Invloed en macht wordt niet gemeten in percenten.

In de politieke wereld heeft de regering macht en invloed om te besturen als ze over een meerderheid beschikt. Ze kan wel op de rooster gelegd worden door de minderheid en die kan proberen de meerderheid te verdelen om zo de regering te doen vallen, maar in essentie heeft de minderheid niets in de pap te brokken.

door Herman Daems

De uitspraken van de oppositie bevestigen dit ook elke keer weer. De regering doet enkel wat de meerderheid wil, en de meerderheid keurt goed wat de regering wil. De minderheid kan enkel roepen langs de lijn. In de politieke wereld wordt macht uitgedrukt in aantal zetels. Wie een meerderheid van zetels achter zijn beleid kan krijgen, drukt zijn visie door.

En daar is ook niets mis mee in een efficiënt democratisch bestel. Hoogstens zou men kunnen discussiëren over hoe de meerderheden tot stand komen.

Wat niet voldoende beseft wordt is dat in de ondernemingswereld bestuurlijke macht anders in elkaar zit en anders functioneert. Sinds de corporate governance-beweging een kleine twintig jaar geleden op gang kwam zijn ondernemingen, die de governance code volgen, verplicht onafhankelijke bestuurders in het bestuur op te nemen. In een Europese context, waar vele bedrijven een meerderheidsaandeelhouder hebben, wordt van de onafhankelijke bestuurders verwacht dat zij de kleine en minderheidsaandeelhouders in het bestuur vertegenwoordigen. Het is alsof je aan de regering zou opleggen dat er enkele ministers in de regering het standpunt van de oppositie vertegenwoordigen.

De aanwezigheid van onafhankelijke bestuurders is niet het enige voorbeeld van hoe het ondernemingsbestuur afwijkt van een politiek bestuur. Wanneer een onderneming een beslissing neemt die een meerderheidsaandeelhouder mogelijk abnormaal zou bevoordeligen, zoals de levering van elektriciteit of gas bijvoorbeeld, of zoals een overname en een transfer van activiteiten tussen de meerderheidsaandeelhouder en de betrokken onderneming, of zoals de waardering van de onderneming bij het terugtreden van de beurs dan bestaan er heel wat wettelijke verplichtingen om de belangen van de minderheidsaandeelhouders te beschermen.

Instellingen zoals de FSMA kijken trouwens toe of de belangen van alle aandeelhouders die betrokken zijn bij de onderneming beschermd worden.

Analisten en journalisten schreeuwen terecht moord en brand als de bestuurders niet optreden in het belang van de vennootschap en van alle aandeelhouders. En bestuurders kunnen ook veroordeeld worden als de minderheidsaandeelhouders niet beschermd werden. Die bescherming van alle aandeelhouders is trouwens absoluut noodzakelijk. Niet alleen ter wille van de rechtvaardigheid maar vooral ook om economische redenen. Wie is er bereid om risicokapitaal in een onderneming te steken als de investeerder niet zeker is dat hij door de meerderheid niet zal misbruikt worden, of als hij geen schadevergoeding kan eisen als dat toch gebeurt?

Voor alle duidelijkheid, dit is géén pleidooi om het politieke en het economische model van bestuurlijke machtsuitoefening gelijk te schakelen, of om het ene boven het andere te verheffen. Beide modellen vervullen een eigen, specifieke functie.

Bezorgdheid

Mijn zorg is dat de modellen door elkaar gehaald worden. Dit is geen theoretische zorg. De manier waarop de laatste maanden de overheid omgaat met haar participaties in bedrijven bewijst duidelijk dat er bij de overheid een verwarring bestaat met welk model ze behoort te werken als ze samen met andere aandeelhouders betrokken is bij een bedrijf zoals Belgacom, Bpost, Brussels Airport of nog andere. Als de overheid zegt: ‘ik heb 51 procent van de aandelen, dus ik kan hier alles beslissen’, dan zit ze op vele vlakken fout, ze negeert de belangen van de minderheidsaandeelhouders en ze overtreedt de regels van corporate governance, waaraan ze al jaren lippendienst bewijst. Men zou kunnen stellen dat een verlaging van het CEO-salaris in het voordeel is van alle aandeelhouders en bijgevolg geen conflict kan opleveren. Dat is juist, behalve als de verlaging van het salaris tot een minder bedreven management zou leiden. Een mogelijke afzwakking van de resultaten en de groeikansen van de onderneming zijn ten nadele van de minderheidsaandeelhouders. Sterker nog, stel dat een ontslagen CEO een schadevergoeding kan bekomen wegens een onterecht ontslag dat opgelegd wordt door één aandeelhouder, waarom moeten de 49 procent andere aandeelhouders die schadevergoeding dan mee betalen? Dat is een belangenconflict.

Daarom moeten beslissingen over rekrutering en remuneratie genomen worden door de bestuurders die in het belang van de vennootschap en van alle aandeelhouders optreden, en niet door één aandeelhouder. Vermits een meerderheidsaandeelhouder toch rekening moet houden met andere aandeelhouders en omdat macht in een onderneming niet uitsluitend door een percentage van aandelen gemeten wordt, is het ook onnodig voor de overheid om te allen tijde 51 procent in een onderneming aan te houden. Veel meerderheidsaandeelhouder houden in beursonderneming allang niet meer dit soort percentages aan en kunnen toch een invloed op de strategie blijven uitoefenen, zolang die invloed gewaardeerd wordt door alle aandeelhouders. Waarom de overheid zich vastpint op die 51 procent is dan ook een raadsel.

Omgekeerd zegt de overheid ook wel eens: ‘als we maar 25 procent hebben, dan verkopen we beter, want dan hebben we toch niets te zeggen’. Dat is even fout. De raad van bestuur moet immers altijd met de belangen van die minderheid rekening houden, zelfs als die minderheid niet dominant is. Het betekent dan ook dat een minderheid niet machteloos is, tenminste als de raad van bestuur correct functioneert en de toezichthouders hun rol spelen.

De overheid staat voor een keuze: ofwel nationaliseert ze al haar participaties en dan kan het politieke machtsmodel perfect werken. Ofwel behoudt ze de huidige toestand, maar dan zal er moeten aanvaard worden dat het bestuurlijke machtsmodel bij de ondernemingen anders werkt. Als de overheid die keuze niet wil maken, hoe kan ze dan op een geloofwaardige manier aan alle bedrijven opleggen om minderheidsaandeelhouders gelijk te behandelen, als ze zelf het voorbeeld niet geeft?

Herman Daems is voorzitter van KULeuven

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud