opinie

Oliecrash met geopolitieke gevolgen

De experts van het schaduwkabinet van De Tijd fileren de politieke actualiteit en geven advies waar dat nodig is. Vandaag David Criekemans, schaduwminister van Buitenlandse Zaken, over de geopolitieke gevolgen van de dalende olieprijs.

©wim kempenaers (wkb)

De olieprijs is sinds mei bijna gehalveerd tot om en bij 56 dollar per vat. De oorzaken zijn divers. Azië en Europa maakten een groeivertraging door, waardoor de vraag naar olie afnam. Tegelijk werd het aanbod groter. Er was niet alleen de schalieolie uit de Verenigde Staten, ook enkele Golfstaten produceerden meer.

Toch is er meer aan de hand. Eind november besliste de Organisatie van olieexporterende landen (OPEC) haar productiequota van circa 30 miljoen vaten niet te verminderen. Volgens Saudi-Arabië zou de oliemarkt vanzelf wel stabiliseren. Riyad lijkt daarmee een poging te ondernemen om haar marktaandeel niet verder te laten eroderen door andere spelers. Sommigen beweren dat Saudi-Arabië vooral de Amerikaanse schaliegasindustrie viseert. Tegelijk tracht Riyad het opkomende Iran te bedwingen. In essentie betekenen de lagere olieprijzen een welvaartsherverdeling in de wereld en zullen ze ook geopolitieke gevolgen hebben.

Voor consumenten in Europa en de VS is de lagere olieprijs goed nieuws: zij moeten minder spenderen aan energie. Ook landen als Turkije, India en Japan zullen hun handelsbalans aanzienlijk zien verbeteren. De klappen zullen vallen bij olieproducerende landen als Nigeria, Venezuela, de Golfstaten en Rusland. Nigeria leeft voor 70 procent van olie-inkomsten. Met de burgeroorlog en de nakende verkiezingen in februari valt er veel meer instabiliteit te verwachten. Venezuela zal een contractie van zijn economie met 5 tot 7 procent ondergaan. Nu al moet het zijn import beperken. De Bolivariaanse revolutie zal daarmee zwaar onder druk komen te staan. President Nicolás Maduro zou wel eens de rekening moeten betalen.

Ook de Golfstaten zullen last ondervinden van de prijsdaling. Het verschil is wel dat zij stevige buffers hebben om de storm uit te zitten. Een aantal Golfstaten hebben evenwel in het recente verleden mogelijke interne instabiliteit als gevolg van de Arabische Lente ‘afgekocht’. Ook hebben vele Golfstaten de afgelopen jaren hun militaire uitgaven opgedreven.

Tegelijk begon Saudi-Arabië sinds 2011 meerdere landen en groepen in de regio financieel te steunen: Egypte onder Al-Sisi, soennitische rebellen in Syrië tegen Assad, Jordanië, Bahrein, enzovoort. De geopolitieke vraag stelt zich in hoeverre een aanhoudende lage olieprijs daarop een impact heeft. Gezien de lage buitenlandse schuld van de Golfstaten kan worden verwacht dat zij deze, deels zelf veroorzaakte storm, wel een tijdje kunnen uitzitten.

Voor Rusland is de crisis de oliedruppel die de emmer dreigt te doen overlopen.

Voor Rusland is de crisis de oliedruppel die de emmer dreigt te doen overlopen. De westerse sancties tegen Moskou vanwege de aanhoudende spanningen in OostOekraïne hadden al een economische impact op Rusland. Toch wijzigden ze de politieke houding van de Russische federatie niet. Integendeel, sinds de zomermaanden leek het Russische standpunt eerder te verharden. Maar de daling van de olieprijzen daarbovenop lijkt nu toch geopolitieke gevolgen te genereren.

Rusland leeft voor 50 procent van inkomsten uit olie. Naar schatting heeft het een olieprijs rond 90 dollar nodig om een begrotingsevenwicht te halen. Verwacht wordt dat de Russische economie in 2015 enkele procenten kan krimpen. Maar in de economische crisisjaren 2008 en 2009 was dat tussen 8 tot 10 procent. De algemene mening van de Russen is dat deze crisis waarschijnlijk wel overwaait.

Opvallend is wel dat president Vladimir Poetin zich de jongste week liet ontvallen dat Oekraïne één territoriale entiteit moet blijven, en dat het zelf zijn partners mag kiezen. Zou er dan toch een kentering in de maak zijn? Dat kan enkel als beide partijen zonder al te veel gezichtsverlies bereid zijn een compromis te vinden. Het Russische vermogen om ontberingen te doorstaan, wordt daarbij vaak onderschat.

Tot slot kan de Chinees-Russische alliantie als gevolg van de oliecrash verder uitgebouwd worden. Moskou heeft nood aan buitenlandse deviezen. Peking zou meer Russische olie kunnen kopen en zo zijn alliantiepartner ondersteunen. Rusland dreigt zo evenwel ‘junior partner’ van China te worden.

David Criekemans doceert buitenlands beleid aan de Universiteit Antwerpen, internationale politiek en veiligheid aan het University College Roosevelt in Middelburg en geopolitiek aan het GenevaInstitute of Geopolitical Studies. Hij is onze schaduwminister van Buitenlandse Zaken.

Lees verder

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud