In een paleisrevolte in Syrië ligt misschien hoop op betere tijden.

Het lijkt cynisch, maar een paleisrevolte is vandaag nog de minst slechte uitweg voor Syrië. En dan liefst een die de steun kan krijgen van Moskou.

Door Rik Coolsaet, professor internationale politiek UGent

De gevechten in Syrië hebben wellicht een punt bereikt waarop buitenlandse interventie irrelevant is geworden - tenzij alsnog zou beslist worden tot een grootschalige militaire interventie, die alle oorlogvoerende partijen tot stoppen dwingt. En dat zal niet gebeuren. Syrië is immers in burgeroorlog - en wie zich daarin waagt, weet dat hij zwaar en lang zal moeten inzetten. Zie maar naar ons eigen continent, in Joegoslavië.

Vanavond buigt de Veiligheidsraad zich over de toekomst van de waarnemersmissie. Wat ook wordt beslist, het zal van geen betekenis zijn voor het verdere verloop van de burgeroorlog. De diplomatieke inspanningen zijn in een impasse geraakt. Een onderhandelde oplossing is een illusie geworden. Repressie heeft het verzet niet gebroken, maar radicaler gemaakt en naar de wapens gedreven. Van de weeromstuit heeft het regime zich teruggetrokken op zijn harde kern, met repressie als enige beleidsoptie. Met zijn guerrillatactiek kan het onderling verdeelde verzet op korte termijn geen militaire oplossing afdwingen en zelfs met meer militaire steun uit het buitenland kan het de krijgskansen niet in zijn voordeel ombuigen.

Dat president Bashar al-Assad van het toneel zal verdwijnen, staat buiten kijf. Een staatshoofd dat zijn volk met gevechtsvliegtuigen en tanks bestookt, is verdoemd. De tactiek die zijn vader twintig jaar geleden nog met ‘succes’ had toegepast tegen een opstand toen - brutale onderdrukking, met tienduizenden doden - heeft in het geval van de zoon enkel het omgekeerde bereikt.

Wanneer en hoe Assad vertrekt, kan niemand voorspellen. Zolang dat niet gebeurt, verzinkt Syrië steeds verder in de dagelijkse gruwel. Het is cynisch, maar in die omstandigheden is een paleisrevolte vandaag nog de minst slechte uitweg - liefst een die de steun kan krijgen van Moskou. Plannen in die zin worden momenteel ongetwijfeld gesmeed, in Rusland en elders.

Als het daarvoor intussen niet al te laat is, dan ligt in zo’n coup misschien een hoop op betere tijden. Ook het Syrische verzet toont zich gealarmeerd over de chaos die gepaard kan gaan met het vertrek van Assad en over de komst van groepjes buitenlandse extremisten. Het heeft afgelopen weekend dan ook laten verstaan het Syrische leger niet te zullen ontmantelen na het verdwijnen van Assad.

Als het ooit zover is, dan zal het Midden-Oosten een hoofdstuk in zijn geschiedenis afgesloten hebben. Assad is de laatste van een reeks seculiere nationalistische autoritaire leiders in een regio waar externe grootmachten vaak het laatste woord hadden. Het postautoritaire hoofdstuk zal meer dan ooit geschreven worden door de plaatselijke elites. Met die grotere mate van zelfbeschikking gaat echter ook een grotere onzekerheid en volatiliteit gepaard. En die moet ons dwingen, zo bepleitte ook de arabist Matthias Biesemans onlangs in het weekblad Mo*, tot een minder vluchtige en minder simplistische kijk op onze buren aan de andere kant van de Middellandse Zee.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud