opinie

Italië en Duitsland houden hun tradities in ere

Steven Van Hecke

Afgelopen zondag hebben twee Europese landen hun naam alle eer aangedaan. Stabiliteit in Duitsland, onzekerheid troef in Italië.

In Duitsland is de kans groot dat de geroemde stabiliteit terugkeert nadat de SPD-leden in een partijreferendum massaal hun steun hebben uitgesproken voor een nieuwe Grote Coalitie met de christendemocraten van CDU/CSU. Na maandenlange onzekerheid lijkt daarmee de rede te triomferen.

In Italië daarentegen is het onzekerheid troef, nadat de kiezers geen enkele politieke formatie een meerderheid hebben bezorgd. Europa maakt zich klaar voor een nieuwe, slopende impasse nu het onduidelijk is hoe het verder moet in Rome.

De Italianen hebben op dit vlak een zekere reputatie. Niet voor niets is hun land de kampioen van de kortlopende regeringen en de vervroegde verkiezingen. Dat uitgerekend de nieuwe kieswet ertoe leidt dat geen enkele politieke formatie een meerderheid zal halen in de Camera dei Deputati en de Senato, maakt de ingovernabilità extra pijnlijk.

De aanpassing van het kiesstelsel is een terugkerend thema in de Italiaanse politiek. De hervormingen zijn steevast bedoeld om versnippering tegen te gaan en de regeringsstabiliteit te verhogen. Maar hervormingen en Italië gaan van oudsher moeilijk samen, ook en vooral als het om het eigen politieke systeem gaat.

Matteo Renzi, de leider van de Italiaanse Democratische Partij (DP), stapte gisteren al op. ©REUTERS

Oud-premier Matteo Renzi, die bij de Europese verkiezingen van 2014 nog de steun kreeg van 40 procent van de kiezers, beet er zijn tanden op stuk. Een eigengereid referendum over een afgeslankte Senaat kostte hem eind 2016 zijn premierschap. Het was wachten op een nieuwe kieswet om opnieuw aan de macht te komen, nadat het Grondwettelijk Hof de bestaande regelgeving nietig had verklaard. Eind 2017 was er uiteindelijk een akkoord over de aanpassing van de kieswet en schoof Renzi tijdens de campagne de populaire eerste minister Paolo Gentiloni aan de kant.

Afstraffing

In plaats van een heropstanding zadelde Renzi eergisteren zijn Partito Democratico met een nieuwe nederlaag op. De afstraffing is compleet want de sociaaldemocraten halen nog amper 20 procent, een historisch dieptepunt. Het doet sterk aan Martin Schulz denken. Beide leiders hoopten op een overwinning van hun partij en een persoonlijke comeback.

Silvio Berlusconi, de sterke man bij Forza Italia. ©AFP

Maar ze hebben alle twee gegokt en verloren. In de plaats zien we de terugkeer van twee bijna afgeserveerde politici aan de rechterzijde: Angela Merkel en Silvio Berlusconi. Beide politici draaien al zo lang mee dat niemand zich nog lijkt te herinneren hoe ze ooit aan de macht zijn gekomen.

De Duitse bondskanselier mag binnenkort haar vierde regering leiden en geeft daarmee haar criticasters het nakijken, zowel in als buiten haar partij. En de partijleider van Forza Italia werd reeds voor de verkiezingen gezien als de kingmaker van de nieuwe Italiaanse regering.

Maar ook Merkel en Berlusconi zijn niet voor de politieke eeuwigheid gemaakt. Merkel zal meer dan ooit moeten rekening houden met haar coalitiepartners. De Beierse christendemocraten voelen de hete adem van het xenofobe AfD in haar nek terwijl ze in haar regering ook zal moeten afrekenen met een verzwakte maar daardoor wellicht strijdbaardere SPD. Tegelijk wordt het hoog tijd om kleur te bekennen over haar opvolging.

Sociaaldemocraat ontwart de knoop

Hetzelfde scenario bij Berlusconi. Net zoals in Duitsland lijkt hij, bij gebrek aan alternatieven, veroordeeld tot een coalitie met de Partito Democratico die weinig animo zal vertonen om centrumrechts te depanneren en haar vel mogelijk duur zal verkopen. Tegelijk moet hij de Lega van Matteo Salvini, zijn extreemrechtse bondgenoot, te vriend houden. Dat de opvolger van de Lega Nord wellicht groter wordt dan Forza Italia en dus aanspraak maakt op het premierschap is niet alleen een nederlaag voor Berlusconi. Het maakt de puzzel van de regeringsformatie extra moeilijk.

Matteo Salvini, de leider van de Italiaanse partij Lega. ©AFP

Wellicht wordt de knoop net zoals in Berlijn ontward door een sociaaldemocraat. In Duitsland was het president Frank-Walter Steinmeier die zijn kameraden van de SPD de arm moest omwringen om een zogenaamde GroKo mogelijk te maken. Ook Italië heeft een sociaaldemocraat als staatshoofd. Sergio Mattarello wacht de moeilijk taak de eerste aanzetten te doen voor een stabiele regeringsmeerderheid.

Dat hij uiteindelijk bij zijn eigen partij zal moeten aankloppen, is niet ondenkbaar. Het belooft net als in Duitsland een lastige formatie te worden die maanden kan aanslepen. Renzi wierp gisteren de handdoek al in de ring. Hij kan misschien gaan uithuilen bij de eveneens uitgerangeerde Schulz. Om te leren geduld te oefenen kan Berlusconi dan weer bij Merkel in de leer gaan. En Mattarello kan alvast zijn consultaties starten met een strategisch onderhoud met zijn Duitse evenknie.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content