Niet elk overheidsbelang is een openbaar belang

©rv

De overheid investeert om te winnen. De sterkte van de Vlaamse investeringsmaatschappijen bewijst dat winnen de regel is. Het is echter niet aangewezen om bij elke verliesronde, zoals nu met Electrawinds, de spelregels ter discussie te stellen. Lessen trekken en garanderen dat de spelers elkaar niet meer voor de voeten lopen echter wel.

Door Bart De Smet, managing director van Actiasia Business Development. Als lid van het groepsmanagementcomité tot 2011 verantwoordelijk voor de bedrijfsinvesteringen van Participatiemaatschappij Vlaanderen (PMV).

Het mag vreemd klinken, maar over de partijgrenzen heen bestaat een consensus over het feit dat de overheid een rol kan opnemen als aandeelhouder van privéondernemingen. Slechts weinigen hebben echter een duidelijke visie over hoe die overheid zich als aandeelhouder het beste opstelt. De heisa over de positie van diverse overheidsfondsen in Electrawinds is daar een perfecte illustratie van.

De rol van de overheid als aandeelhouder van bedrijven is de jongste decennia sterk geëvolueerd. Vandaag onderschrijft zowat iedereen het principe van vrijheid van ondernemen: de overheid laat het initiatief in private handen en beperkt zich tot regulering (en stimulering) van het ondernemingsklimaat. In dat opzicht heeft de overheid haar rol als ondernemer grotendeels de rug toegekeerd.

Maar dat geldt niet voor de diensten van openbaar belang, die worden geleverd op initiatief en dankzij de steun van de overheid. Die diensten worden meer dan ooit verricht in ondernemingsverband en in partnerschap met private partijen, onder meer met het oog op efficiëntieverhoging en de ontlasting van de begroting.

Coaandeelhouderschap door private partijen én de overheid is in beide gevallen verdedigbaar, maar al te vaak worden daarbij de verkeerde argumenten gebruikt.

In het eerste geval moet de doortocht van de overheid in een onderneming tijdelijk zijn en dienen als hefboom voor het aantrekken van privégeld. Een minderheidspositie is de regel en de investering moet tegen dezelfde voorwaarden gebeuren als die van de privépartner op hetzelfde moment. Het behaalde rendement bestaat vooral uit een financiële meerwaarde en moet hetzelfde zijn als dat van de private partijen die tegen dezelfde voorwaarden zijn ingestapt en tegelijkertijd uitstappen.

Behalve financiële criteria kunnen bij de investeringsbeslissing ook andere overwegingen meespelen, die de overheid in het kader van haar beleid belangrijk vindt. Als echter geen private investeerders gevonden worden, kan er ook geen rol voor de overheid zijn weggelegd.

Telenet

Bij ondernemingen die diensten van openbaar belang leveren, kan een overheidsdeelname wél structureel zijn en tegen andere voorwaarden gebeuren dan de investering van de private partners. De overheid streeft hier immers ook - maar niet noodzakelijk uitsluitend - een maatschappelijk rendement na. Belangrijk is wel dat van bij het begin de rendementscriteria duidelijk worden gespecificeerd en gemakkelijk meetbaar zijn.

De eerste categorie van overheidsinvesteringen gaat gepaard met een hoger risico én een hoger potentieel rendement dan de tweede groep. Het nemen van risico heeft de Vlaamse overheid in het verleden geen windeieren gelegd. Voorbeelden daarvan zijn de succesvolle investeringen van Gimv in Plant Genetic Systems en Telenet, om er maar een paar te noemen.

Ook in het Electrawinds-dossier heeft de overheid haar nek uitgestoken, helaas met een bedroevend resultaat. Om in de toekomst een gelijkaardige afloop te vermijden, doe ik enkele aanbevelingen.

Zo moet van in het begin duidelijk het doel van de overheidsdeelname gespecificeerd worden en moet de overheid consistent de criteria hanteren die hierboven werden opgesomd.

Verder moet verwarring vermeden worden tussen (tijdelijke) beleidsklemtonen en (structureel) openbaar belang.

De overheid moet systemen implementeren die op basis van interne en externe benchmarks de risico’s duidelijker in kaart brengen. Niet met de bedoeling geen risico meer te nemen, wel om er bewuster mee om te gaan.

Ten slotte moet ook een (overdreven) cumulatie van overheidsfinanciering vermeden worden. Dat kan door de versnippering van middelen over verschillende investeringsfondsen via los van elkaar opererende beslissingsorganen weg te werken.

In dat opzicht kan de vraag gesteld worden of de federale overheid, die niet langer bevoegd is voor het economisch ondersteuningsbeleid, nog een proactief investeringsfonds moet hebben. Even legitiem is de vraag waarom de Vlaamse overheid, die met PMV een performante investeringsmaatschappij heeft, nog langer moet vasthouden aan haar participatie in het beursgenoteerde Gimv en daarbovenop via Gimv-XL nog bijkomende fondsen aan Gimv moet toevertrouwen. Het lijkt een interessant aandachtspunt voor de nieuwe op te stellen federale en Vlaamse regeerakkoorden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud