Rouwen over de democratie

©Knack

‘De democratie voorbij’ is de titel van het jongste boek van professor emeritus Luc Huyse. Maar de terugkerende berichten over dat nakende einde blijken telkens weer zwaar overdreven. Want zolang we attent blijven en de democratie niet helemaal overleveren aan de politici en hun hulpjes, komt het nog wel goed.

Enkele jaren geleden schreef de VUB-socioloog en toenmalige huisideoloog van de sp.a Mark Elchardus: ‘Het parlement stelt niks meer voor.’ Om er prompt de vraag aan toe te voegen: ‘Moeten we proberen het parlement te herwaarderen of meteen op zoek gaan naar nieuwe, meer levendige vormen van democratie?’

Professor emeritus Luc Huyse, een collega van Elchardus, stelt in ‘De democratie voorbij’ de vraag niet eens. Hij komt al tot de vaststelling dat de parlementaire versie van de democratie haar tijd heeft gehad. En Huyse is heel stellig: we hebben nood aan een ander type.

De boeken waarin de afgelopen jaren het einde van de democratie werd afgekondigd, vullen haast een volledige bibliotheekwand. Het onrustwekkende aan de meeste van die geschriften is de vanzelfsprekendheid waarmee de auteurs - veelal academici en journalisten - de representatieve democratie wegzetten.

Een veteraan van de parlementaire verslaggeving waarschuwde voor hij met pensioen ging zijn jongere collega’s ooit als volgt: ‘Nu en dan zullen er opstaan die beweren dat het parlement heeft uitgediend. Let dan op. Want dat discours verbergt vaak een andere, sinistere agenda. Als een parlement zwak is en uitgeblust lijkt, dan is dat altijd het gevolg van de zwakte van de verkozenen.’

Huyse noch Elchardus kan worden verdacht van een verborgen, sinistere agenda. Ze zijn oprecht bezorgd. Toch is het verwonderlijk dat ook zij zich aansluiten bij de absoute voor de parlementaire democratie. Temeer omdat de aangewende argumentatie niet echt nieuw is. De macht van bedrijven en de internationaal vertakte financiële wereld waartegen het parlement niet zou zijn opgewassen, werd in de 19de eeuw al ingeroepen, zowel door extreemlinks als door extreemrechts, en zeker in de jaren dertig in Duitsland. Ze zijn niet te tellen de oude spotprenten van politici als handpoppen van grijnzende bankiers, staalbaronnen of wapenhandelaars.

Rekenschap geven

Een ander veelgehoord argument, dat ook door Huyse wordt ingeroepen, is de mondialisering. De macht is verschoven van de natiestaat naar supranationale niveaus zoals de Europese Unie, de NAVO en het Internationaal Monetair Fonds (IMF). Maar ook dat argument snijdt minder hout dan algemeen wordt aangenomen. Want als het nationale parlement dat wil, dan kan het op elk moment de controle bewaren.

Europees voorzitter Herman van Rompuy schreef geheel terecht over de democratische principes die de Europese Unie aansturen in een nawoord bij ‘The Road to Political Democracy’ van Robert Senelle, Emile Clément en Edgard Van de Velde: ‘De huidige 27 nationale parlementen zijn een onlosmakelijk deel van ons systeem. (…) Er is voor mij geen tegenspraak tussen een Europese democratie, uitgedrukt in het Europees Parlement, en onze nationale democratieën, tot uitdrukking gebracht door de nationale parlementen.’

En Van Rompuy voegde er bij wijze van verduidelijking artikel 10 van het verdrag van Lissabon aan toe, over de rekenschap die de staatshoofden, regeringsleiders en ministers in de raden verschuldigd zijn aan hun burgers en aan hun nationale parlement. Alleen blijken de nationale parlementsleden geen besef te hebben van die macht.

