column

Nood aan meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt

Hoofdeconoom Voka en auteur van 'Terug naar de feiten'

De tweewekelijkse grafiek van Bart Van Craeynest

Voor sommige partijen rond de onderhandelingstafel heeft de huidige regeringsvorming op zijn minst gedeeltelijk te maken met het zich afzetten tegen het eerdere ‘Zweedse’ beleid. Nochtans moet zeker één van de kernideeën van de Zweedse coalitie, met name veel meer mensen aan het werk krijgen, ook voor de volgende regering(en) een cruciale prioriteit blijven.

©Mediafin

In 2019 was in België zo’n 70 procent van de 20- tot 64-jarigen aan het werk. Twee miljoen 20- tot 64-jarigen werken niet. De Belgische werkzaamheidsgraad hoort bij de laagste van Europa. In landen als Zwitserland, Zweden, Duitsland en Nederland bedraagt die meer dan 80 procent. Meer mensen aan het werk krijgen blijft een belangrijk deel van het antwoord op de vergrijzingsuitdaging en om onze welvaartsstaat overeind te houden. Corona maakt dat alleen maar belangrijker. De oorzaken van het lage aantal werkenden in België zijn gekend: de zware belastingdruk op arbeid, het weinig activerende uitkeringsbeleid, de skills mismatch, …

Flexibiliteit

Een minder vaak opgemerkte factor is het gebrek aan flexibiliteit op onze arbeidsmarkt. In sommige hoeken wordt al eens gewezen op een ‘doorgeslagen flexibiliteit’, maar dat is niet de realiteit. In België komen meerdere flexibele arbeidsvormen eigenlijk relatief weinig voor. Zo is het aandeel van ploegenarbeid in de totale werkgelegenheid in België op Frankrijk na het laagste van Europa. Voor avond- en nachtwerk is België de derde laagste, voor zondagswerk de vierde laagste in Europa. Enkel voor deeltijdarbeid zit België boven het Europese gemiddelde, maar over de verschillende arbeidsvormen heen heeft België na Portugal de laagste flexibiliteit op de arbeidsmarkt in Europa.

Nu moeten we niet noodzakelijk de absolute top ambiëren op dat vlak, maar met de huidige beleidskeuzes sluiten we wel belangrijke groepen uit op de arbeidsmarkt. De combinatie van zware belastingdruk op arbeid, een (te) klein financieel verschil tussen werken en niet-werken voor de laagste lonen en beperkte mogelijkheden op het vlak van de flexibiliteit hebben tot gevolg dat laaggeschoolden op onze arbeidsmarkt heel moeilijk aan de bak komen. In 2019 werkte in België amper 46 procent van de laaggeschoolde 20- tot 64-jarigen, wat ons in het gezelschap van landen als Polen en Kroatië plaatst in de staart van het Europese peloton. In Zwitserland werkt 70 procent van de laaggeschoolden. Om meer mensen aan het werk te krijgen zullen we ook meer flexibele arbeidsvormen moeten toelaten.           

Bart Van Craeynest, hoofdeconoom bij Voka en auteur van het boek 'Terug naar de feiten'

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud