opinie

Loonaandeel: de kanarie in de koolmijn

economisch adviseur, federaal ABVV

Er moet dringend een politieke debat komen over de loonsturing in België.

Steeds harder werken voor een kleiner deel van de koek:  het stuk welvaart dat naar de werknemers gaat - het loonaandeel - daalt al geruime tijd. De vergoeding van ‘het kapitaal’ stijgt jaar na jaar. Zo wordt de kloof tussen de werkende Belg en de aandeelhouder steeds groter. Dat is een dramatische vaststelling die de Tijd maakt.

De oorzaken van het dalende loonaandeel zijn gekend. De lonen volgen de groei van de productie niet meer. Vaak wordt gezegd: logisch, want het zijn vooral kapitaalsinvesteringen die de productie verhogen. Het omgekeerde is waar. Voor de financiële crisis van 2008 droegen kapitaalsinvesteringen volgens het Planbureau voor de helft bij aan de stijging van onze productie. Sinds de financiële crisis spelen ze slechts een zeer beperkte rol. Met welk recht blijft het deel van de koek dat naar werknemers gaat dan afnemen?

Slecht gereguleerde vrije markt

Enigszins naïef zou je kunnen stellen dat bedrijven slechts de spelers op het speelveld zijn dat we als samenleving hebben gecreëerd: een slecht gereguleerde vrije markt. Sinds de jaren 80 zijn in de geest van Ronald Reagan en Margaret Thatcher de beperkingen op de ongebreidelde macht van de bedrijfswereld en private privileges opgeheven. Vakbonden en het collectieve loonoverleg worden ontmanteld, sociale programma’s uitgehold. De relatieve sterkte van het middenveld in België maakt dat we nog lang weerstand tegen die evolutie hebben kunnen bieden, maar ook hier zijn er belangrijke dijken doorgebroken. De vernieuwde loonwet is er één van.

Sinds 2009 stijgen de Belgische lonen boven op de inflatie amper. Dat in tegenstelling tot de evolutie in onze buurlanden.

Die wet leidt tot een institutionalisering van de scheve verdeling tussen arbeid en kapitaal. Door het loon dat boven op de index kan worden gegeven (de loonnorm) te verminderen met allerlei correctiefactoren en veiligheidsmarges is het onmogelijk de werknemers een sociaal en economisch gerechtvaardigd deel van de welvaart te gunnen. Sinds 2009 stijgen de Belgische lonen boven op de inflatie amper. Dat in tegenstelling tot de evolutie in onze buurlanden. Maar moest dan geen historische handicap worden weggewerkt? Die is al enkele jaren weg. Als rekening wordt gehouden met productiviteitsverschillen, kost in België een uur arbeid even weinig als in de buurlanden.

Vakbonden

De vakbonden beseffen dat zware looneisen in sectoren in moeilijkheden nu economisch niet te verantwoorden zijn. Maar net zo goed zijn er sectoren waar het erg goed gaat of die snel van de crisis zullen herstellen. De loonwet bood vroeger de nodige flexibiliteit, nu niet meer. Werknemers in sectoren die de afgelopen maanden goed geboerd hebben, of waar de werknemers lijf en leden hebben geriskeerd, krijgen op basis van de huidige loonwet tussen nu en 2023 een habbekrats van 0,4 procent. Dat is op geen enkele manier sociaal of economisch te rechtvaardigen. Het gemiddeld maandloon van verzorgend personeel, koeriers, poetshulpen, kassiers of verkopers schommelt rond 2.300 à 2.500 euro bruto. Plots werden zij tijdens de crisis eindelijk als 'essentieel' beschouwd. Voordien keek niemand naar hen om. Zij krijgen er op basis van de huidige loonwet misschien ergens in de loop van 2022 10 euro bruto per maand bij. Jawel, een aalmoes.

In 2020 was ongeveer een kwart van alle Belgen (werkend en niet-werkend) financieel niet in staat een onverwachte uitgave te doen. 5,7 procent van hen had niet de capaciteit om rekeningen op tijd te betalen. 20 procent kon zich geen week vakantie veroorloven. Misschien anekdotisch, maar toch tekenend voor het tijdperk waarin we leven: in maart vorig jaar kende het senior management van de grootste brouwer van België zichzelf een pakket aandelenopties toe ter waarde van 238 miljoen euro.

Het dalende loonaandeel in België is een politiek vraagstuk dat sturing vereist.

Er loopt iets grondig scheef  bij de verdeling van onze welvaart. Waarom doen we daar dan niets aan? Evenwichtige, duurzame samenlevingen met een grote, welvarende middenklasse waren nooit het resultaat van de vrije markt. Ze zijn - en waren - mensenwerk, het gevolg van actieve keuzes. Actieve keuzes om instellingen, wetten en beleid te creëren die een samenleving en in het bijzonder de arbeidsmarkt reguleren. Het dalende loonaandeel in België is een politiek vraagstuk dat sturing vereist. Er is een dringend debat nodig over hoe we de loonvorming benaderen. De daling van het loonaandeel is onze spreekwoordelijke kanarie in de koolmijn. Ze waarschuwt ons voor een ongelijkere, instabiele samenleving. Voor een economie met een lager groeipotentieel. Voor minder, maar vooral, minder goed verdeelde welvaart.

Lars Vande Keybus
Economisch adviseur federaal ABVV

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud