Pepijn Corduwener Europa liet Italië in de steek, niet omgekeerd

De Italiaanse vicepremier Mattteo Salvini staat voor een hard migratiebeleid. ©REUTERS

Italië is altijd laatdunkend bekeken vanuit Noord-Europa. Dat de Italiaanse regering nu voor ‘Italianen eerst’ kiest, komt omdat Europa het land te lang heeft genegeerd.

‘We zijn niet bang.’ Met die slogan protesteerde de linkse Partito Democratico (PD) vorig weekend in Rome tegen de regering van Matteo Salvini en Luigi Di Maio.

De slogan leek slecht getimed. Sinds die regering een begroting met een oplopend tekort naar Brussel stuurde, beheerst angst de krantenkoppen, de financiële markten en de politieke wandelgangen. Maar bovenal sloeg de leus van de PD de plank mis omdat de partij - het gezicht van de traditionele politiek in Italië - net als Brussel het gevoel van angst en onzekerheid van veel Italiaanse burgers leek te miskennen dat de huidige regering juist in het zadel heeft geholpen. Als Brussel en Italië een compromis willen sluiten, is het cruciaal te begrijpen welke die zorgen zijn en waar ze vandaan komen.

Italië heeft een lange traditie als het gaat om politici die de wenkbrauwen doen fronsen in de rest van Europa. Maar wie ook aan het roer stond in Rome, nooit was er twijfel over de pro-Europese koers van Italië. Onder de nieuwe regering is dat anders. Hoewel ze Italië niet direct naar de uitgang van de euro of de EU wil leiden - weinig Italianen zouden haar willen volgen als het erop aankwam - breekt ze nadrukkelijk met het pro-Europese buitenlandbeleid.

Om te begrijpen hoe de stemming is kunnen omslaan, moeten we niet vanuit Noord-Europa naar Italië kijken. We moeten juist zien hoe het schiereiland naar Europa kijkt.

Er is onder meer de Europese migratiepolitiek. Lang niet alle Italianen steunen het beleid van Salvini, maar veel Italianen delen zijn opvatting dat Europa Italië in de kou heeft laten staan. Als antwoord op de meer dan 600.000 migranten die de Middellandse Zee zijn overgestoken, heeft Europa niet veel meer geboden dan loze beloften over herverdeling.

Regeringsleiders lezen Italië graag de les over gastvrijheid - vooral de Franse president Emmanuel Macron is berucht in de Italiaanse pers - maar tegelijk houden ze de grenzen dicht. Na jarenlange vergeefse diplomatieke druk in Brussel concludeerde Rome dat het er alleen voor stond. Dat leidde eerst tot deals van de Gentiloni-regering in Libië, en nu tot het immigratiebeleid van Salvini.

Gebrek aan groei

Waar Italië geen uitgestoken hand van Europa kreeg in de migratiekwestie, heeft Brussel wel altijd met opgeheven vinger klaargestaan om Rome economisch de les te lezen. In Noord-Europa leeft de hardnekkige indruk dat dat vergeefs was, maar Italiaanse burgers hebben opeenvolgende regeringen gezien die bezuinigen, belastingen verhogen en hervormen.

Van de minister die in de jaren negentig de Italianen vroeg één hand in hun portemonnee te stoppen en de andere op hun hart te leggen, tot de pensioenhervormingen van Mario Monti en de ‘spending review’ van Matteo Renzi: Rome sprokkelt al twintig jaar om aan de Brusselse voorwaarden te voldoen.

Brussel stond altijd met opgeheven vinger klaar om Rome economisch de les te lezen.

Dat de schuldenlast ondanks die inspanningen op 130 procent van het bruto binnenlands product blijft steken, komt dan ook vooral door een gebrek aan groei. De crisis van de Italiaanse economie begon ver voor 2008: het inkomen per hoofd van de bevolking is grofweg gestagneerd sinds begin jaren negentig. Het gebrek aan groei is uitgemond in een schuldencrisis, een infrastructuurcrisis (tragisch bevestigd in Genua deze zomer) en vooral in een sociale crisis waarvan Noord-Europeanen op vakantie in renaissancestadjes en aan de Italiaanse costa niets terugzien. De jeugdwerkloosheid is hoog, veel Italianen doen laaggeschoold werk, er is een serieuze braindrain en veel armoede.

De vanuit Brussel opgelegde bezuinigingspolitiek heeft in de ogen van veel Italianen de sociale crisis verergerd. Tegelijk heeft de in Frankfurt geïnitieerde ‘quantitative easing’ van de Europese Centrale Bank de Italiaanse economie niet uit het slop kunnen trekken. In de conclusie die veel Italianen daaruit trekken, zit een belangrijke parallel met de migratiecrisis: steeds meer Italianen besluiten dat het beter is het heft in eigen hand te nemen dan te rekenen op Europa. Daarom lanceerde Rome een begroting waarin het aanjagen van de binnenlandse consumptie en het bestrijden van armoede centraal staan, om zo zelf de economie te stimuleren en de sociale crisis te bestrijden.

Net als in de migratiekwestie is een conflict met Brussel niet het eerste doel van de Italiaanse regering, het is een gevolg. En zo versterken alle facetten van de Italiaanse crisis elkaar. Eerst heeft ze geleid tot de teloorgang van de traditionele partijen in Rome, de PD voorop, die het verwijt kreeg de zorgen van de gewone Italianen te vergeten en Brussels wil uit te voeren. Nu klopt de crisis aan de poorten van Brussel zelf met een begroting waarin ‘Italianen eerst’ wordt beleden.

Maar als we voorbij de polarisatie van Salvini kijken, zien we dat achter die begroting reële zorgen schuilen die niet zozeer tegen Europa zijn gericht maar gevoed zijn door de overtuiging dat het noodgedwongen zonder Europa moet. Als Europa, in de ogen van veel Italianen, weer een deel van de oplossing wil zijn, komt het erop aan hun zorgen te begrijpen.

Pepijn Corduwener Historicus en als docent verbonden aan de Universiteit Utrecht. Samen met Arthur Weststeijn schreef hij ‘Proeftuin Italië’.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie

Tijd Connect