De onmacht van het parlement wordt echter vooral in de hand gewerkt door de politieke partijen die - verslaafd aan de financiële middelen uit de staatskas - de werking van het parlement bepalen in functie van de eigen macht en van hun financiële belangen. Elke verkiezing komt neer op een herverdeling van die financiële middelen. Intussen verdelen de Belgische partijen die in het parlement zetelen jaarlijks, verkiezingen of niet, zo’n 65 miljoen euro onder elkaar. Wat de partijen via het Europese Parlement binnenrijven, is daar niet eens bijgerekend.

De beheerders van dat financiële partijpatrimonium bepalen wie verkozen zal worden en wie niet, en bijgevolg ook hoe het parlementslid zich zal gedragen. Want diens toekomst en inkomen liggen in de handen van die partijbonzen. Uit dat laatste trok Herman De Croo ooit de conclusie dat België vandaag minder kiezers telt dan in 1831.

Zonder gêne

Huyse legt omstandig uit waarom de democratie haar beste tijd heeft gehad. De mogelijke oplossingen die hij aanreikt, zijn wat vager. Hij houdt het op het terugdringen van de markt, het geven van voorrang aan steden en gemeenten waar het beleid zoveel dichter bij de burgers staat, en het versterken van het middenveld. En dat laatste is toch opmerkelijk.

Ook het middenveld heeft de jongste decennia, om tal van redenen, veel van zijn pluimen verloren. Zeker het oude middenveld, dat zo verweven raakte met de partijpolitiek dat het er een onderdeel van werd. Maar het nieuwe middenveld heeft zich in geen tijd een plaats gebeiteld in de machtsstructuren.

Om maar één voorbeeld te geven: de milieuorganisatie Natuurpunt alleen kreeg de afgelopen regeerperiode liefst 69,8 miljoen euro toegeschoven door de Vlaamse regering. U leest het goed, dat is bijna 3 miljard in oude Belgische frank. En dat voor de aankoop en het onderhoud van bossen, die ook bos zouden zijn gebleven mochten ze niet door Natuurpunt zijn aangekocht. Het zou interessant zijn dat bedrag te vergelijken met de middelen die de Vlaamse regering uittrok voor armoedebestrijding of voor de onderwijsbegeleiding van kansarmen.

Er is de afgelopen weken in het parlement lang en driftig gedebatteerd over de dubbele familienaam. Maar van een ernstig debat over Europa, of over de toegenomen ongelijkheid was de voorbije jaren amper sprake. Ook niet over de werking van de rechtsstaat, het fundament van de parlementaire democratie.

Niet het populisme maar de slordigheid waarmee geregeerd wordt, is de grootste bedreiging voor de democratie en haar instellingen. Onlangs nog werd zonder gêne gemeld dat het openbaar ministerie de verjaring van de feiten heeft gevorderd voor de fiscale fraude in het Sabenadossier. En dat bijna 13 jaar na het faillissement van de vliegtuigmaatschappij en vijf jaar nadat de procureur heeft gevraagd de tien verdachten naar de correctionele rechtbank te verwijzen. Sabena-toplui, die nu vrijuit gaan. De slachtoffers van die justitiële knoeiboel zijn de Belgische staat en de belastingbetalers.

Het parlement heeft van de teloorgang van de rechtsstaat kennelijk weinig gemerkt. De burger ook niet, want die wordt meer geamuseerd dan geïnformeerd. Wat de twee eeuwen oude waarschuwing van Benjamin Constant nog altijd actueel maakt: ‘Het gevaar van de hedendaagse vrijheid is dat wij, in beslag genomen door het genieten van onze persoonlijke ongebondenheid en de jacht op persoonlijke voordelen, ons recht om te delen in de politieke macht aan anderen overlaten. En de machthebbers zullen niet nalaten ons daarin aan te moedigen.’

De democratie is te belangrijk om ze over te laten aan de politici en hun hulpjes. Het is onze democratie, onze verkiezing op 25 mei. Als de democratie in gevaar is, zoals Huyse aangeeft, dan is dat op de eerste plaats de verantwoordelijkheid van de kiezers. Alleen zij kunnen de deugnieten en onbekwamen straffen door ze eruit te gooien.

Luc Huyse - De democratie voorbij - 2014, Van Halewyck, 16 euro.

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Gesponsorde inhoud