Advertentie

OPINIE: Herman Daems over de Belgische bankenwet

©rv

Belgische banken hebben ernstige fouten gemaakt bij beleggingsbeslissingen en bij strategische keuzes. Maar ze hebben heus wel iets uit geleerd uit de financiële crisis en ze hebben door dat er iets moet gebeuren. Strenge wetgeving en regelgeving zijn nodig, precies wat Europa met zijn voorstellen heeft gedaan. Dat België daarin nog verder wil gaan dan Europa, begrijp ik niet.

Door Herman Daems, voorzitter van BNP Paribas Fortis

Elke bankbestuurder beseft heel goed dat de bankencrisis de economie veel schade heeft toegebracht. Een goede en strenge bankwetgeving moet dat in de toekomst vermijden. Op Europees vlak kwamen daarvoor ingrijpende aanbevelingen. Na maanden van zeer zorgvuldig werk door parlementsleden, beleidsverantwoordelijken, toezichthouders en deskundigen.

De geruchtenmolen in de Wetstraat en de talrijke uitspraken van politici geven sterk de indruk dat België verder wil gaan dan de Europese voorstellen. ‘Gold plating’, in het jargon. België past dat meer en meer toe, vooral als het over regulering van banken en ondernemingen gaat.

Mij is niet duidelijk welke argumenten aangevoerd kunnen worden om - op een moment dat we op weg zijn naar een bankenunie - de bankwetgeving hier strenger te maken dan in de rest van Europa. Zeker niet als buitenlandse instellingen de Belgische financiële sector al fors domineren. Die buitenlandse instellingen vallen soms onder de Belgische wet, maar soms ook niet.

Men vergeet dat gold plating nadelen heeft, zonder veel voordelen. Als de Belgische wetgeving afwijkt van de Europese normen en van wat de buurlanden doen, mag verwacht worden dat dat op termijn leidt tot een verschuiving van bancaire en financiële activiteiten naar het buitenland en tot een afbouw en verschraling van de Belgische banken. Dat is niet goed voor de Belgische economie. Bedrijven en overheden hebben meer en meer nood aan gesofistikeerde financiële diensten om ingewikkelde transacties te doen en om marktrisico’s in te dekken. Dat soort operaties zal minder door in België gevestigde financiële instellingen uitgevoerd kunnen worden. Dat proces is al jaren aan de gang en zal nu waarschijnlijk versneld worden.

Een mooie illustratie is de verkoop van overheidsactiva. De overheid gunt bijna al die transacties aan Angelsaksische investeringsbanken, waar nog steeds riante bonussen betaald worden. Het argument is vaak: de Angelsaksen zijn deskundiger, maar daar staat tegenover dat eurozone-instellingen nauwelijks een kans krijgen en door de aankomende wetgeving zelfs tegengewerkt worden.

Behalve een wetgeving hebben we dringend nood aan een ernstig debat over de toekomst van de financiële sector in België. Daarmee bedoel ik niet alleen de banken, maar ook de beurs. Ik ben er niet van overtuigd dat Vlaamse bedrijven die internationaal moeten concurreren baat hebben bij banken die amper meer zijn dan spaarbanken en bij een beurs die marginaal dreigt te worden. Hoe gaan we buitenlandse projecten van Vlaamse bedrijven financieren als we nog alleen lokale spaarbanken hebben? Hoe gaan we het risicokapitaal vinden als de beurs weinig te bieden heeft?

Dezelfde voorwaarden

We moeten in België financiële instellingen en markten hebben die tegen dezelfde voorwaarden kunnen concurreren als buitenlandse banken. Dan kan het best door de bankwetgeving volledig af te stemmen op wat er in andere Europese landen gebeurt. We moeten de bankhervorming ook aangrijpen om een toekomstvisie te ontwikkelen voor een financiële sector met hoge toegevoerde waarde en hoogwaardige banen.

Is dat pleidooi opnieuw een bewijs dat de banken niets geleerd hebben en nog altijd niet door hebben dat er iets moet gebeuren? Helemaal niet. De banken weten heel goed wat er fout is gegaan. In de eerste jaren van het nieuwe millennium hebben de Belgische banken zeer ernstige fouten gemaakt bij beleggingsbeslissingen en bij strategische keuzes. Ook het bestuur van de banken faalde. Het onvolkomen toezicht van de instanties en de onvolledig uitgewerkte regelgeving droegen bij tot de crisis. De gevolgen van de bankencrisis werden verscherpt omdat de bankencrisis op haar beurt een crisis van de overheidsschuld uitlokte. Wat dan weer de start van de eurocrisis was.

Daardoor ontstond een risico op een duivelse spiraal, waarbij de ene crisis de andere crisis aanwakkerde. Gelukkig hebben de gezamenlijke overheden deze duivelse spiraal kunnen doorbreken en zijn ze erin geslaagd de deposito’s te beschermen en de financiële markten te stabiliseren. Elke bankier weet welke cruciale rol de overheid gespeeld heeft. Om zoiets in de toekomst te vermijden is wetgeving en regelgeving noodzakelijk, en strenge.

Maar dat is precies wat Europa met zijn voorstellen gedaan heeft. De Europese en internationale beleidsmakers en het Europees Parlement hebben een enorme inspanning geleverd voor een goed wetgevend kader dat kan leiden tot een bescherming van het spaargeld, tot stabiliteit van de markten en tot de financiering van de gezinnen, de bedrijven en de overheden. Maar als België in de financiële sector nog een toekomst wil hebben, wordt best niet aan gold plating van de Europese voorstellen gedaan.

De Belgische wet inschrijven in de Europese aanpak is helemaal geen toegift aan een zogenaamde bankenlobby, want het is toch ondenkbaar dat alle internationale en Europese beleidsinstanties, inclusief het Europees Parlement, opzijgezet zouden zijn door een belangengroep. Het gevaar dreigt dat de Belgische financiële sector door een scherpere regulering dan in Europa zijn positie in België en Europa zal verliezen. Dat is echt geen goede zaak voor de Belgische economie en voor de bedrijven en burgers.

De-industrialisering

Economen praten vaak over de de-industrialisering van de Belgische economie, waarmee zij de afbouw van industriële jobs bedoelen. Ze pleiten voor een hoogwaardige diensteneconomie die een stukje de rol van de industrie kan overnemen. De financiële sector kan daar een onderdeel van zijn, omdat hij banen met hoge toegevoegde waarde kan leveren. Een gesofistikeerde financiële sector biedt ook andere dienstenbedrijven een afzetmarkt. Advocatenkantoren, IT-bedrijven en consultants zien de financiële sector vaak als interessante klanten.

Als we geen toekomst voor de financiële sector kunnen uittekenen, blijft de droom van een economie gesteund op hoogwaardige marktdiensten een fictie. In het verleden waren de banken een belangrijke factor in het scheppen van kwaliteitsvolle jobs. De banken droegen zo ook bij tot de noodzakelijke transformatie van een industriële economie naar een diensteneconomie.

De afslanking en stabilisering van de banken en het zich wijzigende klantengedrag, waardoor het traditionele kantorennet sterk onder druk komt te staan, maken het de banken heel moeilijk de werkgelegenheid de komende maanden en jaren in stand te houden, laat staan uit te breiden. Hoogwaardige banen kunnen een beetje een tegengewicht worden. Het is een aspect dat in de nasleep van de bankencrisis over het hoofd gezien wordt en dat sommige medewerkers van de banken zeer bekommert.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud