Advertentie

Nuance is zoek in debat over Europese begroting

©BELGA

De Europese meerjarenbegroting verdient geen schoonheidsprijs, verre van. Maar de richting die Europa wil inslaan is belangrijker dan de omvang van het budget.

Door Mark Demesmaeker, Europees parlementslid (N-VA/EVA)

‘Nationale koehandel’, ‘uithongeringsbudget’, ‘bankroetbegroting’, ‘een kladje’. De grote woorden zijn niet van de lucht in de discussie over het bereikte akkoord over het budget waarmee de Europese Unie de volgende 7 jaar haar taken moet zien te vervullen. Hoewel, ‘akkoord’ is een vooralsnog boude bewering. Het Europees Parlement moet later nog zijn zegen geven aan het vergelijk van de Europese regeringsleiders (met een simpele ja of nee stem, het budget zelf amenderen is niet mogelijk). En dat belooft nog spannend te worden, want de Europese volksvertegenwoordigers tonen zich bereid tot een hard gevecht met de lidstaten. Niet voor niets gebruikten de leiders van de vier grootste fracties daarom de hoger vermelde krachttermen toen ze eerder deze week in debat gingen met Europees Raadsvoorzitter Herman Van Rompuy, die mee de pen vasthield van het nieuwe meerjarenbudget. Om alvast voor zichzelf wat onderhandelingsruimte voor de komende maanden af te dwingen.

Want het debat mag dan wel interessante verwensingen bevatten, als een van die Europese volksvertegenwoordigers vraag ik om wat meer politieke nuance. Wat Europa met het voorgestelde budget aangeeft, is namelijk dat de besparingen die worden verwacht van individuele lidstaten in feite ook gelden voor het EU-budget als geheel. En op zich is er met een daling van 990 miljard naar 960 miljard euro (zowat 1% van het totale bbp van alle EU lidstaten) niks mis. De regeringsleiders hadden ook een groter budget kunnen afspreken waarbij meer geld zou worden besteed aan de traditionele ‘oude’ sectoren van landbouw en cohesie. Zou ook dan het Europees huis niet in brand hebben gestaan? Zouden de Verhofstadts van deze wereld ook dan niet hebben geroepen dat het de slechte kant opging?

Belangrijker dan de grootte van het budget is de richting die we als Europa willen inslaan. Waar zetten we het geld prioritair op in? En dat vereist slimme begrotingsconsolidatie waarbij we zoeken naar efficiëntiewinsten (‘meer met minder’) en tegelijkertijd toegevoegde waarde creëren op die domeinen waar Europa in de toekomst het verschil zal moeten maken: onderzoek en innovatie, transport-, energie- en breedbandnetwerken, meer concurrentievermogen en jobcreatie.

Schoonheidsprijs

Mocht het Europees parlement de lidstaten volgen, dan gaat iets meer dan een achtste van het totale EU budget de komende 7 jaar naar groei en werkgelegenheidsmaatregelen, of zo'n +37% meer middelen dan in de vorige budgettaire periode. Voor Vlaanderen, dat actief inzet op deze sectoren, is dat goed nieuws. Tegelijkertijd zal het Europees landbouw- en regionaal beleid - nog altijd - meer dan 2/3 van het Europees geld opslokken. Dus ja, er is vooruitgang, die nee, relatief blijft. De keuze is bijgevolg niet eenvoudig: moeten we als Europees parlement de stap in de goede richting belonen met een ja-stem, of moeten we meer vragen?

Dit budget verdient geen schoonheidsprijs, verre van. De talloze compensaties aan regio's en lidstaten enerzijds en de kortingen voor sommige landen op de nationale bijdragefactuur anderzijds (met Denemarken als nieuwkomer), maken van de EU een koekjestrommel: grabbelen en hopen dat je er het lekkerste koekje uithaalt. België, en vooral Vlaanderen, komt er in vergelijking met de andere spelers rond de Europese tafel, dan nog redelijk bekaaid vanaf, met onder meer een typisch Belgisch compromis als gevolg (66,5 miljoen extra regionale steun voor Limburg en 66,5 miljoen voor Wallonië). Ook het nieuw op te richten Europese fonds voor het aanpakken van de jeugdwerkloosheid is op maat van enkelen gemaakt. Wie slecht doet, zoals Brussel, krijgt veel en wie goed doet, zoals Vlaanderen, krijgt niks.

Als we af willen van een ‘ieder voor zich’ mentaliteit, moeten responsabilisering en een kwalitatief betere besteding van de middelen (focus op resultaten) prioritaire Europese doelstellingen worden. Liefst vandaag dan morgen, want ook in het toekomstig Europees cohesiebeleid zullen we goed moeten uitkijken niet de dupe te worden van fouten van andere overheden in België. Nieuwe eigen middelen voor het EU-budget kunnen, onder de juiste voorwaarden, ook een manier zijn om van het debat van ‘wie krijgt wat’ af te geraken. En een tussentijdse herziening van het Europees huishoudboekje kan eveneens helpen het Europees geld meer te concentreren op die gebieden waar het nodig is. Want een voor 7 jaar vastgelegde begroting moet flexibel genoeg zijn opdat Europese beleidsmakers adequaat kunnen reageren op de veranderende wereld om ons heen. Tenslotte moeten concrete engagementen worden nageleefd: wie als lidstaat zegt Europese hefbomen te willen gebruiken, moet ook bereid zijn het toegezegde kapitaal ter beschikking te stellen.

Inhoud

De debatten met het Europees parlement zullen waarschijnlijk niet in hevigheid verminderen nu de grote fracties de deal al hebben gekelderd. Maar het klassieke verhaal waarbij automatisch meer EU-middelen worden gevraagd (en dus, onder de huidige Europese regels, grotere nationale afdrachten), is te eenzijdig. We moeten kijken naar de inhoud, niet naar de vorm. Redelijkheid zal daarom in de komende maanden des te meer kracht geven aan de evidente waarheid waarop elke begroting altijd al heeft gestoeld, en het Europees niveau is daarop geen uitzondering: kiezen is verliezen. Met politiek pragmatisme zal men aan die wijsheid invulling moeten geven.

 

 

 

 

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud