opinie

Het wordt tijd om de transfermarkt in het voetbal af te schaffen.

Op 18 september 2015 heeft FIFPro, de internationale spelersvakbond, een klacht tegen de FIFA neergelegd bij de Europese Commissie over de gang van zaken op de transfermarkt en de laattijdige betalingen van voetballers. Volgens veel commentatoren legt die klacht een bom onder het bestaande transfersysteem.

Stefan Kesenne sporteconoom

In 1995, precies 20 jaar geleden, stelde het Bosman-arrest van het Europees Hof van Justitie in Luxemburg een einde aan de transferbetalingen voor eindecontractspelers. Die waren vrij om over te stappen naar een andere club. Tussen 1995 en 2011 nam het aantal transfers in het Europees voetbal toe van 5.700 naar 18.000 en zijn de transfersommen gestegen van 400 miljoen naar 3.000 miljoen euro, met sommen voor Ronaldo of Bale tot 100 miljoen euro.

De nettotransferbetalingen van de clubs - de betaalde min de ontvangen transferbedragen - zijn sindsdien echter niet of nauwelijks gestegen. Dat toont aan dat die transferbetalingen een quasi gesloten geldcircuit zijn tussen een handvol grote en rijke Europese clubs. Van de transferbetalingen sijpelt slechts 2 procent door tot bij de kleinere clubs. Op die manier is het Europees voetbal een de facto gesloten liga geworden met een beperkt aantal grote clubs, precies zoals de ‘officieel’ gesloten Major Leagues in Noord Amerika.

Met haar nieuwe aanval op het transfersysteem wil FIFPro een einde stellen aan alle transferbetalingen. Bij monde van FIFPro Secretaris Generaal Theo van Seggelen wil ze de transfermarkt in het voetbal definitief naar de geschiedenisbladzijden verwijzen.

De transfermarkt - waar spelers of spelerscontracten, worden gekocht en verkocht, als dikbillen op een veemarkt - kan niet anders dan worden bestempeld als een moderne slavenmarkt, zij het met vaak goed betaalde slaven.

De transfermarkt - waar spelers of spelerscontracten worden gekocht en verkocht, als dikbillen op een veemarkt - kan niet anders dan worden bestempeld als een moderne slavenmarkt, zij het met vaak goed betaalde slaven. Het wordt dus hoog tijd dat komaf gemaakt wordt met dit onethische restant uit een duister verleden.

Professioneel voetbal is een commerciële sector als een ander, maar in geen andere sector bestaat zoiets als een transfermarkt. Als een manager van het ene bedrijf naar het andere overstapt of een gepromoveerde wetenschapper op een andere universiteit aan de slag gaat, worden geen transfersommen betaald. Waarom dan wel in het voetbal?

De uitzonderingen die het voetbal claimt op de regels in andere sectoren, zijn enkel gebaseerd op drogredenen. Net als in andere sectoren is er, sinds het Bosman-arrest, een competitieve Europese spelersmarkt. Dat is de arbeidsmarkt van professionele voetballers, waar de allocatie van spelers over de clubs en de spelerslonen worden bepaald door vraag en aanbod. Een transfermarkt naast of boven op die spelersmarkt is dus volstrekt overbodig. Wetenschappelijk onderzoek heeft ook aangetoond dat, met of zonder transfermarkt, het competitief evenwicht of het gemiddelde spelersloon niet verschilt.

Hoe moet het dan verder zonder transfermarkt? Heel eenvoudig: net zoals in alle andere sectoren van de economie. Spelers en clubs sluiten een contract af met een maximale duur van drie jaar, en niet vijf jaar zoals in de FIFA-overeenkomst van 2001. Aan het einde van het contract is de speler vrij.

Als een contract eenzijdig wordt verbroken door een speler of een club, moet die worden gestraft. Niet met de betaling van een geldsom, want dat zou transferbetalingen via een achterpoortje introduceren. Een club moet worden bestraft met het verlies van een aantal punten of plaatsen in de algemene rangschikking of met een degradatie naar een lagere afdeling. Een speler moet worden gestraft met een uitsluiting voor een aantal wedstrijden of voor de rest van het seizoen. Een contract kan wel nog steeds worden verbroken met de instemming van beide partijen of door een rechtbank als de bepalingen in het contract niet worden nageleefd.

Er is één bekommernis waarmee we rekening moeten houden bij het verdwijnen van de transfermarkt en dat is de vergoeding voor de (jeugd)opleiding en de financiële situatie van de kleinere clubs.

Die vergoeding moet echter worden losgekoppeld van de transfer van een speler. Elke club stort jaarlijks verplicht een percentage van haar budget in een opleidingsfonds. De verzamelde gelden in dat fonds worden door de federatie herverdeeld tussen alle clubs in verhouding tot hun kwantiteit en de kwaliteit van hun jeugdopleiding. Het is aangetoond dat dat herverdelingssysteem niet alleen de jeugdopleiding bevordert, maar ook een meer evenwichtige sportieve competitie creëert. Tenminste, als de kleinere clubs in verhouding tot hun budget meer inspanningen doen voor hun jeugdopleiding.

Stefan Kesenne, emeritus professor of Sports Economics UA en KUL.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud