Ik zie geen verkiezingsprogramma met visie.

©RV

Weinigen beseffen hoe belangrijk de verkiezingen van 25 mei zijn voor de toekomst van het land en voor het welzijn en de welvaart van de bevolking.

Een volledige legislatuur zonder verkiezingen, dat is vijf jaar waarin een strategie kan uitgewerkt worden zonder de bedreiging van politieke wisselmeerderheden. Daarom vind ik het zo ontgoochelend geen verkiezingsprogramma’s te zien die visie en enthousiasme uitstralen.

Naar mijn bescheiden mening willlen de partijen zich teveel differentiëren met technocratische argumenten waar Jan met de pet met zijn boerenverstand niet bij kan en met nietszeggende beloften waar hij niet in gelooft. Neem bijvoorbeeld de werkgelegenheid. Iedere partij zwaait met duizenden jobs die de volgende regering zou creëren. Hoezo? Geen enkel politiek programma is ooit verantwoordelijk geweest voor nieuwe jobs. Werk komt van gezonde ondernemingen, van innovatieve ideeën, van gewaagde start-ups. Werk komt van een competitief ondernemingsbeleid, van vernieuwende producten en diensten, van vooruitstrevende processen.

Zoals de Scandinavische landen ons geleerd hebben, moet de overheid de omgeving creëren waarin de inspanningen van de ondernemingen ondersteund worden door een verantwoorde sociale zekerheid, een rechtvaardige fiscaliteit, een waardevol scholings- en opleidingsbeleid, een doeltreffende steun aan research, een toerekeningsvatbaar sociaal overleg. Maar de Scandinavische landen hebben ons ook geleerd dat het beleid dat verwacht wordt van de overheid in harmonie en samen moet gebeuren met de noodzakelijke innovatieve inspanningen op ondernemingsvlak.

Efficiëntie

De belangrijkste voorwaarde om bij de kopgroep van de industriële landen te blijven is onze gezamenlijke efficiëntie aanzienlijk te verhogen. De laatste maanden is bewezen dat deze conditio sine qua non niet de grootste bekommernis van onze beleidsmakers is. De wijze waarop de CEO’s van overheidsbedrijven gezocht en benoemd werden, de uitspraken die om ideologische redenen meer overheid eisen in ondernemingen die het moeten waarmaken in een zeer competitieve wereld, de moddergooipartijen in kranten en boeken, tonen dat de juiste aanpak van de structurele problemen vergeten wordt.

Daar waar ondernemingen noodgedwongen hun concurrentieel potentieel voortdurend moeten aanpassen, kan de overheid de moed niet opbrengen om de onontbeerlijke efficiëntie als fundamentele doelstelling op te nemen in haar beleid. Dat vraagt visie en durf, dat kan niet zonder leiderschap en doorzettingsvermogen. Nu krijgen we talloze goede voornemens voorgeschoteld in de verkiezingscampagne die in het volgend regeringsprogramma zouden moeten terug te vinden zijn. Wait and see. Het aantal uitdagingen die we moeten aangaan, willen of niet , is gigantisch: industrialisering van onze economie, overschakeling naar alternatieve energieën, diepgaande digitalisering in alle activiteiten, de vastgelopen mobiliteit vlotkrijgen.

Daarbij komt nog dat de middelen beperkt zijn en dat de overheidsschuld drastisch naar beneden moet. De Britse politicus George Brown heeft het eens duidelijk geformuleerd: ‘Vooruitgang in de politiek is vaak hetzelfde gevoel als in een stilstaande trein, wanneer ernaast een andere voorbij raast.’

Efficiëntie heeft niet alleen te maken met investeringen. Het is ook zoeken naar het beste evenwicht tussen de beoogde doelstellingen en de beschikbare middelen om die te bereiken. Voor overheidsbedrijven zoals de NMBS en de Lijn is het een onmogelijke opdracht om een kwaliteitsdienst te leveren zonder een gepast inkomstenbeleid. Spijtig genoeg is het vastleggen van de spoortarieven een politieke beslissing gebleven. Maar waar is de logica achter zich kanten tegen een verantwoorde prijs voor een treinticket, wanneer drie miljard euro belastinggeld aan subsidies toegekend worden? Ik kan best aanvaarden dat hier een sociale gevoeligheid ligt, maar er zijn andere wegen om daarmee rekening te houden dan een opgelegde ideologische beslissing. Wie herinnert zich nog de rampzalige gratispolitiek waarmee sommige politici zich populair wilden maken?

Vertaald

Efficientie gaat niet alleen over economische efficiëntie in de ondernemingen. Het kan en moet een maatschappelijke doelstelling zijn die moet vertaald worden op sociaal, ecologisch, financieel en zelfs cultureel vlak. Niet alleen de ondernemingen maar ook de overheid is de burgers verplicht efficiëntie als criterium te gebruiken in haar beleid. Een basisbeginsel van efficiëntie is de waarheid onder ogen te durven nemen. Wie dat niet doet, maakt zich schuldig aan struisvogelpolitiek. Wie dat weigert, zal ooit voor de gevolgen staan van een stekeblinde beleidsaanpak. En die gevolgen kunnen voor de bevolking zwaar zijn, als de economie in een crisis terecht komt.

Als in ondernemingen zware herstructureringen noodzakelijk zijn, is het niet uitzonderlijk efficiëntieverhogingen van 25% na te streven - niet alleen door besparingen maar vooral door anders te werken. Dat zijn doorbraken die de toekomst van de onderneming voor een aantal jaren veilig stellen.

Is het onrealistisch om gelijkaardige doelstellingen naar voor te schuiven voor het hele overheidsapparaat over een periode van 5 jaar? Dat het kan, ook in overheidsdiensten, is al bewezen geweest. Ik hoor de criticasters al schreeuwen dat deze doelstelling sociaal onaanvaardbaar is omdat er zoveel werklozen bij de RVA zullen terechtkomen. Maar laat ons de redenering omdraaien. Indien men bereid is deze zware inspanning te doen en vol te houden, hoe groot zou de beweegruimte niet worden om allerlei initiatieven te nemen om de grote uitdagingen van dit decennium aan te gaan?

Nogmaals, ik heb het hier niet over botte bezuiningspolitiek, wel over een doordacht en verantwoord efficiëntiebeleid, dat steunt op een aanvaardbaar evenwicht van rechten en plichten van de burger en van elke instantie die hem/haar vertegenwoordigt.

‘Een politicus denkt aan de volgende verkiezing, een staatsman aan de toekomst’, schreef Winston Churchill tijdens de oorlogsjaren. Vanaf juni 2014 hebben we stevige staatsmannen nodig. Niets meer, niets minder.

Karel Vinck is ex-topman van Bekaert, Umicore en NMBS

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud