Niet het kiesstelsel maar het partijstelsel blokkeert België

©rv

Er is maar één remedie tegen een lange regeringsvorming. Niet ons kiesstelsel moet hervormd worden, ons staatsmodel moet aangepast worden aan het partijstelsel.

Door Mark Deweerdt, oud-journalist van De Tijd

Voor de derde opeenvolgende keer - 2007, 2010 en 2014 - slaagt onze politieke elite er niet in om binnen een redelijke termijn na de verkiezingen een regering te vormen. Herman Daems ziet er het zoveelste bewijs in dat ons kiesstelsel niet werkt. ‘Wanneer daagt het dat België en Vlaanderen nieuwe kiessystemen nodig hebben?’, vraagt hij (De Tijd, 1 juli).

Allereerst en voorafgaandelijk: Daems vergist zich door Vlaanderen in een adem met België te noemen. Sinds de eerste rechtstreekse verkiezing van het Vlaams Parlement (1995) is elke Vlaamse regering op redelijke termijn tot stand gekomen (een viertal weken in 1995,1999 en 2004; een vijftal weken in 2009). Zonder de stoorzender van de samenvallende verkiezingen en het daarmee samenhangende partijtactische gedrag zou er vandaag al een N-VA-CD&V-regering zijn en in Wallonië een PS-cdH-coalitie. Wat Daems schrijft, geldt enkel voor het federale beleids- en machtsniveau.

Scheefgetrokken

Terecht stelt Daems vast dat ons kiesstelsel - een stelsel van evenredige vertegenwoordiging - de macht verdeelt over de verschillende partijen, maar niet toewijst aan één of meer partijen. In het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en de Verenigde Staten is dat anders: de kiezers verdelen er de macht en wijzen die ook toe. Met dien verstande dat de verdeling van de macht over de partijen scheefgetrokken is: door het kiesstelsel halen kleinere partijen er nauwelijks of zelfs helemaal geen zetels.

De drie genoemde landen hebben een meerderheidskiesstelsel. Door ze als voorbeeld te noemen pleit Daems voor de invoering van een dergelijk stelsel op federaal niveau. Op deelstatelijk niveau werkt het evenredigheidsstelsel immers rimpelloos, mede dankzij de gewoonterechtelijke regel om het initiatiefrecht en het minister-presidentschap bij de grootste partij te leggen.

Gelooft Daems werkelijk dat een meerderheidsstelsel in het federale België kan werken? Zo ja, dan negeert hij dat de vrees voor ‘minorisering’ een wezenlijk bestanddeel is van de Waalse identiteit. Al in 1912 kwam de Waalse socialist Jules Destrée op voor ‘la séparation de la Wallonie et la Flandre’ om de Walen onder het juk van de Vlaamse demografische en electorale meerderheid weg te halen. De Walen hebben die meerderheid nooit aanvaard - en ze aanvaarden ze nog steeds niet.

Lippendienst

Toen in 1950 de Vlamingen zich voor en de Walen zich tegen de terugkeer van koning Leopold III uitspraken, brachten die laatsten het land op de rand van een burgeroorlog om de ‘democratische’ volksraadpleging ongedaan te maken.

In 1970 stemden de Walen in met de door de Vlamingen gevraagde cultuurautonomie (en het begin van de federalisering van het land), nadat die hen een paritaire ministerraad, bijzondere meerderheden, belangenconflictprocedures en een alarmbel hadden gegeven - een alarmbel die ze vervolgens hebben omgesmeed tot een ‘institutionele atoombom’ (dixit Philippe Moureaux, PS).

Welke partij was in 2005 als enige gekant tegen een nationaal referendum over de Europese ‘grondwet’? Inderdaad, de PS, die geen precedent wilde scheppen. Wie gelooft dat de PS en de andere Waalse partijen met een meerderheidskiesstelsel zullen instemmen, moet wel heel lichtgelovig zijn. Zelfs aan de zogenaamde federale kieskring bewijst de PS enkel lippendienst.

Partijsplitsing

Niet het kiesstelsel, maar het partijstelsel is de grondoorzaak van de Belgische blokkering. Anders dan het kiesstelsel, is dat niet door de grondwet of de wet geregeld, maar door de feiten. En die feiten zijn dat er in België, op misschien de communisten van de PVDA/PTB na, geen ‘nationale’ partijen zijn. Niet de grondwet of de wet hebben dat zo gewild, dat hebben de partijleiders van de drie traditionele partijen in 1968-1978 zo gewild. Zij hebben toegestaan dat België een in feite confederaal partijstelsel kreeg. We zijn nu veertig jaar verder en de klok kan niet teruggedraaid worden, zoals blijkt uit het feit dat er nog geen enkele poging is geweest om de partijsplitsing ongedaan te maken.

Doordat de partijen de dominante actoren op het politieke speelveld zijn, leidde hun splitsing tot de opdeling van de Belgische politieke ruimte. De machtsverwerving door middel van verkiezingen gebeurt sindsdien in twee afzonderlijke politieke ruimtes, een Vlaamse en een Waalse. Elke federale verkiezing is daardoor een ‘regionale’ verkiezing, waarbij aan weerszijden van de taalgrens verschillende en zelfs ronduit tegengestelde beleidsmaatregelen worden voorgesteld.

Op zoek

Na een federale verkiezing zit er niets anders op dan op zoek te gaan naar een meerderheid in de politieke ruimte Vlaanderen en een meerderheid in de politieke ruimte Wallonië die bereid en in staat zijn een ‘compromis’ te vinden en een regering te vormen. Daar is, nu al voor de derde keer, veel tijd voor nodig. En het resultaat is er doorgaans ook naar.

Tegen een lange regeringsvorming bestaat maar één remedie. Niet de hervorming van het kiesstelsel, maar de aanpassing van het Belgische staatsmodel aan het partijstelsel. Aangezien dat laatste confederaal is, komt men onvermijdelijk bij een confederaal staatsmodel terecht. Daarbij is er geen regering meer, maar enkel een overlegcomité waarin de (weinige) confederale aangelegenheden geregeld worden.

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud