Moment van de laatste kans voor euro en Europese Unie

Het stabilisatiefonds is een nieuwe instelling die moet worden ingepast in een versterkt groei- en stabiliteitspact. Feit blijft dat als lidstaten zich niet houden aan de afspraken, we een kruis mogen maken over de euro.

Het heeft lang geduurd, maar de EU-lidstaten, en in het centrum de eurolanden en de Europese Centrale Bank, hebben dan toch beslist een massief gemeenschappelijk antwoord te geven op de onzekerheid in de finan-ciële markten over hun eigen kredietwaardigheid.

Enerzijds zal de ECB direct optreden om overheidsobligaties direct op te kopen in de markten, anderzijds zet de Europese Unie met het Inter- nationaal Monetair Fonds een financieel stabilisatiefonds op van 750 miljard euro om lidstaten in financiële problemen bij te staan.

Maar niet enkel het finan- ciële luik van de beslissingen van het voorbije weekend is van belang, ook de institutionele aspecten. Er is een nieuwe instelling gecreëerd, het Europees stabilisatiefonds, waarvan de modus operandi nog moet worden uitgewerkt.

CENTRUM

Het bredere kader is het versterken van het economische beleid in de eurozone, met een sterker centrum en procedures voor goed bestuur in de lidstaten. Als beide niet binnen de komende weken zijn verduidelijkt, zal de vrees van de financiële markten weer toeslaan, en kan men het voortbestaan van de euro vergeten.

Het heeft een zware crisis gevergd om de EU-lidstaten ervan te overtuigen dat het zo niet verder kon. De jarenlange discussies over de ‘governance’ van de eurozone zullen eindelijk op een veel striktere centrale controle van overheidsfinanciën uitdraaien, zo lijkt het althans.

De ‘peer pressure’ van het verleden, met centraal de ministers van Financiën en de controle van de overheidsfinanciën in de beteugeling van de te grote budgettaire tekorten, zal moeten plaatsmaken voor een strengere rol van de Europese Commissie en het IMF, en de herinvoering van penalisatiemechanismes die in 2003 werden afgeschaft.

ONAFHANKELIJKHEID

Dat betekent dat het groei- en stabiliteitspact (GSP) opnieuw moet worden versterkt met een veel grotere onafhankelijkheid van handelen van de Europese Commissie en een strenge en directe controle op naleving.

In dat te hertekenen GSP zal de rol van dit Europees stabilisatiefonds moeten worden ingepast. Wanneer zal dat fonds optreden? Hoe wordt het gefinancierd? Hoe worden de juiste prikkels gegeven aan de lidstaten om bij te dragen tot de kosten van de interventies van het stabilisatiefonds? Bepaalde elementen van het mechanisme werden dit weekend bekendgemaakt, maar belangrijke aspecten wachten op verduidelijking.

Diverse voorstellen tot het functioneren van zo’n fonds werden in de voorbije maanden gemaakt, en ook in deze krant besproken (zie Daniel Gros in De Tijd, 16 maart: ‘Een EMF kan de euro redden’). De basis is dat, hoe grotere begrotingstekorten men heeft of hoe groter de overheidsschuld, hoe duurder fondsen van het Europees stabilisatiefonds zijn, maar anderzijds zullen die goedkoper blijven dan de financiering op de markt.

CENTRALE AGENT

Een tweede grote koerswijziging is de rol van de Europese Centrale Bank. Uit een vrij cryptisch persbericht moet worden opgemaakt dat de ECB op grote schaal direct overheidsobligaties zal opkopen in de financiële markten, vooral voor die landen die in de voorbije dagen of weken een sterke verhoging van hun financieringskosten kenden.

Terwijl de ECB tot nu toe aan de zijlijn stond van de financiële markten, wordt zij nu de centrale agent, waarbij zij overheidsobligaties van slecht presterende landen zal opkopen. Op die manier zal de ECB pogen het vertrouwen in die markten te herstellen.

De ECB hoopt dat dergelijke interventies neutraal zullen zijn, dat ze de basis van het monetair beleid niet aantasten en geen inflatie creëren. Maar dat vereist wel dat de ECB succes heeft, en dat de financiële markten stabiliseren. En dat de lidstaten zich houden aan de afspraken zoals gemaakt in het kader van het (versterkte) GSP. In het andere geval worden de obligaties waardeloos, en leidt de ECB grote verliezen. Dat tast haar kapitaalbasis, haar geloofwaardigheid en het voortbestaan van de euro aan.

Dezelfde redenering is van toepassing op het stabilisatiefonds: het zal slagen als de lidstaten zich houden aan de afspraken. De solidariteit zal werken als iedereen zich aan de regels houdt. Dan blijkt snel dat het voordeliger is om samen te werken. Ook al is het voor bijvoorbeeld Duitsland duur om eraan bij te dragen, het blijft interessanter dan de eurozone te laten uiteenvallen.

De crisis heeft er dus toe geleid dat het centrum werd versterkt, met een nieuw mechanisme, en strengere controle. Maar het zwaard van Damokles zal boven de euro en de EU blijven hangen tot duidelijk wordt of de markten stabiliseren, de overheidsfinanciën onder controle zijn, en de EU effectief kan optreden tegen falende lidstaten. Zo niet, zullen lidstaten meer en meer hun eigen weg gaan, en blijft er weinig Unie over in Europa.

Karel LANNOO is CEO van het Centre for European Policy Studies (CEPS).

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud