opinie

Sinterklaascampagne verbergt onzekerheid over Italiaanse verkiezingen

Kathleen Lemmens

Zondag worden in Italië 630 kamerleden en 315 senatoren gekozen. Dat is de enige zekerheid, de rest is koffiedik kijken. Hoeveel Italianen zullen naar de stembus trekken en wie zal de verkiezingen winnen? Sterker nog, de volgende verkiezingen komen al in het vizier.

Kathleen Lemmens partner bij het Italiaanse advocatenkantoor Gianni, Origoni, Grippo, Cappelli & Partners

De populistische Vijfsterrenbeweging (M5S) geleid door Luigi ‘Giggino’ Di Maio mag dan wel de meeste stemmen halen, volgens de Italianen is het weinig plausibel dat ze in haar eentje de 40 procentgrens bereikt.

Kathleen Lemmens ©rv

Het derde blok, centrumlinks met de Partito Democratico (PD) van Matteo Renzi, begint uiterst verdeeld aan deze verkiezingsronde. Wat zijn resultaat ook is zondag, Renzi is de grote verliezer en grootste teleurstelling van deze campagne. Als de coalitie van Berlusconi zondag veel stemmen haalt en gezien wordt als de efficiëntste remedie om het succes van M5S af te remmen, zal dat mede dankzij Renzi zijn.

Vijf jaar geleden waren de rollen net omgekeerd. Berlusconi was bijna van het politieke toneel verdwenen nadat zijn regering was gevallen in het heetst van de eurocrisis. Renzi werd zowel door rechts als links gezien als de grote vernieuwer en kreeg meer dan 3 miljoen voorkeurstemmen in zijn run-up tot partijvoorzitter, gelijk verdeeld over alle Italiaanse regio’s. De ‘verpulveraar’ van het establishment, zoals hij zichzelf graag noemt, is nu echter zelf verpulverd. Zijn flamboyante, eigengereide stijl heeft zich tegen hem gekeerd. Sinds zijn nederlaag bij het grondwettelijk referendum in 2016 heeft Renzi formeel een stap terug gedaan, om dan meteen - te snel - terug te keren op het politieke toneel, en te blijven verliezen met controversiële beslissingen, vaak tegen zijn eigen partij in. Er wordt verwacht dat de PD met wat externe steun slechts 25 à 28 procent van de stemmen behaalt.

Land zonder leiders

Opvallend is de afwezigheid van leiders in deze campagne. Er waren geen rechtstreekse debatten tussen Renzi, Berlusconi of Di Maio zoals in Frankrijk. Ook de verkiezingsprogramma’s zijn vaag en oppervlakkig. Eerst leek het erop dat de euro en het immigratiebeleid de belangrijkste verkiezingsthema’s zouden worden. Daarna waren het de banken. Maar uiteindelijk werd de campagne gevoerd op vertrouwd terrein: de besteding van overheidsgeld.

Het was een sinterklaascampagne. M5S belooft een minimumloon en hogere minimumpensioenen. Het programma van Berlusconi lijkt sterk op dat van 20 jaar geleden: een belastingverlaging en minder bureaucratie. Op het menu staat de invoering van een vlaktaks en de afschaffing van de pensioenhervorming die de technocraat Monti invoerde in 2011. De PD en andere linkse partijen beloven een verlaging van loonlasten, de invoering van een minimumloon, de afschaffing van het kijk- en luistergeld en de afschaffing van het inschrijvingsgeld voor de universiteit.

Wat ook het verkiezingsresultaat is, het valt te hopen dat de partijen hun verkiezingsbeloftes niet nakomen. Italië heeft daar de middelen niet voor.

Geen enkele van die programma’s lijkt uitvoerbaar, gelet op de hoge Italiaanse staatsschuld en de Europese regels over begrotingsevenwicht. De partijleiders blijven doof voor de vraag tot verduidelijking van de financierbaarheid van hun voorstellen. Het ‘festival van de beloftes’ creëert een gewenningseffect: het raakt de kiezers niet meer en ze geloven er geen woord van.

Wat ook het verkiezingsresultaat zal zijn, het valt te hopen dat de partijen hun verkiezingsbeloftes niet nakomen. Italië heeft geen middelen om een expansieve politiek te financieren. In april moet de nieuwe Italiaanse regering aan de EU een driejarig saneringsplan voorleggen dat nu al voorziet in een forse btw-verhoging vanaf 2019. Heel wat anders dan de beloofde sinterklaascadeaus.

Als centrumrechts de verkiezingen op zijn eentje wint, verwachten we interne spanningen tussen Forza Italia en Lega Nord, onder meer over de relaties met Europa. Als er een grote coalitie of een technische regering komt, betekent dat een voortzetting van het huidige beleid op basis van een onzeker verkiezingsresultaat zonder echte winnaars, hetgeen meestal uitmondt in een regering met beperkte slagkracht. De niet-regerende partijen zullen in dat scenario graag de verantwoordelijkheid voor saneringsmaatregelen in de schoenen van de regerende partijen én van Europa schuiven, met als risico dat het anti-Europese sentiment in Italië nog wordt aangewakkerd.

Een versnipperd parlement en een zwakke regering zijn sowieso niet bevorderlijk voor het hervormingsproces. Wie enige tijd in Italië verblijft, weet dat de politiek weinig bewegingsruimte heeft tussen de overheidsadministratie en de rechterlijke macht. Elke hervorming raakt wel een ‘verworven recht’ dat geblokkeerd kan worden door de ene of de andere belanghebbende. Ook de complexe kieswet is het resultaat van een moeizaam politiek evenwicht dat door het Grondwettelijk Hof werd misvormd.

Aan de andere kant houdt dit systeem zichzelf ook in evenwicht. Als dus zondag Giggino & co. tegen de huidige voorspellingen in toch de 40 procent-hoofdvogel afschieten, geeft dat ongetwijfeld aanleiding tot onzekerheid. Maar in de praktijk kan men verwachten dat ook hun hervormingsambities zullen worden gestuit door de byzantijnse Italiaanse overheidsadministratie, allerhande gerechtelijke waakhonden en een doorgewinterde oppositie.

Als alle pogingen tot regeringsvorming falen, volgen nieuwe verkiezingen, hopelijk op basis van een nieuwe kieswet die niet door rechters is geschreven. Dat is een scenario waar hier vooral de jongste dagen rekening mee wordt gehouden. Anders gezegd: de verkiezingen zijn nog niet begonnen en men spreekt al over de volgende.

 

Lees verder

Advertentie
Advertentie
Advertentie
Advertentie

Gesponsorde inhoud

Partner content