opinie

Investeren in gezondheid loont economisch.

Investeren in gezondheid loont ook economisch: iedere euro wordt twee keer terugverdiend.

Door Lieven Annemans

©rv

We moeten investeren in gezondheid! Dat zeg ik niet alleen, dat stelt de Europese Commissie in een recent werkdocument dat eind 2013 zelfs onderschreven werd door alle ministers van gezondheid. Waarom? Uiteraard omdat gezondheid voor iedereen belangrijk is: als we gezond zijn, functioneren we beter en maken we meer kans om gelukkig te zijn. Maar ook wegens economische redenen. Een groep sociologen uit Oxford (VK) toonde aan dat elke euro die de overheid besteedt aan gezondheidszorg zichzelf twee maal (!) terugverdient voor de maatschappij.

Maar intussen weten we dat onze gezondheidszorg al jaren slabakt. Steeds meer ziekenhuizen maken verlies. Dat heeft ook gevolgen voor de patiënt: de kwaliteit van de zorg gaat achteruit door ontslagen van verpleegkundigen, patiënten worden vaak te vroeg op straat gezet, overbodige onderzoeken en behandelingen worden uitgevoerd omdat die een inkomen kunnen genereren waarmee het ziekenhuis het hoofd boven water tracht te houden. Artsen die te weinig opbrengen - omdat ze de pech hebben tot een minderverdienende categorie van specialisten te behoren of omdat ze zich aan de medische richtlijnen houden - worden bijna paria’s. Kwaliteit wordt in de verste verte niet beloond.

Het kan en moet beter. De nieuwe regering beseft dat, blijkt duidelijk uit het regeerakkoord. Een korte greep uit de plannen (want er is nog meer).

• Het landschap van de ziekenhuizen moet zich hertekenen, netwerken van ziekenhuizen moeten zich meer ontwikkelen, en binnen die netwerken kan niet iedereen nog alles aanbieden.

• De manier waarop ziekenhuizen betaald worden, moet verbeteren. Men moet nieuwe vormen van financiering uitwerken die de samenwerking, de coördinatie en de kwaliteit bevorderen.

• Elke patiënt moet tegen het einde van de regeerperiode een elektronisch patiëntendossier hebben. Patiënten zullen ook gemakkelijker inzage krijgen in hun dossier.

• Nog meer dan vandaag zullen patiënten aangemoedigd worden een referentiehuisarts te kiezen.

• Onverantwoorde verschillen in verloning tussen de verschillende medische specialiteiten worden weggewerkt.

• Medische zorgen moeten wetenschappelijk onderbouwd worden: zijn de onderzoeken of behandelingen noodzakelijk? Zijn ze kosteneffectief?

• De regering wil ook de budgettaire ruimte inbouwen om te blijven investeren in medische innovaties, of in zorgen voor psychische problemen.

De gezondheidssector mag nog met 1,5 procent per jaar groeien. Maar alleen al om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen is minstens een groei van 2 procent per jaar nodig.

Het lijkt allemaal te mooi om waar te zijn. Zeker met wat we horen en lezen over de besparingsdrang van deze regering. Zal er voldoende geld zijn om de nieuwe plannen uit te voeren? De gezondheidssector mag nog met 1,5 procent per jaar groeien. Maar alleen al om de gevolgen van de vergrijzing op te vangen (meer chronische ziektes, meer vereenzaming, dus meer geestelijke gezondheidsproblemen…) is minstens een groei van 2 procent per jaar nodig. En dan spreek ik nog niet van de ontzettend dure innovaties die op ons afkomen en die gemakkelijk 100.000 euro per patiënt kosten. Wellicht zal men die nieuwe initiatieven slechts mondjesmaat invoeren. Hoewel het niet met zoveel woorden wordt gesteld, is het bijvoorbeeld de bedoeling psychotherapie terug te betalen in bepaalde situaties en onder duidelijke voorwaarden. Maar ik zou er niet van schrikken als dat de eerste twee jaar nog niet gebeurt.

Tijd en geld worden de twee vijanden. De plannen zijn mooi, maar een deel, misschien zelfs een groot deel ervan, zal pas naar het eind van de legislatuur kunnen worden uitgevoerd. Intussen bestaat het risico dat onze gezondheidszorg voort achteruitboert. Daarom moet de verspilling - het overgebruik van diagnoses en behandelingen - resoluut aangepakt worden. De regering moet ook snel werken maken van projecten die niet alleen de kwaliteit van de zorg verbeteren, maar meteen ook besparingen opleveren: valpreventie bij ouderen, meer thuisdialyse, het belonen van minder heropnames in ziekenhuizen, overtollig geneesmiddelengebruik in de rusthuizen aanpakken, palliatieve zorg expliciet stimuleren om hardnekkige zorg te vermijden, screenen naar ondervoeding bij thuiswonende bejaarden om het aantal ziekenhuisopnames terug te dringen, …

Het wordt een enorm moeilijke oefening voor Maggie De Block (Open VLD), maar ik heb er vertrouwen in dat ze erin zal slagen om tegen het eind van de legislatuur de gewenste resultaten te bereiken.

Lieven Annemans is hoogleraar gezondheidseconomie aan de UGent en VUB

Lees verder

Gesponsorde inhoud