Niet de onderwijsnetten maar de scholen moeten worden versterkt

Het idee om een eengemaakt publiek onderwijsnet te smeden ademt een achterhaalde visie uit op hoe men onderwijs het beste organiseert. Goede onderwijssystemen steunen op sterke scholen, niet op logge superstructuren.

Door Dirk Van Damme, ere-kabinetschef van gewezen minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke. Hoofd studiedienst onderwijs bij de OESO in Parijs.

Ons land heeft een van de meest vrije onderwijssystemen van de westerse wereld. Dat heeft zich in de loop van de geschiedenis vertaald in een onderwijslandschap met vier of vijf betekenisvolle ‘netten’, organisaties die onderwijsaanbieders verenigen, met een onderling sterk verschillende grootte. Van oudsher is de levensbeschouwelijke breuklijn in het onderwijslandschap erg dominant, maar in de feiten waaiert de diversiteit van de pedagogische projecten uit over heel verschillende visies en opvattingen.

Verzuiling

Het is een hardnekkige opvatting in onderwijsland dat de verzuiling, of de ‘vernetting’, van ons onderwijs handenvol geld kost. In de mate dat netten samenwerking - infrastructuur delen, leraren uitwisselen, leerlingen vlot doorsturen in functie van hun eigen noden - in de weg staan, is dat ook zo. De vraag is hoe je daar het best een beleid rond ontwikkelt. De Vlaamse minister van Onderwijs had een plan dat althans langs de kant van het officieel onderwijs - het gemeenschapsonderwijs, het provinciaal onderwijs en het gemeentelijk onderwijs - het meest heil zag in een rationalisatie in de structuren, uitmondend in een eengemaakt officieel ‘net’. Een commissie van wijzen uit de vier grote partijen moest het allemaal verder uitzoeken.

Om vele redenen vind ik dit een verwerpelijk plan, dat uitgaat van een achterhaalde visie op hoe men onderwijs het best organiseert. Wie het management in het onderwijs wil versterken, moet zich eerst de vraag stellen op welk niveau men het best de inspanningen richt en de middelen investeert. Zonder enige twijfel is dat het niveau van de scholen, niet dat van de structuren. Het opslorpen van het provinciaal, stedelijk en gemeentelijk onderwijs door het gemeenschapsonderwijs zorgt met zekerheid niet voor minder, maar juist voor meer bureaucratische superstructuur. Onderwijssystemen varen het best met sterke scholen, niet met logge superstructuren.

Uit de internationale gegevens blijkt overduidelijk dat landen die sterk in de autonomie van scholen geloven ook de beste resultaten halen. Uniforme en dus noodzakelijkerwijs sterk gecentraliseerde onderwijssystemen zijn een achterhaald droombeeld. Nederland, dat een tiental jaar geleden nog sterk geloofde in het verbeteren van management en bestuur in het onderwijsland en daarvoor mastodontschoolbesturen oprichtte, komt daar nu snel van terug. Overigens, de netstructuren van het katholiek onderwijs zijn veel kleiner en flexibeler, met meer garanties voor onderwijsaanbieders en scholen, dan die van het gemeenschapsonderwijs.

Een tweede punt is dat de diversiteit van de pedagogische projecten in het Vlaamse onderwijslandschap misschien nog zo geen slechte zaak is. Een sterk gediversifieerde samenleving vaart wel bij een divers onderwijslandschap. Zeker met onze korte afstanden en grote mobiliteit legt die diversiteit de basis voor een reële keuze en een gezonde concurrentie. Voor het basisonderwijs is het van cruciaal belang dat de school goed ingebed is in de lokale gemeenschap.

Eenheidsworst

In het internationale onderwijsdebat zien we steeds beter dat gediversifieerde onderwijssystemen ook veel betere resultaten halen dan onderwijssystemen die een eenheidsworst aanbieden. Experts zullen moeten toegeven dat een klein net zoals het gemeentelijk en stedelijk onderwijs voor bepaalde vakinhouden de eindtermen in betere leerplannen heeft vertaald dan het gemeenschapsonderwijs. Overigens is ook het omgekeerde het geval. En wie zal ontkennen dat steden zoals Gent en Antwerpen inzake pedagogische vernieuwing en methodescholen een uitstekend palmares kunnen voorleggen? Waarom zouden we die rijkdom, diversiteit en innovatie moeten opgeven?

Ten derde, een bipolair onderwijslandschap is een veel riskanter model dan de huidige situatie. Wie een nieuwe schooloorlog wenst, verdeelt ons onderwijslandschap het best in twee grote, elkaar beconcurrerende blokken. Vanuit het argument van het belang van de schoolvrede kan men beter meer en niet minder ‘netten’ hebben. Twee grote blokken tegenover elkaar is het beste recept voor 19de-eeuwse levensbeschouwelijke polarisatie.

Het alternatief is simpel: investeer radicaal in de autonomie van de scholen, door directies en lerarenteams goed te ondersteunen, op te leiden en te begeleiden. Bouw de centrale bureaucratie af en investeer in de lokale dynamiek. En stimuleer - ook financieel - de samenwerking tussen scholen, katholieke en officiële. Tot slot en voor alle duidelijkheid: scholen die leerlingen niet laten doorstromen naar een school die het best aansluit bij hun talenten, maar naar een school van het ‘eigen net’, zijn met iets anders bezig dan met goed onderwijs.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud