Nederland is bang voor Europa

©rv

De Nederlanders trekken vandaag al naar de stembus om hun 26 vertegenwoordigers in het Europees Parlement te kiezen. Het is een nek-aan-nekrace tussen de twee uitersten: de pro-Europeanen van de liberale D66 en de anti-EU-partij PVV van Geert Wilders. Nederland is verscheurd, zeker als het over de Europese Unie gaat.

Door Martin Visser, verslaggever en columnist bij De Financiële Telegraaf

De desinteresse voor deze verkiezingen is mogelijk een nog groter probleem dan de verdeeldheid. Al sinds 1994 is de opkomst voor de Europese verkiezingen in Nederland ruim onder 40 procent. En dat is vandaag vermoedelijk niet veel beter. De overgrote meerderheid van de Nederlanders ziet er domweg het nut niet van in om te stemmen.

Het politieke debat over de toekomst van de Europese Unie is zorgelijk simpel geworden. De discussie spitst zich toe op meer of minder Brussel, voor of tegen de EU. De electorale flanken van D66 en PVV varen daar wel bij, het politieke midden blijft verweesd achter.

Waarom dat zorgelijk is? Omdat het antwoord op de vraag hoe we verder moeten met de EU en met de euro toch zal moeten komen van dat midden. De Nederlandse inbreng voor de koers van Europa zal niet primair komen van dat handjevol Europarlementsleden. Die richting wordt nog altijd uitgezet door regeringsleiders, en die voeren in Nederland een per definitie een coalitie van meerdere partijen aan.

Bevlogen verhaal

De verkiezingscampagne was de gelegenheid bij uitstek voor bijvoorbeeld premier Mark Rutte om met een bevlogen en overtuigend verhaal over Europa en de euro te komen. Een verhaal waarin hij ook aangeeft wat de politieke consequenties zijn van innig Europees samenwerken en van het overeind houden van een muntunie.

Het is immers Rutte zelf geweest die de afgelopen jaren in het heetst van de eurocrisisstrijd in Brussel mee aan tafel zat toen beslist werd over de soevereiniteitsoverdrachten rondom begrotingsdiscipline, economische coördinatie en de bankenunie. Dat proces is nog niet afgerond, zo maakt voorzitter Herman van Rompuy van de Europese Raad duidelijk in zijn recent verschenen boekje ‘Europa in de storm’.

Voor deze kwestie loopt Rutte echter angstvallig weg, net als de sociaaldemocraten en de christendemocraten. En zelfs Alexander Pechtold, de leider van de meest uitgesproken pro-Europapartij D66, trapte midden in de verkiezingscampagne op de rem. Hij durft niet meer zoals Guy Verhofstadt voluit te kiezen voor een verregaande politieke integratie met alle gevolgen vandien.

Spagaat

Zo ontstaat een vreemde spagaat, vooral bij deze twee liberale partijen. Verhofstadt is immers de leider van de Europese Alde-partij waartoe zowel Pechtold als Rutte behoort. Maar de Belgische oud-premier is voor veel Nederlanders de verpersoonlijking van een totaal doorgeschoten Europageloof. ‘Een stem op de rechtsliberale VVD is een stem op Verhofstadt’, is het zwaarste verkiezingsmiddel dat politieke tegenstanders van Rutte en diens lijsttrekker Hans van Baalen kunnen inzetten.

Van Rompuys aanpak is op een andere manier een schrikbeeld voor veel eurokritische Nederlanders. Hij is de stille diplomaat, die weet dat politici na lang masseren en een uitvoerig spel van geven en nemen uiteindelijk de noodzakelijke pro-Europese beslissingen nemen. En Rutte heeft aan dat spel meegedaan, wat tot het verwijt leidt dat hij in Den Haag A zegt en in Brussel B doet.

Rutte deed de voorbije weken alsof die spagaat niet bestaat. Hij verklaart Europa tot banenmotor en probeert kiezers te verleiden met een versimpeld beeld. De europroblemen bestaan in zijn verhaal eventjes niet meer. Overigens ook niet in de formele Europavisie van het kabinet. Nu de eurozone de strenge, calvinistische begrotingsdiscipline naar Nederlandse makelij heeft overgenomen, moet het wel over zijn met de hervormingen van de muntunie.

De nationale kopstukken zullen straks opgelucht ademhalen als deze campagne weer achter de rug is. Dan luwt het Europadebat weer en kunnen we weer alle aandacht richten op Haagse perikelen die in hun ogen pas écht belangrijk zijn. De 26 Europarlementsleden raken weer in de vergetelheid en we doen met z’n allen net alsof dat Europese project eventjes niet meer bestaat.

Houdbaar is die oogkleppenstrategie natuurlijk niet. Want de problemen van de euro en van de Europese politiek vragen ook na de verkiezingen om een antwoord. Daaraan zullen Verhofstadt en Van Rompuy de Nederlandse leiders ongetwijfeld herinneren. Of ze dat nu leuk vinden of niet.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud