisch model’, door de verschillen tussen landen, maar zijn er slechts grote tendenzen: een hoog overheidsbeslag, een indrukwekkende sociale zekerheid, forse investeringen in onderwijs en een lage werkloosheid.

Allemaal elementen dus die vergelijkbaar zijn met het Belgische model dat onze socialistische familie fervent verdedigt, en meer algemeen ook de progressieven zowel in het Noorden als in het Zuiden. Wat de loonkost betreft, die is zelfs hoger in Zweden en Denemarken.

De hoogte van het overheidsbeslag in België is vandaag voor een stuk conjunctureel (omdat het verband houdt met de crisis en omdat het uitgedrukt wordt in procent van het bbp, wordt het automatisch hoger tijdens een recessie). Vanuit structureel oogpunt ligt ons overheidsbeslag dichter bij dat van de Scandinavische landen dan dat van landen in het Zuiden en het Oosten. Dat overheidsbeslag weerspiegelt ook een hoog niveau van sociale zekerheid. Wie zich achter de slogan ‘in België betalen we zoals in Zweden en worden we verzorgd zoals in Spanje’ schaart, heeft zich duidelijk nog nooit moeten laten verzorgen in Zuid-Europa.

Herverdeling

Natuurlijk kunnen we leren van de Scandinavische landen. Bijvoorbeeld dat een sterke en goed benutte herverdeling een troef is. Recente OESO-studies tonen dat de ongelijkheid in landen met een sterke herverdeling niet is toegenomen en dat die landen meer groeien dan het gemiddelde in de eurozone. Dat geldt ook voor België. We moeten daar blij om zijn.

Bovendien hangt het Belgische bbp voor de helft af van de binnenlandse vraag. De sociale en fiscale steunmaatregelen voor de koopkracht van de bescheiden inkomens en de middenklasse zijn dus een essentieel element voor de groei.

Een ander bepalend element dat je uit een doorgedreven analyse van de Scandinavische landen kan halen, is de investering in ‘menselijk kapitaal’. Laten we hier maar erkennen dat België vooral moet investeren in onderzoek, innovatie, opleiding en onderwijs. Vandaar het idee dat de PS verdedigt: fors investeren in het basisonderwijs, met het Fins model als blauwdruk: remediëring, kwaliteitsvoorzieningen en onderzoek om te vermijden dat jongeren afhaken op school en om te verhinderen dat de sociale ongelijkheid gereproduceerd wordt op school.

We moeten ons echter niet alleen richten op de jeugd. We moeten ook aandacht hebben voor mensen die hun werk verliezen als ze 40 of 50 zijn. Ze moeten zich grondig kunnen ‘herscholen’. De activiteitsgraad van 50-plussers optrekken hangt daarvan af. En die verhoging, gekoppeld aan het scheppen van jobs, is de beste manier om onze sociale zekerheid op lange termijn te garanderen.

Er is dus geen ‘Scandinavisch model’, er zijn alleen ‘Scandinavische lessen’, en die gaan over herverdeling en investeren in de mens, zijn gezondheid en zijn know-how; dat staat diametraal tegenover de ‘bestraffende’ maatregelen jegens werklozen en diametraal tegenover de ‘mini-jobs’.

Wij bij de PS zoeken geen lokmiddelen. Wij blijven trouw aan ons model en blijven dat verdedigen. Een model dat ons een sociale zekerheid heeft gegeven die in de hele wereld wordt bewierookt en die ons heeft toegelaten om beter de crisis te verteren, met het besef dat we wel een en ander kunnen leren van andere landen.

Ja, het sociaal overleg is de kracht van Duitsland. Ja, innovatie en opleiding zijn de kracht van de Scandinavische landen. Ja, wij willen ons inspireren op het beste van andere landen, maar we willen fier blijven op het Belgisch model.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud