opinie

Panta rhei, leve het geloof in de vooruitgang

De wereld van vandaag is niet de wereld van morgen, evenmin die van gisteren. Maar die verandering is niets om ongerust over te worden. Alles verandert voortdurend.

Door Françoise Chombar,  CEO van Melexis

In de film ‘The Bridges of Madison County’ zegt het personage van Clint Eastwood: ‘Most people are afraid of change, but if you look at it like it’s something you can always count on, then it can be a comfort.’ Vrij vertaald: ‘De meeste mensen zijn bang van verandering, terwijl het je juist rustig kan maken als je verandering beschouwt al iets wat er altijd zal zijn.’ Clint is de mosterd bij de Griekse filosoof Heraclitus gaan halen, want dit is gewoon de moderne versie van panta rhei, alles in deze wereld is steeds in verandering.

Om ongeruste mensen gerust te stellen, moet je ze een aantal zekerheden aanbieden. Hier zijn er alvast drie: ten eerste, morgen zal er anders uitzien dan vandaag en gisteren. Dat was al altijd zo. Waarom zou je je dan ongerust maken? Niet dus.

Françoise Chombar, CEO van Melexis ©Dieter Telemans

Ten tweede, morgen zal onze wereld er technisch en technologisch complexer uitzien. Op zich is dat ook heel geruststellend. Saaie routinetaken kunnen door machines worden overgenomen, waardoor de mensen zich met taken van toegevoegde waarde kunnen bezighouden: waardecreatie via kennisgroei, en evenzeer waardecreatie via welzijnsgroei. De grafiek van Maarten Goos van de KU Leuven (De Tijd van 18 oktober) is dus ongelofelijk goed nieuws: zowel denkwerk als handenwerk zit in stijgende lijn.

Handenwerk is zorgen voor mensen. Daar zitten sowieso al tekorten op de markt. Een concreet voorbeeld van vandaag: terwijl genderquota voor raden van bestuur hun doel voorbijschieten, zou meer, betere en vooral betaalbare kinderopvang - met dus meer banen voor handenwerk tot gevolg - de levensbalans van vele tweeverdieners erop kunnen laten vooruitgaan en tegelijk het tekort aan denkwerkers wegwerken. Twee vliegen in een klap voor onze economie en voor ons aller welzijn.

Een technologisch complexere leefomgeving betekent ook dat we veel meer technisch geschoolde mensen moeten opleiden dan vandaag het geval is. STEM-opleidingen (STEM is de afkorting voor Science, Technology, Engineering and Mathematics) hebben zowel een economische als een welzijnswaarde, maar de link is niet duidelijk. De grote problemen die op ons toesnellen of al deel zijn van ons leven vandaag, zoals klimaat, vergrijzing, overbevolking, gezondheid en verkeer zullen niet door bankiers of juristen worden opgelost, wel door wetenschappers, ingenieurs en vaklui. En toch kiest slechts 25 procent van de studenten in Europa voor een STEM-richting, in België slechts 17 procent. Wij bengelen daarmee bij de laatste 3 in heel Europa. Nochtans is de werkloosheid in België in STEM-jobs 3,5 keer kleiner dan in niet-STEM-jobs.

Leve de passie en leve het geloof in de vooruitgang. Laat ons dus met z'n allen maar liever een regeneratieve reflex hebben. Daar zullen we beter van worden, … en minder ongerust.

Wij als ouders, onderwijsmensen en beleidsmensen zijn het aan onze kinderen verschuldigd om daar attent voor te zijn. Kinderen zijn van nature geïnteresseerd in hoe dingen in elkaar zitten. Om de passie voor techniek de meeste kans te geven, moet in de lagere school gewoon nog meer techniek en technologie aan bod komen. Kinderen verliezen hun passie voor techniek wanneer ze zo’n 9 of 10 jaar oud zijn. En wie in het secundair niet voor een wetenschappelijke of wiskundige richting kiest, heeft weinig kans om in het tertiaire onderwijs een STEM-diploma te gaan nastreven.

Kris Sierens schrijft dat een passie-economie beter werkt (De Tijd van 23 oktober). Daar ben ik het volmondig mee eens. Passie begint zodra een baby begint te ontdekken. Kleuters vinden leren leuk. Wij volwassenen maken er dan een potje van, al vanaf de kleuterklas en zeker vanaf de lagere school: leren wordt dan een plicht. Weg passie, weg interesse. Moeten vindt niemand fijn. Als je een kind meer fruit wil laten eten, dan zeg je niet ‘het moet, want fruit is gezond’. Veel doeltreffender is te zeggen ‘eet fruit, want dat is lekker’. Leren is leuk, laat een kind zijn passie ontdekken (voor STEM of voor iets anders) en als volwassene zal hij ook ‘werken’ leuk vinden.

Ten derde, morgen is simpelweg een ‘selffulfilling prophecy’. Met andere woorden, de toekomst zit tussen onze twee oren en onze twee handen. Als we overtuigd zijn dat alles gewoon vanaf nu alleen maar slechter kan worden, dan is de kans groot dat dat ook bewaarheid wordt, want dan doet niemand moeite en kruipt ieder in de eigen kleine cocoon. Misschien hoog en droog, maar ver van het geluk. Het kan anders: we kunnen er net zo goed van overtuigd zijn dat alles er nog beter zal op worden dan vandaag. En dan kunnen we ernaartoe werken dat het ook zo wordt, samen met anderen. Een veel leukere bedoening, toch?

De toekomst zit tussen onze twee oren en ligt in onze twee handen.

In haar boek The Shift beschrijft Lynda Gratton vijf krachten die vandaag spelen: technologie, globalisering, demografie, maatschappelijke verschuivingen en energie. Ze simuleert dan op basis daarvan zes verhalen die zich in de toekomst afspelen. Drie ervan zijn doemverhalen, ze noemt die ‘the dark side of the default future’. De drie andere zijn positieve verhalen, ‘the bright side of the crafted future’. Ze biedt de lezer daarna concrete tips aan van wat hij er zelf kan aan doen binnen de eigen invloedssfeer. Ze bewijst de lezer daarmee een belangrijke dienst, namelijk die van het bewustzijn dat onze toekomst maakbaar is, dankzij elk van ons. Het pleidooi van historicus Rutger Bregman ligt in dezelfde lijn (De Tijd van 13 september). En dat kan ik dus helemaal volgen. We moeten durven groter te denken.

Panta rhei, leve de passie en leve het geloof in de vooruitgang. Laat ons dus met z’n allen maar liever een regeneratieve reflex hebben. Daar zullen we beter van worden … en minder ongerust. Zeker weten.

Lees verder

Gesponsorde inhoud